De geheime tics van een blogger

tics

‘Goh,’ zei onze gast.

‘Heeft het een náám?’

Hij was bejaard. Beminnelijk. En hooggeleerd.

En hij had tics.

Kleintjes.

Oogknipperen. Schoudertrekken.

Hij deed ze als hij dacht dat we niet keken, zoals iedereen met tics dat doet.

Schaamte.

Wij knikten.

Het heeft een naam

‘Ah’, zei hij, en schudde zijn hoofd.

‘Dat heb ik nou nooit geweten.’

Het is verwonderlijk hoe dingen pas beginnen te bestaan als ze een naam krijgen.

Mijn tics kregen een naam toen ik 37 was.

Tourette.

Eerder had ik die naam wel gehoord, maar meteen verworpen.

Waren ze nou helemáál.

Dachten ze dat ik gek was?

Touretters? Dat waren van die idioten die..

Precies.

Kijk, daar had ik natuurlijk he-le-maal niks mee te maken

Ik riep niet de hele dag hardop ‘kut.’

De gedachte alleen al deed me rillen.

Ik had wel filmpjes gezien op TV. Zoals iedereen. Van mensen die geen seconde konden stilzitten.

Die over het ziekenhuisbed van hun bejaarde ouders dansten.

Die zelfmoord pleegden van ellende.

Pas moi.

Toch moest ik er aan geloven

Er waren andere redenen om me in de diagnose te verdiepen.

En ja.

Toen ik er eenmaal over ging lezen begon ik te knikken.

Inderdaad. Zo voelde het. Dat was het. Dit had ik.

Ik was dus niet gek

Het had een naam.

Iedereen met een psychiatrische diagnose voelt hetzelfde: opluchting.

Tot die tijd wist ik wel dat ik steeds met mijn linkerhand mijn linkerbeen wilde aanraken tijdens het hardlopen.

…All right. Okee. En op de fiets.

Dat ik vaker met mijn ogen knipperde dan strikt nodig.

En dat ik allerlei andere dingen deed die goddank niemand zag.

Maar ik hield het geheim.

Dacht ik.

Dat hoefde nu niet meer.

Nu komt het rare

Natuurlijk ging ik mezelf meteen vergelijken met andere Touretters.

En hoera. Daar kwam ik toch wel goed vanaf.

Ik was een licht geval, dat zag je zo.

Mijn tics deed ik gewoon tussen de bedrijven door.

Mijn vrienden bezwoeren me om het hardst dat ze ze niet eens zagen.

Het mooiste was: de meeste mensen met Tourette hebben ook ADHD.

En dát had ik gelukkig nou weer niet

Ik had een typisch milde en zuivere Tourette.

Heel mild. En héél zuiver.

De mensen van de Tourette-vereniging knikten vriendelijk als ik dat zei.

En als iemand voorzichtig opmerkte: ‘Nou… bijna alle Touretters hebben toch wel…’

Dan riep ik snel: ‘Ik niet.’

Waren ze nou helemaal.

Dachten ze soms dat ik gek was?

ADHD-ers? Dat waren van die idioten die..

Precies.

Kijk, daar had ik natuurlijk he-le-maal niks mee te maken

Ik had geen schulden.

Mijn huis was geen chaos.

Ik was niet gescheiden.

Ik kon me prima concentreren, twee studies gedaan, cum laude afgestudeerd dankuwelalstublieft.

Getverdemme, ADHD.

Toch moest ik er aan geloven

Er waren andere redenen om me in de diagnose te verdiepen.

En ja.

Toen ik er eenmaal over ging lezen begon ik te knikken.

Inderdaad. Zo voelde het. Dat was het. Dit had ik.

Er bleken nog medicijnen voor te bestaan ook.

Mijn leven verbeterde met 100%. Direct.

Ik kon weer tegen stress. Mijn zelfhaat vervloog. Mijn steeds terugkerende, verlammende, diep-sombere buien verdwenen voorgoed.

Had ik dat maar eerder geweten.

Want ik was inmiddels 48. Ik had 10 jaar lang ontkend dat medicijnen konden helpen.

Dus ik weet als geen ander hoe groot de weerstand is.

Het geluk en de vloek van kennis

Vóór ik wist wat ADHD en Tourette precies inhielden, was ik net zo bevooroordeeld als iedereen. Nu ik er meer van weet vind ik ze niet eng meer, psychische aandoeningen.

Autisme niet.

Schizofrenie niet.

Depressie niet.

Borderline niet.

Psychotische kwetsbaarheid niet.

In mijn omgeving komt vanalles voor. En als je eenmaal weet wat het is verdwijnen de schaamte en de angst.

Je ziet dat alles in gradaties bestaat.

Je observeert hoe medicatie kan helpen: kinderen gaan naar het gymnasium in plaats van naar het VMBO, omdat ze zich weer kunnen concentreren. Ouders hervinden elkaar omdat vader weer stil kan zitten op de bank en naar moeder kan luisteren. Jongeren besluiten om toch te blijven leven.

Maar nu krijg ik als ervaringsdeskundige die stukken te lezen, zelfs in onze beste kranten

Die stukken waarin journalisten en onderzoekers beweren dat kinderen met ADHD luie ouders hebben. Dat autisme zwaar overgediagnostiseerd wordt.

Zelfs een hele zaal met psychiaters en psychologen lachte zich deze week nog dood:



Ik zie de documentaires op TV, van journalisten die net zo bevooroordeeld zijn als ik vroeger was.

Ik zucht.

Ik denk: hallo, jongens. Eén op de 4 Nederlanders krijgt in zijn leven een psychische aandoening.

Ik ga niet op kruistocht.

Maar ik help iedereen die wel op kruistocht is

Geertje Paaij.
Malou van Hintum.
Kim Helmus.
Rokus Loopik.
Marieke Sweens.

En ik steun iedereen die openlijk voor zijn kwetsbaarheid uitkomt.

We zijn één grote familie.
En we zijn allemaal meer of minder psychisch kwetsbaar.

Foto: Nomadic Lass (detail)

PS. Voor volwassenen met ADHD is in Nederland weinig geregeld. Er zijn nauwelijks psychologen in volwassenen-ADHD gespecialiseerd. Academische ziekenhuizen richten zich op kinderen. PsyQ kan een oplossing zijn.
PS2. Boeken over ADHD voor volwassenen? De beste vind ik die van Hallowell en Ratey, te beginnen met Driven to distraction. Beide psychiaters hebben zelf ADHD. Dat scheelt.
PS3. Het zit in de lucht deze week. Openhartigheid over een tikje anders zijn dan gemiddeld. Brigitte van Tuijl blogde over ‘coachen vanuit de cave. Zelfs Copyblogger heeft een stuk over introvert zijn online.

Goede content begint met WTF-headlines. Download het gratis ebook - en ontvang wekelijkse blog updates

95 reacties op “De geheime tics van een blogger

  1. verschrikkelijk fijn blog (en ik hoop dat je hierdoor weer kunt putten uit je creativiteit!). En goed dat je iedereen steunt die wel op kruistocht is. Toch heb ik 1 kanttekening uit eigen ervaring: de neiging van mensen om andere mensen in hokjes te stoppen.
    Die kan soms raar uitpakken. Net als dat het te gek voor woorden is dat die psychiaters lachen om het gegeven dat ook volwassenen ADHD kunnen hebben is het te gek voor woorden als iemand een etiket opgeplakt krijgt dat niet klopt. en dat, onwetende en waarschijnlijk angstige, mensen je ook zo gaan behandelen.
    Dat heb ik meegemaakt en dat kan vrienden kosten. Dus voor mij is er 1 aanvulling op dit blog: mensen, als je niet precies weet wat een bepaalde diagnose inhoudt, onthoud je dan van uitspraken of ga je verschrikkelijk goed inlezen. En respecteer het anders zijn van je medemens (maar dat zeg jij natuurlijk ook!)

    • Niet kennen, niks van weten… Daar draait het om. Vervelend als zelfs je naasten en je familie er zich niet in willen verdiepen. ‘Geef mij dat kind maar eens een week’, of: ‘Jij bent ook veel te gespannen, ga eens de vrije natuur in.’ Dat soort dingen. Dat is afweer.

          • Nee hoor, niks niet soepen… nou ja, het komt wel eens aan bod.
            Sowieso weinig recepten, daar zijn kookboeken voor. Het is een magazine in boekvorm, met verhalen over de achtergrond van het eten. Dus de mensen er achter.
            Heel breed en wereldwijd. Het kan gaan over de Russische kaviaarmaffia, Chinese maankoeken, een tomatenkweker in Noord Holland of het eten van klei door (uitsluitend) zwangere Afrikaanse vrouwen.

  2. Aanvulling: met “ook zo gaan behandelen” bedoel ik dus: alsof je gek bent of niet capabel om zelf keuzes te maken. En dat is zo verschrikkelijk respectloos, of de diagnose nu juist is of niet.

  3. Pingback: Butsen en blaren in je kop » Leven & werken met borderline: Dit is Marsmania

  4. Wat een mooi blog. Omdat het dit onderwerp in perspectief zet. Omdat het precies op tijd komt. Met een zoon die binnenkort getest wordt (is het ADD? is het ADHD? of een disharmonisch profiel? Of erger nog, allebei? Dat zal toch niet…?), kijk ik nu wel anders naar oordelen, hokjes en labels. Iedereen is wie hij is. Met alles erop en eraan. Niks is raar. We hebben allemaal wat. Gelukkig maar.

  5. ‘Ooit wel eens een normaal mens ontmoet? En beviel het het?’

    Dat is de tekst die de Stichting Pandora, geïnspireerd door Simon Carmiggelt, in 1974 op een spiegelende deurposter liet drukken. http://goo.gl/I5hun

    …dat leverde een discussie op die tot op de dag van vandaag voortduurt http://goo.gl/Ojm23

    Want vooroordelen koesteren en in stand houden of stickers op mensen plakken is, en blijft, een slechte zaak.

    Chapeau (!) dus, dat jij dit thema hier durft aan te snijden.

    Wat zou eens mens zijn zonder zijn tics. Of een blogger zonder gebruiksaanwijzing. http://goo.gl/nR4kO

    Wat jou uniek maakt is je kracht. En daar blijf ik op deze plek graag van genieten.

    Een tikkie meer of minder maakt wat dat betreft geen verschil.

    Voor mij ben je een kanjer, Kitty!

  6. Wat een prachtige en rake tekst. Het klopt. Vaak zou je wensen dat er nu eens een filter zou worden uitgevonden voor mensen die niet willen of kunnen nadenken. Dat gaat niet eens alleen op voor psychiatrische aandoeningen. Het zou perfect werken in de politiek bijvoorbeeld…… Zouden we daar niet een APPje voor kunnen uitvinden?

  7. High 5! Ik ben dol op mensen die niet perfect zijn en ook nog precies weten waar het aan schort. Bij mij dit: mijn aandacht doet iets geks met me. Floep, ineens is ‘ie ergens anders. Een neuroloog heeft er niet meer van kunnen maken dan ‘geen epilepsie’. Nou, dat scheelt dan weer.
    Mijn geluk is dat ik dit geintje van de natuur in mijn voordeel gebruik. Het helpt me om creatief te denken en vreemde verbanden te zien, waar anderen van denken ‘hoe komt ze erop’. Handig voor Sinterklaasgedichten. En in het geval van schoonmaken doe ik aan intuitief schoonmaken: ergens beginnen, iets anders half afmaken, een derde klusje tussendoor en dan de laatse ditjes en datjes. Eigenlijk best fijn: eerst doen waar je zin in hebt en kriskras, dan alles afmaken met snel resultaat omdat je de helft al gedaan had. Kan ik wel eens een blogpost aan wagen ;-)
    Zolang er goed mee te leven is, och waar hebben we het over… En wat betreft al die mensen die een lans willen breken voor meer begrip van iedereen met ‘iets psychiatrisch’: mijn steun heb je! Want het kan ons allemaal overkomen. Zomaar en ongevraagd. Of psychiaters het nou grappig vinden of niet.

    • Ja, iedereen kan vanalles krijgen. Of hebben zonder het te weten.

      Bij ADHD krijg je trouwens pas een diagnose als het je hindert ;-) Als je gewoon achieft wat je wil achieven is er niks aan de hand.

      Vergeten wat je ook weer aan het doen was dat ken ik, maar het komt altijd goed.

  8. Hoi Kitty, dank je voor je prachtige blog. Ik bewonder je dapperheid dat je dit zo op durft te schrijven; er zijn niet veel mensen die in blogs of in social media (of in live optredens) zich zo open of kwetsbaar opstellen en als het wel gebeurt vind ik het echt een verademing.
    Een kleine aanvulling op je blog: ik weet uit ervaring dat het leven van een partner van iemand met een psychische aandoening ook niet over rozen gaat… Ik ben ook niet op kruistocht gegaan toen, maar er was echt alle reden toe.

    • Ha Ellen,

      1. Dat ik adhd heb helpt wel bij dapper zijn hoor ;-) Ik mag graag af en toe een knuppel in een hoenderhok gooien.
      2. Nee, natuurlijk, het kan voor partners en andere familieleden/vrienden ook lastig zijn. Hangt er helemaal vanaf wat er aan de hand is en hoe goed iedereen het snapt en welke aanpassingen je kunt maken in de onderlinge relaties. Hallowell en Ratey gaan in hun boeken bijvoorbeeld uitgebreid in op partners enz.

    • Schaamte verdwijnt met kennis en inzicht, geloof ik. Het inzicht dat schaamte eigenlijk te zot voor woorden is ;-) Wij schamen ons voor alles. Niet-werkende moeders omdat ze niet werken. Werkende moeders omdat ze te weinig thuis zijn. Enz. enz. Sukkeltjes zijn we.

    • Nou ja, dat kan ook. Tics zijn verder niks, meer of minder hinderlijke, niet nuttige bewegingen of geluiden. Of gedachten. Je kunt ze hebben in een intensiteit van 0 tot 100 op een schaal van 100. Wanneer geef je het een naam? In elk geval is het een van de wijdst verbreide genetische aandoeningen, heb ik me laten vertellen. Maar in lichte mate valt het niemand op.

    • Dank je, Anja. Ik schaam me echt niet meer. En ik ben boos op mensen die er niks van willen horen – vooral op beleidsmakers en onderwijsmedewerkers. Als 5% van de bevolking ADHD heeft is ademruimte in het schoolsysteem op zijn plaats. Volwassenen zijn vrij om hun eigen leven te kiezen, kinderen niet.

      • Gelukkig maar dat je de schaamte voorbij bent Kitty! Waarom zou je ook. Een mens schaamt zich toch ook niet voor chronische hoofdpijn of een aangeboren spierziekte?

        Op de school waar ik werk is met iedereen wel iets aan de hand. Met de leerlingen maar ook met de docenten. Ik zou het een vreselijke saaie werkomgeving vinden als dat niet zo was. En het percentage leerlingen met de officiële diagnose ADHD en aanverwante aandoeningen overstijgt ruim de 5% kan ik je vertellen.

  9. Pingback: Content marketing hoeft niet perfect | De Blogacademie

  10. Mooie indringende blogpost Kitty!

    ‘Het gaat om de gradatie’ – inderdaad!

    Als ik stukjes lees over al die afgekorte aandoeningen, denk ik vrijwel steeds: ‘Hé, daar heb ik óók wel iets van’.

    Ik denk dat min of meer complete mensen vrijwel allemaal wel diverse ‘afwijkingen’ hebben, de meeste zelfs, in meer of mindere mate.

    Een tikje op de bil of een kneepje bij het vrijen, is dat nou SM?

    Alleen al het bestaan van de roddelbladen verraadt dat ons volk bestaat uit massa’s voyeurs, in perfecte balans met een groepje exhibitionisten, resp. BN’ers.

    Iedereen is weleens achterdochtig, zonder paranoia te zijn.

    Als kind kon ik het niet laten om – onderweg naar school – vensterbanken of lantaarnpalen aan te tikken. Of om na elke vier stappen (of een veelvoud daarvan) mijn rechtervoet op de T-kruising van 3 tegels te plaatsen. Mislukte dat, dan moest ik terug, om alsnog die voet de juiste plek te laten raken.
    Mijn schoolvriendje dat meeliep, moest erom lachen, en ging mij soms nadoen.

    Kinderlijke magie, in een poging de werkelijkheid naar je hand te zetten. Vooral optredend als de werkelijkheid te groots, te spannend wordt. Zo zie ik het nu.

    Wat ik interessant vind (en een beetje mis in de blogpost en de reacties) is om te onderzoeken – door introspectie – wat de oorzaken zijn van al die eigenaardigheden.
    Ik geloof namelijk niet zo in die neurologische en dna-gerelateerde Swaabverklaringen (met uitzondering dan van de zware criminele psychotische gevallen).

    Voorbeeld. Ik heb nog nooit – fysiek of verbaal – iets ‘los’ gelaten dat zou kunnen wijzen op tourette. Maar ik snap het heel goed. Ook ik krijg in een opgekropte, onnatuurlijke situatie waarbij ‘jezelf keurig gedragen’ dwingend is, fantasieën over een scheet laten of iets onwelvoeglijks roepen. Ik zie of hoor het mezelf doen en glimlach erom, maar weet me wel in te houden. En dat Freudiaanse ‘censortje’ is dus niet bij iedereen altijd even betrouwbaar.

    Herinner me nu ineens dat ik mogelijk toch een keertje de fout ben ingegaan. Weet het zelf niet meer, maar het verhaal gaat al jaren in de familie.

    Ik was drie jaar. We zaten aan tafel voor het diner bij de bruiloft van een van mijn tantes, zus van mijn moeder.
    Die tante had gekozen voor een man van streng gereformeerde gezindte. De soep was opgeschept en toen begon het bidden.

    Er had zich al de nodige familiespanning opgebouwd en dat moet ik als kind feilloos hebben aangevoeld, hoewel ik totaal niet wist waar het over ging.
    Toen zou ik op een strategisch moment – in een korte stilte tussen twee gebedsrefreinen in – hebben geroepen:

    “Gaan we nou nog eten? De soep wordt koud!”

    Toen barstte de bom.

    Mijn opa – de vader van de bruid en haar drie zussen, onder wie mijn moeder – werd ontketend. Sloeg op de tafel en riep:

    “Godverdomme, wat is dit toch voor poppenkast hier!”

    Waarna de zwartekousenkerkers opstonden en een scène begonnen te maken. Broeders die er schande van spraken en hun vrouwen die zich bijna orgastisch verloren in glossolalie. Ongeveer zoals fanatieke islamisten heden ten dage nog reageren als er een fout grapje over hun religie wordt gemaakt.

    Gevolg: het feestje werd voortijdig afgeblazen en de biblebelters verlieten het pand met veel stampij.

    Ik had mijn zin.

    Dat leid ik tenminste af uit de vrolijkheid waarmee er – binnen onze tak van de familie – nog jarenlang over werd nagepraat.

    Misschien is het wel deze ‘incentive’ geweest (door steeds maar dat verhaal te horen) waardoor ik nog steeds de neiging voel om binnen een groep mild-ontregelend in te grijpen, als het mij allemaal wat té formeel of té inauthentiek wordt.

    En soms geef ik daar gewoon aan toe, haha!
    Arjan Gout schreef onlangs…Allemaal inschikken s.v.p.My Profile

  11. Pingback: Dol op etiketten | Jusd

  12. Pingback: wil je mijn piemel zien?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge