De Blogacademie https://www.deblogacademie.nl Leert je belachelijk goed zakelijk bloggen Fri, 24 Mar 2017 17:11:10 +0000 nl hourly 1 https://www.deblogacademie.nl/wp-content/uploads/2016/09/BA_favi.png De Blogacademie https://www.deblogacademie.nl 32 32 Waarom bloggen troosten is https://www.deblogacademie.nl/bloggen-is-troosten/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=bloggen-is-troosten https://www.deblogacademie.nl/bloggen-is-troosten/#comments Fri, 17 Mar 2017 22:42:33 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=47584 Ik wilde ook weleens vloggen. Want iedereen doet het. Maar toen ik de proefopname bekeek… Maar dit wou ik eigenlijk zeggen: Bloggen is troosten Een goed blog doet meer dan informeren. Het is een vriend. Hoe kan dat? Links bij de video: • Waarom ik niet snel rijk wil worden met mijn blog • Malou...

Het bericht Waarom bloggen troosten is verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
Ik wilde ook weleens vloggen. Want iedereen doet het.
Maar toen ik de proefopname bekeek…

Of lees de tekst

Ik dacht: ik moet nodig gaan vloggen. Want iedereen doet het nu.


Maar toen ik de proefopname bekeek, dacht ik: dat kan eigenlijk niet, hè. Iemand van 57 die gewoon voor de camera gaat. Dat ziet er niet uit.


Daar denk ik nu over na. Ben ik eigenlijk te oud? Met al die rimpels enzo?


Of is het belachelijk als je je daar iets van aantrekt?


En moet ik nou een blauw vestje aan, of kan ik gewoon aanhouden wat ik normaal aan heb? Grijs?


Echt hele lastige afwegingen, dit. En ze leiden me ontzettend af van wat ik eigenlijk wou gaan vertellen.

Maar dit wou ik eigenlijk zeggen:

Bloggen is troosten

Een goed blog doet meer dan informeren.
Het is een vriend. Hoe kan dat?


Of lees de tekst


Een goed blog schrijven, een blog waarvoor mensen terugkomen, is niet: mensen alleen maar informeren.


Het is zelfs niet: mensen inspireren of vermaken.


Een echt goed blog schrijven, contact krijgen met je lezers, lukt pas, vind ik, als je mensen troost. Je lezers. En daarmee ook jezelf.


Bloggen is troosten


En troost mag je heel ruim opvatten. Het is: mensen steunen, een hart onder de riem steken, iets vertellen over jezelf waardoor zij weten dat ze niet de enigen zijn die iets hebben (dyslexie bijvoorbeeld). Of die iets niet kunnen (spreken op een podium). Of die ergens heel erg mee zitten (ze missen iemand).


Als zelfstandige ondernemer – daar is de Blogacademie voor – is dat één van je belangrijkste doelen online: vast een band scheppen met je lezer, zodat ze later makkelijker klant worden.


En als je niks te verkopen hebt mag je ook gewóón een band scheppen. Maar het gaat om contact.


Vraag 1: hoe kwam ik daar achter?

Vraag 2: Lekker dan, moeten we nou allemaal strategisch kwetsbaar gaan zitten doen?

Vraag 3: hoe doe je het?


Vraag 1: Hoe kwam ik erachter?


In 2011 begon De Blogacademie. En in die tijd dacht ik: er moet een hack zijn, een manier om een blog snel te laten groeien. Iedereen zoekt the silver bullet: ik deed het ook.


Een half jaar lang las ik alles dat los en vast zat over bloggen. Ik las al die grote, succesvolle Amerikaanse bloggers die je vertellen hoe zij het hebben gedaan, en uiteindelijk kwam het mijn neus uit. Al die get rich quick blogs, en al die blogs in Nederland, destijds, die zeiden: je mag best een ton per jaar verdienen, online. Je bent eigenlijk een beetje een sukkel als je dat niet lukt. Kom maar hier, dan help ik je wel even.


Ik was dat zo zat. Daarom schreef ik een blog dat heette: ‘Waarom ik niet snel rijk wil worden met mijn blog.’


Ik kreeg voor het eerst 50 comments. In plaats van 3 of 4 of 10. Dat steunde me in het gevoel dat ik niet helemáál gek was, dat ik zo’n hekel had aan die hypercommerciële Amerikaanse stijl. En dat ik het niet zó hoefde te doen.


Een paar maanden later volgde ik, tijdens het schrijven van mijn blog, de twitterstream van Malou van Hintum, een journaliste die schrijft over de psychiatrie.


Zij was op een congres van pschologen en psychiaters, dat ging over ADHD. De zaal maakte zich zich ontzettend vrolijk over mensen met ADHD. Dat schoot me in het verkeerde keelgat. Ik was zo woedend dat ik  mijn blog van die dag aan de kant schoof en voor het eerst écht over mijzelf schreef.


Ik heb tics – Tourette. En ik heb ADHD


of hoe je het ook wil noemen: ik ben nogal impulsief en druk. Ik vergeet altijd dingen omdat ik allang weer met iets anders bezig ben.


En ik vond het zo erg dat zelfs psychiaters en psychologen zich niet verdiepen in hoe het echt voelt.


Ik schreef dit blog: ‘De geheime tics van een blogger.’


En daarop kwamen 100 comments. En veel mensen vonden het fijn dat ik daar over schreef.


Zo leerde ik dat het ontzettend loont om eerlijk te zijn en om jezelf te zijn, op je blog


En dat je er andere mensen ook mee helpt – in dit geval. En toen, in de zomer van 2013, onze oudste zoon overleed aan een depressie, heb ik daar óók over geschreven. Omdat ik vind dat dat stigma (vooroordeel) op mensen die het psychisch zwaar hebben, maar eens afgelopen moet zijn.


Okee. Ik heb het gemerkt hoe het werkt in de loop van de tijd, het ging vanzelf, en het liep goed af. Dat wil niet zeggen dat iederéén alles online moet delen.


Vraag 2: moet je dus strategisch kwetsbaar zijn online?


Nee. Dat hoeft niet. Schrijf gerust een blog alleen maar voor je SEO. Alleen maar omdat je goed wil scoren op zoekwoorden.


Schrijf een blog  als visitekaartje voor je bedrijf.


Maar laat je wél meer van jezelf zien, dan zul je merken dat mensen zich sneller met je verbonden voelen. Dat doen ze sowieso als je iets van jezelf laat zien, in een podcast, een video, een blog – met al die dingen kom je dichter bij je lezer.


Vraag 3: hoe doe je dat nou, een vriend zijn van je lezer?


Je wil een vriend zijn, je wil persoonlijk zijn, maar dat moet je allemaal doen in een monoloog. Want een tekst is een monoloog.


Hoe doe je dat?


Het is vooral een kwestie van anders denken. Op school leren we niks over schrijven. En als je gaat werken of studeren dan leer je om een stapje terug te doen, om meer afstand te nemen van je lezer. Je leert om onpersoonlijkere taal te gebruiken, om je juridisch in te dekken, en om je groter voor te doen.


Als je gaat bloggen moet je dat stapje weer terug doen. En sterker: je moet nog een éxtra stapje naar de lezer toe doen. Je wil een vriend zijn, dus je stijl is intiemer dan normaal.


Als je blogt stel je je in feite voor dat je een e-mail schrijft aan een goede vriend.


En qua inhoud laat je je lezer zien dat je hem echt snapt. Je beschrijft het probleem van je lezer zó dat hij weet dat jij zijn gevoelens kent.


Hoe doe je dat?


Ik geef een voorbeeld. Online marketing: waar begin je in hemelsnaam?


De intro is: je staart in een verhuisdoos. Naar een kluwen verbindingskabels. Wit, zwart, zilver: je hebt geen idee welke bij wat hoort. Je zucht. Dit kon weleens héél lang gaan duren. Als je begint met online marketing voel je je net zo.


Dus wat wil je doen om een blog te hebben waar mensen graag naar terugkomen?



  1. Wees een vriend

  2. Zet een stapje naar je lezer toe

  3. Laat je lezer merken dat je zijn emoties snapt


Links bij de video:
Waarom ik niet snel rijk wil worden met mijn blog
Malou van Hintum, een journaliste die schrijft over de psychiatrie
De geheime tics van een blogger
Online marketing: waar begin je in hemelsnaam?

 

Het bericht Waarom bloggen troosten is verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/bloggen-is-troosten/feed/ 54
Microcopy: wat zet je op je knoppen? (En waarom je wil dat je lezer grinnikt) https://www.deblogacademie.nl/microcopy-wat-zet-je-op-je-knoppen/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=microcopy-wat-zet-je-op-je-knoppen https://www.deblogacademie.nl/microcopy-wat-zet-je-op-je-knoppen/#comments Wed, 01 Mar 2017 16:26:24 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=47125 Kort is goed. En korter dan microcopy kun je het niet krijgen. Dus laten we het daar eens over hebben. Microcopy? WTF is dat nou weer? Microcopy is Engels voor: mini-tekst. Ofwel: álle kleine tekstfragmentjes op je website. En trouwens ook die in je e-mailhandtekening, op je Facebookpagina en op je visitekaartje. Waarom is microcopy...

Het bericht Microcopy: wat zet je op je knoppen? (En waarom je wil dat je lezer grinnikt) verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
illustratie bij blog over microcop: 'ik ontroerd om een button?'

Kort is goed.
En korter dan microcopy kun je het niet krijgen.
Dus laten we het daar eens over hebben.

Microcopy? WTF is dat nou weer?

Microcopy is Engels voor: mini-tekst. Ofwel: álle kleine tekstfragmentjes op je website. En trouwens ook die in je e-mailhandtekening, op je Facebookpagina en op je visitekaartje.

Waarom is microcopy belangrijk?

Omdat het in het leven altijd gaat om de kleine dingen.

Het is je tagline die je lezer laat grinniken. Je 404-tekst legt een hand op zijn schouder. En het regeltje bij je verkoopknop geeft hem een duwtje in zijn rug.

Kortom:

Met goede microcopy doe je drie dingen:

  1. Je maakt je website, de online versie van jezelf, menselijk: met verrassing, met humor, en soms zelfs met eh.. schoonheid
  2. Je helpt je lezer de weg vinden
  3. En je stelt je lezer gerust

En het mooie is: goede microcopy kost je géén moeite, je maakt er iedereen blij mee én het is het beste medicijn voor je zelfvertrouwen als webschrijver.

Wacht, ik geef een voorbeeld

Kijk. Zo kan het natuurlijk, een button op een inschrijfformulier voor je nieuwsbrief:

verzend: een voorbeeld van saaie microcopy

Maar waarom, waarom, waarom schrijf je niet gewoon wat we allemaal écht denken? Zodat je lezer gelooft dat je een mens bent, en geen instituut?

microcopy op button nieuwsbrief

‘Aha. Dusse.. ik moet gewoon leuke dingen op mijn buttons zetten?’

Ja. En nee. We hebben het over:

  • je tagline
  • je mini-homepage-tekst
  • je pop-up
  • de aanwijzingen op je contactformulier
  • de foutmeldingen op je inschrijfformulier
  • het tekstje op je 404-pagina
  • de trefwoorden in je navigatiebalk
  • de tekst die een lezer ziet als hij zich uitschrijft voor je nieuwsbrief
  • de miniverkoopboodschapjes op de productpagina in je e-book
  • je out of office reply
  • en ja, je buttons
  • enzovoorts

Vaak zijn die mini-tekstjes aanmoedigingen. Nudges, op plekken waar je je lezer verder wil laten lezen. Of waar je hem wil laten klikken.

klik dan microcopy op button voorbeeld

Kijk, en nóu wordt het interessant

Want een lezer weet natuurlijk heel goed dat jij wíl dat hij klikt. Of leest. Of koopt.

Maar ja, jij kunt wel zovéél willen. Je lezer heeft een fijne Zuid-Afrikaanse thriller van Deon Meyer klaarliggen én de hond wil naar buiten. Een knappe jongen, dus, die hem óók nog op die knop van jou laat klikken. Voor een nieuwsbrief, notabene. Net nu hij zijn iPad wil wegleggen.

Nou. Op zó’n moment helpt goede microcopy.

‘Pardon? Je wil toch niet beweren dat één kek tekstje op een knop opeens tot fantastisch veel aanmeldingen leidt?’

Nee. Dat lukt je niet met één kek tekstje. Maar verdomd als het je op den duur niet lukt als je hele wébsite de juiste toon aanslaat. Inclusief je buttons.

Want eigenlijk moet je het omdraaien: je microcopy moet net zo leuk zijn als de rést van je tekst

Het maakt namelijk he-le-maal niks uit hoe je het noemt. Microcopy, macrocopy, lang of kort: tekst is gewoon tekst.

voorbeeld button met alternatieve microcopy

De toon van je microcopy is hetzelfde als de toon van je macrocopy

Een website kan informatief zijn. Of behulpzaam. Of ondersteunend. Of geestig. Whatever.

Maar een geestige website heeft geestige verkooppagina’s, geestige aboutpagina’s, geestige blogposts, geestige 404-pagina’s, een geestige contactpagina, geestige paragrafen, geestige zinnen, geestige foto’s én geestige mini-tekstjes.

En een behulpzame website heeft behulpzame.. Je snapt het.

Voorbeelden zien?

1. Mini-tekstjes maken je webtekst menselijk:

Humor helpt om de weerstand van je lezer tegen het inschrijven op een nieuwsbrief te verlagen:

nieuwsbrief humor in microcopy Evelyne Hermans

Evelyne Hermans laat merken dat ze je nieuwsbriefmoeheid snapt

Humor helpt ook om je ergernis over wéér zo’n irritante captcha te neutraliseren:

Els Brouwer gebruikt microcopy tegen captcha-irritatie

Els Brouwer maakt een grap over captcha’s

En visuele humor in een pop up? Vooruit, dat noemen we óók microcopy:

beeldgrap is ook een vorm van microcopy: een emmer op je hoofd bij fotograaf Lucy Lambriex

Fotograaf Lucy Lambriex maakt een beeldgrap in haar pop up: voor als je er tegenop ziet om op de foto te gaan.

Van elk van deze drie vrouwen hebben we iets van hun persoonlijkheid gezien. We hebben een beeld voor ogen, we vóélen iets bij ze. Hun websites zijn voor ons niet langer standaard:

slechts voorbeeld van microcopy op nieuwsbrief-aanmeldformulier

…aanmeldformulier zonder gezicht…

Dat helpt.

2. Mini-tekstjes wijzen je lezer de weg:

Misschien is jouw website serieus. Maar behulpzaam. Dat wil je, bijvoorbeeld, óók laten zien in je knoppen:

De Makkelijke Moestuin zet behulpzame tekst op hun knoppen

De Makkelijke Moestuin maakt groente verbouwen haalbaar voor iederéén. Ze verlenen service. Ze helpen. Overal. Ook met de concrete inhoud van hun knoppen

En om er even een buitenlands voorbeeld tussendoor te gooien: kijk eens hoe goed Bit.ly de schaarse ruimte in het tekstvak gebruikt om je te helpen:

bitly's microcopy: aanwijzingen

Bit.ly belooft je inzicht en helpt je met concrete aanwijzingen

In het tekstvak staat wat je er kunt doen – een link plakken – én dat Bit.ly hem dan voor je verkort. Op de knop staat nog eens wat er gebeurt als je klikt: shorten.

100% gebruiksvriendelijk.

Zowel de Makkelijke Moestuin als Bit.ly leggen je uit waar je bent, hoe het werkt en wat je volgende stap is.

3. Mini-tekstjes stellen je lezer gerust:

Als een nieuwe lezer op je website komt, heeft zij geen idee of je wel deugt. Het enige waar ze op af kan gaan is je vormgeving, je beeldmateriaal en je teksten.

Stel: ze wil misschien een cursus bij je doen. Misschien. Maar ze wil eerst wat informatie. Of ze wil meedoen aan een selectie, maar ze vraagt zich af of ze dan ook meteen moet betalen, als ze die haalt.

Wat doe je dan als webmaster?

voorbeeld van microcopy die lezer gerust stelt

..een dubbele geruststelling…

Je stelt je lezer nog een keertje éxtra gerust.

Of stel: je hebt snel een kado nodig. Je moet het echt morgenmiddag hebben. Wat schrijft Bol.com bij elke verkoopbutton?

bol.bom: minitekst over levertijd bij eke knop

…de levertijd staat bij elke knop…

Die hulptekstjes zijn dus shotjes empathie

Ze zijn voorkomend. Galant. Gastvrij. Ze wijzen je als lezer de weg. Ze houden er rekening mee dat je gehaast bent, en dat je online weinig tijd neemt om je te oriënteren.

En als je geluk hebt, doen ze het nog met humor óók.

microcopu is gastvrijheid

…shotjes empathie…

Het mooie is: dat kun jij ook

Je bent immers een zelfstandige dienstverlener? Dan mag je gewoon jezelf zijn op je site.

Dus hang je colbert over je stoelleuning en schop die ongezonde pumps in de hoek: het is tijd om je te ontspannen. Trek een t-shirt aan. Pak een joggingbroek. Get real.

Niemand wil zaken doen met een instituut.

PS

maak buttons 40 pixels hoog voor mobiel

Knoppen voor mobiel moeten 40 pixels hoog zijn. Dan zijn ze makkelijker te bedienen. En vanaf ergens in 2017 beoordeelt ook Google je website allereerst op zijn mobiele versie.

PS

Het valt nog niet mee, snel voorbeelden vinden van geestige microcopy. Heb jij wat moois op je website, of heb je ergens anders iets gezien? Zet een screenshotje in de comments, met een link naar de pagina. Als je wil geef ik je zaterdag commentaar. Of suggesties.

Het bericht Microcopy: wat zet je op je knoppen? (En waarom je wil dat je lezer grinnikt) verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/microcopy-wat-zet-je-op-je-knoppen/feed/ 48
Why bad search results drive out good content (and what we can do about it) https://www.deblogacademie.nl/why-bad-search-results-drive-out-good-content/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=why-bad-search-results-drive-out-good-content https://www.deblogacademie.nl/why-bad-search-results-drive-out-good-content/#comments Fri, 17 Feb 2017 11:49:19 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=46743 Just this once, I’m writing a post in English for the benefit of my international friends. So listen up. If you’re Dutch, there’s an 80% chance you shop at Albert Heijn’s. If you’re not a vegetarian, there’s a 100% chance you’ve bought their ground beef. More than once. Wait, but why the heck would you?...

Het bericht Why bad search results drive out good content (and what we can do about it) verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
Why bad search results drive out good content

Just this once, I’m writing a post in English for the benefit of my international friends. So listen up.

If you’re Dutch, there’s an 80% chance you shop at Albert Heijn’s. If you’re not a vegetarian, there’s a 100% chance you’ve bought their ground beef. More than once.

Wait, but why the heck would you? Every single time you prepare it:

• you turn on the heat
• you drop a large chunk of Hallelujah it’s real butter in your best cast-iron pan and wait for it to sizzle
• and then you gently slide in the beef, licking your lips at the thought of that crispy brown crust that will soon emerge

Except it never does, does it?

Because within seconds your minced meat is swimming in a pool of water, which takes ages to evaporate. And you’re left with a sad-looking mass of shriveled greyish-brown strands.

And yet you keep buying the beef

Because you’re a sucker.

It’s not even that you’re letting Albert Heijn get away with flash freezing your meat before they mince it, mangling its structure so badly in the process that it won’t be able to retain its fluids: you just don’t notice. You’re convinced that’s the way minced meat is supposed to be.

And that, my friend, is how bad meat drives out the good meat from your local butcher. By being cheaper and more readily available. By becoming the standard.

And that’s how Google operates, too

Call me arrogant if you will, but for months now I have been wondering why some of my better posts are getting overtaken left, right and center by dull content in Google’s search results. I mean: the type of content that Google seems to favor right now: encyclopedic posts, explaining a concept – say: bread – from A to Z.

The kind of post that starts with some dictionary or Wikipedia definition. Followed by paragraphs devoted to every possible search result angle of bread, typically rehashed scrape-offs of popular blogs. For example:

Bread

The etymology of
The history of
The taste of
The necessaries for the baking of
The preparations for the baking of
The baking of
The various alternative ways of the baking of
The appreciation of – in several cultures
The storage of
The various other uses of
And everything else of

But Google is a moron

It measures anything but quality. Which gets you wondering.

Why, if computers can already write better than most people, can’t Google distinguish good writing from watered down SEO (Search Engine Optimization)-driven content? Why do badly designed websites with sloppily thrown together content win out, when Google knows that people really prefer beauty?

I guess, in the end, that Google doesn’t care.

Of course, what Google does care about is making money. SEO-consultants will eagerly tell you that if it wants to keep making money, Google has to keep offering its visitors the best possible search results.

But I have my doubts. What’s more likely is that Google needs to give its visitors only the type of result they’ve come to expect.

With millions of online publishers dancing to its tune, Google is setting the standard. And right now, it’s allowing dull search results to drive out fine content fast.

Now what?

There is only one solution: screw Google.

Do not let an algorithm define you.

Write your best pieces the way you want. Drop in a keyword if you really must. But don’t let Google dictate your writing – or die a thousand creative deaths.

It’s up to you, really.
It always was, and it always will be.

comments die zin hebben

PS

Bad money drives out good money is a monetary law, named after the Englishman Thomas Gresham. It states that if you can pay with different types of commodity money (money whose value comes from a commodity of which it is made), the more valuable commodities will disappear from circulation.

But Greshams Law can also be applied to other areas. As antropologist Gregory Bateson has declared: ‘There seems to be something like a Gresham’s law of cultural evolution according to which the oversimplified ideas will always displace the sophisticated and the vulgar and hateful will always displace the beautiful.’

(To be honest, he added: ‘And yet the beautiful persists.’)

 

PS. Thanks for editing my English, Kumar Jamdagni.

Het bericht Why bad search results drive out good content (and what we can do about it) verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/why-bad-search-results-drive-out-good-content/feed/ 55
Wat je van bergbeklimmen leert – zelfs als je er niks van kunt https://www.deblogacademie.nl/bergbeklimmen-wat-leer-je-er-van/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=bergbeklimmen-wat-leer-je-er-van https://www.deblogacademie.nl/bergbeklimmen-wat-leer-je-er-van/#comments Tue, 31 Jan 2017 14:30:27 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=46546 Echt, zegt marketingblogger Elja Daae: het klikloze internet is nabij. Linken naar je blog, op social media? Niet meer nodig. Wees enkel waar je lezers zijn. Ze wijst op een nieuwsmedium als Now This, dat zelf alvast doet alsof het zónder website kan. Copywriter en SEO-er Roy Ishak opperde laatst dat Google websites mischien wel...

Het bericht Wat je van bergbeklimmen leert – zelfs als je er niks van kunt verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
bergbeklimmen, het internet en Donald Trump

Echt, zegt marketingblogger Elja Daae: het klikloze internet is nabij.

Linken naar je blog, op social media? Niet meer nodig. Wees enkel waar je lezers zijn. Ze wijst op een nieuwsmedium als Now This, dat zelf alvast doet alsof het zónder website kan.

NOW This: homepage van een nieuwsbedrijf dat doet alsof het geen website nodig heeft

…een homepage? Oud…

Copywriter en SEO-er Roy Ishak opperde laatst dat Google websites mischien wel helemáál overbodig gaat maken. ‘Google verzamelt al jaren lezersvragen, via zoekmachines. En antwoorden; die halen ze van onze websites.

En nu beginnen ze de antwoorden steeds vaker zélf te geven, in plaats van nog naar onze websites te verwijzen. Dus straks vragen jouw lezers misschien wel aan Google Assistent hoe je een blog schrijft.’ Hij knipoogde vrolijk en bestelde nog twee cappucino’s.

…Google Assistent: antwoordt op hardop gestelde vragen…

Marketingblogger Mark Schaefer moest 10 blog posts beoordelen. Twee van zijn drie winnaars, ‘extremely well-written, well-researched, and interesting’, bleken geschreven door computers. Schaefer voorspelt dat 75% van het nieuws in 2020 van robots komt. Afgelopen zomer meldde Associated Press al dat het 10.000 minor league baseball games per jaar met automated writing services gaat verslaan.

Ik vind het niet gezellig

Computers die beter schrijven dan mensen. Google dat ons niet meer nodig heeft. Donald Trump. Geert Wilders. Het broeikaseffect.

Nee, laat ik eerlijk zijn: ik vind het fucking scary.

Ik slof al een paar weken moedeloos door het huis. Maar Hij Die Niet Genoemd Wil Worden heeft nergens last van. Hij grinnikt om de Trump-cartoons: ‘Daar gaan we nog een boel plezier aan beleven.’

Ik schud mijn hoofd. ‘Hoe kun je dáár nou blij om zijn? Die man gaat over nucleaire wapens.’

HDNGWW trekt zijn bezwerende gezicht: ‘Het is niet jouw leven. Je kunt er niks aan doen. Dus zet het uit je hoofd.’

Dat is het mooie van een goed huwelijk

Je kent elkaar zo goed dat de gesprekken nog maar héél kort hoeven duren.

‘Maar hoeven we helemaal -‘

‘Nee.’

‘Dus ik kan gewoon -‘

Slap af.

Toen ik studeerde was ik bergbeklimmer

Een slechte. Ik geef het direct toe: hoger dan niveau 4 klom ik nooit – zeg maar: zwemdiploma A.

Want eigenlijk was ik bang voor alles: voor haken die konden losschieten, voor touwen die konden knappen, voor afbrokkelende rotsen en voor mijn eigen onhandigheid. Eigenlijk was ik alleen maar lid van een Studenten Alpenclub voor de kampeerweekenden in België, en voor de mensen. Veel klimmers zijn eigenwijze individualisten. Gezellig.

Zo kwam ik ook in de Alpen. Daar leerde ik dat ik nog véél banger was voor ijsklimmen, voor gletscherspleten en voor ijzeren voorwerpen die gaan zingen bij naderend onweer.

Toch heb ik van dat beetje klimmen veel geleerd.

Dat je veel méér kunt dan je denkt, bijvoorbeeld

12 uur weeën opvangen is te doen, als je het net zo bekijkt als de aanloop naar een berghut. Je loopt zo rustig dat je het uren vol kunt houden, je blijft in de cadans, en je denkt niet aan hoe lang je nog moet stijgen.

Dat je je angst soms moet vergeten, omdat je anders zéker valt

Als je met je tenen op een richeltje staat, moet je je niet stijf tegen de rotswand drukken. Je gewicht rust op je voeten: je kunt de zwaartekracht alleen benutten als je ontspannen naar achteren leunt.

En dat je niks voorstelt tegenover de natuur

Een bange bergbeklimmer kan beter gaan wandelen. Maar ook een wandelaar kan verdwalen, in onweer terecht komen, of in een steenlawine. De natuur heb je niet in de hand: je kunt je alleen zo goed mogelijk voorbereiden.

Met de wereldgeschiedenis is het net zo

Ik breek mezelf nu al weken het hoofd over of ik nou wel of niet naar Amerika kan vliegen. Tenslotte blijkt de opwarming van de aarde elke keer wéér harder te gaan dan we vreesden. Ik vind eigenlijk dat het allang niet meer kan. Mijn Amerikaanse vrienden snappen er niks van, en Schiphol blijft ook uitbreiden. Toch koop ik maar steeds geen ticket.

En nee, daarmee verandert er niks. Ik vóél me alleen wat beter.

En dan die snelle ontwikkelingen op internet

Onlangs las ik in het beroemde handboek The Universal Principles Of Design, van William Lidwell, over het principe van convergentie (naar elkaar toe groeien). Vrij vertaald:

Systemen die het best aansluiten bij de mogelijkheden die de omgeving biedt, hebben de meeste kans op succes. De rest verdwijnt.

Bijvoorbeeld: vogels, vleermuizen en vlinders zijn allemaal via verschillende ontwikkelingsprocessen gaan vliegen. Maar álle aanpassingen in vliegende organismen – in miljoenen jaren – hebben uiteindelijk geleid tot het slechts twee vliegsystemen : zweven en flapperen.

Bij menselijke ontwerpen gaat het veel sneller

Alle auto’s hebben, na slechts een paar decennia, vier wielen en een stuur.

Hoe meer overeenkomst er is tussen de bestaande systemen, hoe stabieler en levensvatbaarder ze zijn.

Instabiele omgevingen, waarin de systemen weinig convergent zijn, zijn onderhevig aan ingrijpende experimenten en innovaties. Aan een snelle en ontwrichtende evolutie.

Voilà: de staat van het internet in februari 2017.

Er is geen houvast, er zijn geen bewezen strategieën. Wat gisteren werkte, is volgende week passé.

Zandkorreltjes zijn we

Ruimtegruis.

 

 

een app om je problemen in de juiste verhoudingen te zien

…klik op het plaatje voor een gratis meditatie-app, om alles even in perspectief te zien…

 

Het bericht Wat je van bergbeklimmen leert – zelfs als je er niks van kunt verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/bergbeklimmen-wat-leer-je-er-van/feed/ 40
Hoe krijg je betere comments op je blog? https://www.deblogacademie.nl/hoe-krijg-je-betere-comments-op-je-blog/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=hoe-krijg-je-betere-comments-op-je-blog https://www.deblogacademie.nl/hoe-krijg-je-betere-comments-op-je-blog/#comments Fri, 20 Jan 2017 10:34:17 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=46348 Comments. Laten we het daar eens over hebben. Want zonder commentaren is er niks aan, aan bloggen. Een blog is een gesprek. Dus je wil graag antwoord. Anders hou je het niet vol. De vraag is dus: Hoe krijg je meer comments? En ook: hoe krijg je bétere comments op je blog? Ik zal niet...

Het bericht Hoe krijg je betere comments op je blog? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
maak je comments gebruiksvriendelijk

Comments.
Laten we het daar eens over hebben.

Want zonder commentaren is er niks aan, aan bloggen. Een blog is een gesprek. Dus je wil graag antwoord. Anders hou je het niet vol.

De vraag is dus:

Hoe krijg je meer comments? En ook: hoe krijg je bétere comments op je blog?

Ik zal niet roepen: dan moet je maar beter schrijven. Of mooiere filmpjes maken. Nee: ik wil het hebben over gastvrijheid. Ofwel over de gebruiksvriendelijkheid van je commentaarhoekje.

Stel: ik heb net een serieus commentaar onder iemands blog geschreven. En ik krijg dit te zien:

hoe krijg je betere comments

Je moet je abonneren op comments

Een uitnodiging om me te abonneren op volgende comments op dezelfde post.

Dan denk ik: eh… op wélke volgende comments?

Sja. Op alle. Dus als het een populair blog is, of een verhitte discussie, krijg ik nog 62 vervolgmailtjes in mijn inbox.

Aha. Ik dacht het niet.

Bovendien krijg ik óók meteen een uitnodiging om me te abonneren op de blog updates van deze site. Dat zijn twee keuzes tegelijk: dubbele kans dus dat ik geen van beide aanvink.

Overigens: er zijn WordPress plugins die je lezers de kans geven om zich alléén te abonneren op de reacties op hun eigen commentaar. Send Email Only On Reply To My Comment, bijvoorbeeld. Maar eerlijk gezegd wil ik ook dát niet. Rot op met je vinkjes, denk ik eigenlijk. Ik heb het al druk genoeg.

Ook niet erg gastvrij is dit:

een captcha zorgt niet voor meer comments

Een captcha is onnodig

De lezer moet een captcha invullen vóór hij een comment mag plaatsen. Een Completely Automated Public Turing Test to Tell Computers and Humans Apart.

Een onnodige barrière. Als je Akismet hebt geïnstalleerd tegen spam, en een programma als Wordfence tegen allerlei andere bedreigingen, en als je je comments netjes modereert komen spammers er niet doorheen.

Je gaat mensen die in de kroeg een praatje met je willen maken toch ook niet eerst fouilleren?

En als je nou denkt: zeg, overdrijf je niet een beetje? Dan zeg ik: nee.

Want heb je enig idee hoe wéínig mensen maar commentaar leveren?

Nooit meer dan een paar procent, blijkt elke keer weer als bloggers gaan tellen. Ga maar na: mijn blog heeft een gemiddeld aantal comments van, schat ik, 50. Een paar daarvan zijn tweets, en van de rest bestaat bijna de helft uit antwoorden van mij. Dus laten we zeggen dat ik 30 echte comments krijg per blog. Dat is maar krap 1% van het aantal mensen dat vandaag mijn blogupdates krijgt: 3879.

De meeste mensen reageren nooit. Dus als je ergens op je website op gebruiksvriendelijkheid wil letten, is het daar. Want elke tiende procentje telt.

We moeten dus eerst alle drempels weghalen

Ofwel: álles uit je commentaarvelden verwijderen dat bij je lezer kan leiden tot ergernis, of tot verwarring, of aarzeling.

Een voorbeeld? Dit commentaargebied vind ik te druk:

teveel icoontjes bij de comments

Visueel verwarrend

Een lezer ziet aan twee kanten én onder de commentbox icoontjes. Als je niet zo ervaren bent, of als je niet rustig kijkt, denk je al gauw dat je moet inloggen op één van je social media accounts om commentaar te geven. Zoals bij Disqus. Een extra hindernis. En als je twijfelt of je wel of niet zult reageren, slaat de balans al gauw door naar: teveel gedoe. Ofwel: rot op met je vinkjes.

Even samenvatten tot hier. Hoe maak je commentaar geven makkelijker?

visueel overzichtelijk
geen captcha’s of andere bevestig-dat-je-een-mens-bent boxjes
je lezer hoeft zich niet te abonneren op vervolg-commentaar
je lezer hoeft niet in te loggen op je website of op een dienst als Disqus om commentaar te mogen leveren

Als dit de enige eisen zouden zijn, konden we gewoon het standaard WordPress-commentaarsysteem gebruiken. Maar we willen méér.

Omdat we allemaal zowel schrijvers als lezers zijn, weten we eigenlijk best wat commentatoren fijn zouden vinden.

Wat willen je lezers kunnen doen in je comments?

editen

We zijn allemaal weleens slordig, we maken typefouten, of we hebben spijt van een commentaar. We willen we onze comments daarom het liefst zelf kunnen editen. Of verwijderen. Net zoals dat op Facebook kan.

bericht

Als je een béétje lijkt op mij heb je geen zin om je op comments te abonneren. Maar je wil het wél weten als er een reactie is op jouw comment. Disqus stuurt mensen die commentaar hebben gegeven een e-mail met het originele commentaar en de nieuwe reactie. Ik vind dat prettig. En als er een interessant argument in de reactie staat, ga ik bijna altijd terug naar het blog om de discussie voort te zetten. Dat kan via dezelfde e-mail. Dat wil ik, maar dan zonder Disqus.

een link plaatsen

Soms wil je na het lezen van een blog een aanvulling geven waarvoor je een link moet plaatsen. De blogger moet zijn veiligheidseisen niet zo hoog opschroeven dat dat helemaal niet meer kan.

plaatjes

Echt leuk is het om soms een plaatje toe te kunnen voegen. Gewoon, omdat je iets wil delen. Of voor de lol.

En wat wil je graag als blogger?

comments van elders importeren

De discussies spelen zich allang niet meer enkel af onder blogs. Integendeel: Facebook en andere sociale media proberen gebruikers zoveel mogelijk binnen te houden, en lezers staan er vaak niet eens meer bij stil of ze nou op Facebook of Linkedin of onder je blog reageren.

Toch wil ik, als blogger, de reacties van lezers onder mijn eigen blog terugzien. Ik gebruik daarom al jaren, zonder gewetensbezwaren, een plugin die tweets over mijn blogs ophaalt en ze onder mijn blog zet. (Let op de benodigde hack, in de PS). Ik wil nu óók de commentaren van lezers die op Facebook reageren, onder mijn blog zetten.

En ik wil geen uitwisseling met Facebook: ik wil geen Facebook-comments-box onder mijn WordPress blog. Nee, ik wil alléén de Facebook comments importeren in WordPress.

Hoe regel je dat?

Tot nu toe gebruikte ik de premium versie van Commentluv. Commentluv geeft commentaargevers de kans om hun eigen laatste blog te laten zien onder hun commentaar. Maar die functie had ik lang geleden per ongeluk uitgezet, en nooit gemist. De enige functie die ik nog gebruikte was Replyme: Commentluv stuurt, net als Disqus, een bericht bij reacties op jouw commentaar.

Toen ik naar nieuwe plugins ging zoeken, las ik dat de maker van Commentluv zijn werk heeft moeten beeindigen. Een extra reden om van Commentluv af te stappen.

Via de handige website WPbeginner.com vond ik een plugin die aan bijna alle eisen leek te voldoen: de:comments. In de:comments kun je plaatjes invoegen, en zelfs citaten. Andere lezers kunnen je comments een plusje of een minnetje geven – een leuk experiment.

zo krijg je betere comments

De:comments

Maar helaas moet je je ook hier abonneren op reacties op jouw commentaar. En dat moet dan ook nog via een brief-icoontje in de rechterbovenhoek. Dat is verwarrend voor je lezer – geeft hij zich niet op voor de nieuwsbrief? De rechterbovenhoek is een plek die je bovendien gauw over het hoofd ziet.

comments worde niet beter met pictogrammen

Pictogrammen zijn soms multi-interpretabel

Dus ik moest zelf iets verzinnen

Eerst het belangrijkste: een programmaatje dat commentatoren een email stuurt als er een reactie is op hun comment. Zodat je discussies mogelijk maakt onder je blog. Maar zonder vinkjes en zonder inloggen:

Replyme

Replyme wordt al jaren niet meer onderhouden. Daarom dacht ik dat hij onveilig was. Maar ik heb het nagevraagd bij een goede programmeur. Die schrijft:

Voor zover ik kan zien is replyme gewoon veilig. Als je enkel gebruik maakt van de standaard WordPress hooks en niet zelf data gaat inserten oid dan is het gewoon safe. WordPress zelf valideert en beveiligt die dingen namelijk.

We hebben het zelf even getest en hij werkt prima:

replyme voor betere discussies onder je blog

Replyme stuurt je een mail als iemand op je comment reageert

Facebook Comments Importer Pro

Met Facebook Comments Importer Pro kun je comments van je Facebook pagina én van je gewone account importeren in WordPress. Met de gratis Facebook Comments Importer kun je alleen comments van je Facebook pagina importeren. Ze komen netjes tussen je andere comments te staan. Je keurt elk comment vooraf goed, dus je houdt alle vrijheid.

NB: Ik ben hem nog aan het testen. Hij importeert soms de comments op verkeerde posts, ik ben nog niet helemaal tevreden. Ik zal deze post updaten als ik een eindoordeel heb.

Eindoordeel, een maand later: De plugin blijft alle FB comments steeds opnieuw importeren, dus ik moet eindeloos dezelfde comments deleten. En elke week méér. De maker antwoordt niet op vragen. Dus helaas, ik gooi hem eraf.

Simple Comment Editing

Een WordPress plugin die je lezers toestaat om hun comments te editen. Gebruik dit blog bij de installatie.

een plugin om je comments achteraf te editen

Je comments editen na plaatsing

Op mijn eigen website kun je je tekst nu tot 5 minuten na plaatsing veranderen, of verwijderen. En voor dyslectici en buitenlanders zit er zelfs een spellingscontroleur op. Die had van mij dan wel weer achterwege mogen blijven. Misschien laat ik die nog verwijderen.

Een extra voordeel voor sitebeheerders is dat je comments met deze plugin vanaf de voorkant van de website kunt veranderen of verwijderen. Die van jou én die van lezers.

Plaatjes toevoegen: kan met Comment Attachment

Comment attachment maakt het mogelijk om allerlei files in een comment te plakken. Ik wil alleen foto’s toestaan. Ik gebruikte deze post bij de installatie.

NB. In de comments bij dit blog staan een paar foto’s gedraaid. De maker van de plugin antwoordt niet op vragen, dus ik heb het zelf even getest. Ik vermoedde dat hij alleen liggende foto’s accepteert, maar dat is niet zo: zie deze comment. Dan heeft het mogelijk te maken met de originele draairichting van de camera bij het nemen van de foto. Ik kan me indenken dat sommige programma’s daarvoor corrigeren, en dat die correctie hier niet gebeurt.

En hoe ziet het er nu uit onder mijn blog?

betere commentaren met meer slimme plugins

Zo ziet het er nu uit

plaatjes in je blogcomments laten zetten

Het resultaat, plus de editor om de tweet nog aan te passen

En dan nog even over die gastvrijheid

Toen ik journalist was kreeg ik nooit commentaar op mijn stukken. Niet van de krant en niet van lezers. Het was een eenzaam bestaan.

Nu ik blog zetten mensen er soms wél onder wat ze vinden. En dáárom geef ik antwoord op alle comments. Uit dankbaarheid.

En omdat ik het leuk vind om te sparren.
En sóms om een beetje te jennen.

comments die zin hebben

Lees ook: Hoe je moeiteloos de comments krijgt die je verdient

 

Het bericht Hoe krijg je betere comments op je blog? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/hoe-krijg-je-betere-comments-op-je-blog/feed/ 60
Taal-overgevoeligheid, wat doe je er aan? https://www.deblogacademie.nl/taal-overgevoeligheid-wat-doe-je-er-aan/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=taal-overgevoeligheid-wat-doe-je-er-aan https://www.deblogacademie.nl/taal-overgevoeligheid-wat-doe-je-er-aan/#comments Fri, 06 Jan 2017 10:49:44 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=46082 Ik trok de pyjama over het hoofd van mijn oudste zoon. Ik sloeg een kinderboek open. Ik las de eerste bladzijde voor. ‘Hou maar op’, zei hij. ‘Dit is niks.’ Zes jaar later. Ik zat op de rand van het bed van mijn jongste zoon. Ik opende een kinderboek. Ik las de eerste alinea voor. ‘Doe alsjeblieft een ander boek’, zei hij. ‘Ik kan er niet naar...

Het bericht Taal-overgevoeligheid, wat doe je er aan? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
overgevoelig voor tekst en beeld

Ik trok de pyjama over het hoofd van mijn oudste zoon. Ik sloeg een kinderboek open. Ik las de eerste bladzijde voor. ‘Hou maar op’, zei hij. ‘Dit is niks.’

Zes jaar later. Ik zat op de rand van het bed van mijn jongste zoon. Ik opende een kinderboek. Ik las de eerste alinea voor. ‘Doe alsjeblieft een ander boek’, zei hij. ‘Ik kan er niet naar luisteren.’

Ik sta in de boekhandel. Ik pak een thriller van een pallet, in Nederlandse vertaling. Ik lees de eerste vijf regels en sla het geschrokken dicht. Het Engels schemert overal doorheen.

Taal-overgevoeligheid, het zit in de familie

Vroeger zag ik het als iets goeds. Als een talent. Ik zag het zelfs als fijnbesnaardheid.

Ik ging er ook van uit dat iederéén het had. Of liever: ik snapte het niet als anderen het niet hadden.

Net als toen zoon-twee en ik bedachten dat hij zijn klasgenootjes kon leren om origami-kraanvogels te vouwen. Voor in de kerstboom. Na een kwartier zaten verschillende kleuters te huilen. Ze kregen het niet voor elkaar. Ik sloeg mezelf voor mijn kop – ik had me niet gerealiseerd dat niet élke vijfjarige kan origamo-en. We zijn blind voor wat voor onszelf gewoon is.

Het lijkt me wel een typische tekstschrijversafwijking, overgevoeligheid voor taal

Met fijnbesnaardheid heeft het verder weinig te maken. Ik weet nu dat bijna iederéén kan leren schrijven, ofwel: dat iedereen kan leren luisteren naar het ritme van een tekst. Iedereen kan leren om lijdende vormen te vermijden en om verse beelden te gebruiken. Heck, bijna iedereen kan zelfs in een paar weken leren hoe je dialoog en karakter en omgeving soepel verwerkt in een verhaaltje met een plot. (Die snelheid kwam als een volslagen verrassing, ook voor mij.)

Mijn overgevoeligheid is eerder dwangmatig. Als je het niet kunt velen dat het ritme van een tekst niet klopt, als je het haast persoonlijk opvat als een schrijver een cliché gebruikt, als je wil gillen omdat een dialoog niet natuurlijk klinkt: dan ben je een overgevoelig type.

Dus wat is nou eigenlijk het probleem hier?

Ik ben het probleem. Mijn eisen zijn idioot hoog, omdat mijn taalgevoel te strak staat afgesteld. Ik eis perfectie waar 75% ook al heel mooi zou zijn. Of 60. Eigenlijk ben ik gewoon fucking irritant.

ervaring met karakter cursus kitty kilian

Veeleisend

In het normale leven kom je niet weg met zulke eisen. Maar als schrijfdocent maak je je eigen regels.

Ik heb het trouwens niet alleen met taal

Slordige websites, daar kan ik óók niet tegen. Websites met rommeltjes. Websites met foto’s die niet netjes zijn uitgelijnd, bijvoorbeeld, niet allemaal even breed als de tekst:

gevoeligheid voor plaatjes en tekst

Daarom ben ik opgehouden met critiques. Want ik krijg een slecht humeur als iemand vijf fonts door elkaar gebruikt. Of twaalf kleuren. En als hij dat eigenlijk wel prima vindt.

Wat nou, prima? Het moet gewoon helemaal goed, recht, strak, een klare lijn, alles in dezelfde stijl.

Schilderijen hang ik ook recht. Overal. Het komt zelfs voor dat ik bij iemand anders een vaatdoek over het aanrecht haal. Ik kan slecht tegen waterdruppels op glad staal.

Het is maar goed dat ik geen ontwerper ben geworden.

Zijn alle tekstschrijvers zulke lastige types?

Integendeel. Succesvolle tekstschrijvers zijn toegeeflijk en sociaal. Ze snappen hun lastige klanten en zoeken een middenweg zonder zich op te winden. Ze leven zich in. Ze zeggen niet: u bent een prutser. Ze zeggen: dit is mooi uitgangsmateriaal.

Ik ben dan ook geen tekstschrijver. Ik ben een schrijfdocent. Eentje die haar cursisten tot wanhoop drijft, maar die toch goede beoordelingen krijgt.

Ik snap het zelf niet. Echt niet.
Ik haat mezelf. Vandaag in elk geval.
Het leven is een raadsel.

blad

Lees ook: Waar komt taalkundige preutsheid vandaan?

 

Abonneren? >iTunes

Het bericht Taal-overgevoeligheid, wat doe je er aan? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/taal-overgevoeligheid-wat-doe-je-er-aan/feed/ 83
Beeldend schrijven: wil je een saaie tante of een blozend bruidje? https://www.deblogacademie.nl/beeldend-schrijven/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=beeldend-schrijven https://www.deblogacademie.nl/beeldend-schrijven/#comments Fri, 23 Dec 2016 12:32:56 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=45932 Soms is de Nederlandse taal je saaiste tante. Zo’n tante die op je achtste verjaardag komt aanzetten met een rekendoos. Neem nou de term beeldend schrijven. Wie wil dát in godsnaam leren? Het voelt als een verplichte pianoles. Het ruikt naar oude gymzaal. Terwijl het – in reality – de belangrijkste techniek is om je tekst leesbaar te maken. Er is geen bestseller-auteur...

Het bericht Beeldend schrijven: wil je een saaie tante of een blozend bruidje? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
beeldend schrijven is concreet schrijven

Soms is de Nederlandse taal je saaiste tante. Zo’n tante die op je achtste verjaardag komt aanzetten met een rekendoos.

Neem nou de term beeldend schrijven. Wie wil dát in godsnaam leren? Het voelt als een verplichte pianoles. Het ruikt naar oude gymzaal.

Terwijl het – in reality – de belangrijkste techniek is om je tekst leesbaar te maken. Er is geen bestseller-auteur die het niet doet. En moeilijk is het óók al niet.

Wat is het dan, beeldend schrijven?

Volgens Van Dale:

Beeldend > plastisch. Het beeldend vermogen van een schrijver: het vermogen om treffende, levendige beschrijvingen te geven: beeldende taal.

Typical. Van Dale geeft een samenvatting. In Neerlandici-jargon. Hij doet het tegenovergestelde van levendig schrijven. Geen wonder natuurlijk: Van Dale is getrouwd met je saaiste tante.

Ik stel voor dat we eerst die term vervangen. Het kan veel simpeler:

Gebruik plaatjeswoorden

Schrijf niet: industrie. Schrijf: fabriek.
Schrijf niet: woning. Schrijf: villa. Boerderij. Rijtjeshuis.

Wat is het verschil?

Industrie is abstract. Een fabriek is concreet. Concrete woorden roepen een plaatje op, voor je geestesoog.

Schrijf boom en je lezer ziet een plaatje.
Schrijf milieu en je lezer ziet eh.. niks. Hij slaat vermoeid de krantenpagina om.

Wat is concreet?

Concrete woorden kun je pakken. Of ruiken. Of voelen. Of horen – concrete woorden beschrijven wat jij zelf ziet. Of hoort. Of wat je kunt aanraken. Kortom: concreet is wat je met je eigen zintuigen kunt waarnemen.

Groente kun je niet pakken.
Een stronk witlof wel.

Witlof is een plaatjeswoord. Groente niet.

Abstracties zijn voor kenners

Abstract schrijven is nuttig, als je snel kennis wil overdragen aan vakgenoten. Net als vakjargon.

Abstract is: Frans Hals’ oeuvre is van hoge kwaliteit.
Concreet is: Kunsthistorici over de hele wereld beginnen te watertanden als ze Frans Hals’ portret van Isaac Massa en zijn vrouw zien.

beeldend schrijven: gebruik plaatjeswoorden

Isaac Abrahamsz Massa en Beatrix van der Laen, Frans Hals, ca. 1622

Maar wat is het verschil tussen abstractie en jargon?

Ze overlappen elkaar. Als specialisten onderling aan het woord zijn, gebruiken ze allebei. Vakjargon en abstracties. Een oeuvre is vakjargon voor: alle schilderijen die Frans Hals heeft geschilderd. Oeuvre is ook een abstractie.

Met hoge kwaliteit bedoelen ze: het voldoet aan wat kunsthistorici op het moment de moeite waard vinden aan zeventiende-eeuwse schilderijen. Die oordelen gaan niet alleen over hoe goed Hals de schildertechniek beheerste, maar ook: hoe origineel was hij? Hoe origineel is de compositie van Massa en zijn vrouw? Het kleurgebruik? En het feit dat ze lachen?

Een kunsthistorica zegt: hoge kwaliteit.
Haar collega hoort in gedachten de hele vorige alinea.
Jij en ik wachten op uitleg.

Er is niks mis met vakjargon

Programmeurs kunnen niet zonder, juristen en medici ook niet. Maar jij en ik hebben er niet zoveel aan. Niet als we stukken willen schrijven die makkelijk lezen.

Er is óók niks mis met abstracties. Als je ze maar niet te vaak gebruikt.

En als je ze nou per sé moet gebruiken? Abstracties?

Dan hebben we altijd nog de metaforen. De analogieën. De vergelijkingen.

Metaforen? Analogieën? Klinkt veel te ingewikkeld

Ben je gek. Het zijn gewoon vergelijkingen. Je vergelijkt een abstract begrip met iets concreets. De Nederlandse taal met je saaiste tante. Van Dale met je saaiste oom. En dan snapt iedereen metéén wat je bedoelt. Vergelijkingen zijn de ultieme plaatjeswoorden.

Hm. Plaatjeswoorden. Maar hoe ver moet je daar mee gaan?

Heel ver.

Schrijf niet: hij was een tiener. Schrijf wat je lezer zelf zou kunnen zien: de veters in zijn sneakers hingen los.
Schrijf niet: ze was boos. Schrijf: ze had een boswandeling van twee uur nodig om af te koelen.

Is dat niet kinderachtig?

Ben je bedonderd.

Ik pak de eerste de beste Nobelprijswinnaar uit mijn kast: Alice Munro, Runaway.  Zo begint het:

Carla heard the car coming before it topped the little rise in the road that around here they called a hill.

Ze hoort een auto aankomen en ze hoort zelfs waar hij precies rijdt, op de weg.

Nou jij weer.

 


• Lees ook: ‘Jij doet het niet goed, zakelijk’ (en het verschil tussen abstract en concreet schrijven)
• En: Hoe kies ik een naam voor mijn blog – over namen en beeldend taalgebruik


• Meer leren over plaatjeswoorden en je lezer raken? Blogbasics

Abonneren? >iTunes

PS

Kerstmis

Kerstmis

Even oefenen? Schrijf een zin met plaatjeswoorden over jouw Kerstmis in de comments, dan geef ik je feed forward. (NB Kerst is voorbij, de comments zijn nu gesloten). 

 

Het bericht Beeldend schrijven: wil je een saaie tante of een blozend bruidje? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/beeldend-schrijven/feed/ 108
Een nieuw WP-theme voor zakelijke bloggers: Goedemorgen https://www.deblogacademie.nl/wp-theme-voor-zakelijke-bloggers/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=wp-theme-voor-zakelijke-bloggers https://www.deblogacademie.nl/wp-theme-voor-zakelijke-bloggers/#comments Thu, 08 Dec 2016 13:48:52 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=45587 > English translation • Voor wie is het theme? • Wat zijn de uitgangspunten bij het ontwerp? • Wat moet er in? Homepage • Wat moet er in? Blog • Wat moet er in? Pagina’s • Overzicht van alle gewenste functies, met inventarisatie van suggesties in de comments > Hoe staat het er voor met het theme? nOn Fri, Dec 2, 2016 at...

Het bericht Een nieuw WP-theme voor zakelijke bloggers: Goedemorgen verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
wp theme voor schrijvers

> English translation
• Voor wie is het theme?
• Wat zijn de uitgangspunten bij het ontwerp?
• Wat moet er in? Homepage
• Wat moet er in? Blog
• Wat moet er in? Pagina’s
• Overzicht van alle gewenste functies, met inventarisatie van suggesties in de comments
Hoe staat het er voor met het theme?


nOn Fri, Dec 2, 2016 at 9:06 AM, k kilian wrote: 

kitt_ava

Hi Taras,

I need a custom homepage. I was wondering – would you at all be willing to design it?

Let me know.

Kitty


Op 5 dec. 2016 om 00:12 AM heeft Taras Dashkevych het volgende geschreven:

programmeur Taras Dashkevych ontwerpt een wp theme speciaal voor mensen die schrijven

Kitty,

I don’t do one-off designs. But what if we combine our skills to develop a whole new theme? One that will be useful for you, as a blogger and teacher, and for other people who need a user friendly website?

Send me examples of designs (layouts) that you think have to be in it, and tell me what features it should have.

Let me know how you think about it.


On Dec 6, 2016 at 8:38 AM, k kilian wrote:

kitt_ava

Yay!

Of course I would jump to that opportunity. Do you think I can blog about it, too, and have my readers chime in?


Op 6 dec. 2016 om 06:36 PM heeft Taras Dashkevych het volgende geschreven:

taras_ava

Sure. So, we need to think about a unique name for the theme. Maybe we can use some Dutch word?


kitt_ava

How about: Goedemorgen? It is a friendly word and it has connotations of a fresh start.


taras_ava

I like that. 


Taras Dashkevych is mijn favoriete webdesigner

Ik schreef hier eerder over Dashkevych, en waarom ik zijn themes zo goed vind. Zijn website is Themesharbor.com. (Check daar bijvoorbeeld zijn gratis minimalistische theme voor bloggers: tdPersona).

Twee jaar geleden vroeg hij hoe mijn ideale website er uit zag. Nu wil hij hem maken.

Wat zeg je dan?

Dankjewel, natuurlijk.

En nu aan het werk. Dit zijn de belangrijkste vragen:

Voor wie is het Goedemorgen-theme?

Voor dienstverleners die het in hun online marketing vooral van tekst moeten hebben: tekstschrijvers, advocaten, fysiotherapeuten, coaches. Dus: een WP-theme voor zakelijke bloggers.

Schilders, fotografen en videomakers hebben een ander type site nodig. Voor hen spelen afbeeldingen de hoofdrol. Mensen die handdoeken verkopen moeten ook iets anders kiezen.

Wat zijn de uitgangspunten?

Goedemorgen is helder. Je vindt direct wat je zoekt. Het is hyper functioneel.

Goedemorgen is zó in balans dat je meteen kunt gaan lezen. Alles werkt samen om je aandacht te richten op de tekst: de layout, de typografie, de bladspiegel (de hoeveelheid wit), de kleuren, de afbeeldingen.

De homepage is de navigatie. De homepage bestaat uit modules: voor elk onderwerp een aparte strook. De stroken kun je naar keuze rangschikken. Per strook kun je naar de onderliggende pagina’s klikken.

Goedemorgen helpt de schrijver om keuzes te maken. Een goede website heeft een krachtige structuur, met een weloverwogen hiërarchie. Je kiest wat je wil laten zien, en de rest laat je weg. Dat schept rust en ruimte. Het maakt een lezer gelukkig.

Er moet een verrassing zitten in de typografie. In het font voor de koppen, of in iets anders. Een ongewoon krulletje, een ligatuur (doorlopende lus tussen twee letters), dropcaps, een onverwacht streepje of een bijzondere oplossing voor links: iets extra’s dat een lezer blij maakt.

Wat moet er in?

Homepage:

1.  Header: kop, in letters, tagline, zoekfunctie
2.  Foto (hero image) en de kernboodschap van de website
3.  Modules (stroken) met verschillende indelingen, naar keuze te rangschikken:

  • uitnodiging om in te schrijven op de nieuwsbrief
  • overzicht van enkele blogs
  • overzicht van enkele boeken, video’s, of iets anders
  • kernboodschap: about
  • ervaringen van klanten (testimonials)

4.  Contactgegevens

een theme voor dienstverleners die schrijven: de opzet

Wat moet er in een theme voor schrijvende dienstverleners? De hompepage

Voorbeelden?

Twee sites die al jaren een voorbeeld zijn van helderheid en effectiviteit, en waar de leesbaarheid van de tekst dominant is:

  1. De homepage van usability expert Bart van de Biezen:
usability voor schrijvende dienstverleners

Homepage Bart van de Biezen 2016

Van de Biezen werkt bij een webbureau, en hoeft geen klanten te krijgen via zijn eigen website. Hij heeft geen webshop en hij wil geen andere dingen onder de aandacht brengen dan zijn blogs. Hij blogt over de gebruiksvriendelijkheid van websites.

Op zijn site draait het uitsluitend om infomatie. Voor online dienstverleners is een ontwerp als dit te kaal, maar het is een zeldzaam voorbeeld van hoe rustig en overzichtelijk een website kan zijn.

2. De homepage van Copyblogger:

ook een website voor schrijvers

Copyblogger homepage 2016

In 2006 begon Brian Clark een website die mensen leerde hoe je een blog vlot kon schrijven. Een decennium later is het een bedrijf dat zijn geld verdient met lesgeven en het verkopen van all-in oplossingen voor online ondernemers: van WordPress themes (Studiopress) tot een online marketing omgeving met alle functionaliteiten die je maar kunt wensen (Rainmaker).

Een ander voorbeeld van een geslaagde hero image met tekst:

Hero image en tekst: stel je snel voor

Float. Hero image en tekst: stel je snel voor. Maar geen geel.

Blogposts:

  1. Een zijbalk om de inhoud van het blog te ontsluiten en om snel te navigeren. De zijbalk mag niet afleiden als je het blog leest.
  2. Een zoekfunctie
  3. Kop, byline, afbeelding, blog, comments
  4. Onder de post: uitnodiging om in te schrijven op de nieuwsbrief
  5. Onder de post: social share buttons
  6. Footer: module naar keuze

Voorbeeld:

hoe hou je de aandacht bij de tekst

Copyblogger blogpagina: de zijbalk leidt niet af

Dit is een goed voorbeeld van een niet storende zijbalk. De social share-icoontjes boven de blogpost zijn lelijk – een stijlbreuk – maar dat is ongetwijfeld de bedoeling. Zo vallen ze extra op.

Mooi is de lichtgrijze byline, die wegvalt boven de kop.

De zwarte zijbalk die ik nu op  mijn eigen site heb vind ik ook mooi:

De zijbalk van de Blogacademie, december 2016

De zijbalk van de Blogacademie, december 2016

Als je het blog leest trekt hij geen aandacht, omdat het zwart zo sterk contrasteert.

Je kunt zoeken op de inhoud van de blogposts – per categorie – als je klikt op Blogonderwerpen:

De zijbalk als je op onderwerpen zoekt

De zijbalk als je op onderwerpen zoekt

Andere pagina’s:

  1. Zijbalk voor snelle navigatie; weg te laten naar keuze – met een vervangende navigatiemogelijkheid
  2. Webshop, klaar voor integratie met Woo-commerce
  3. Eenvoudige portfoliopagina (bijvoorbeeld om e-books aan te bieden)
  4. Customizable 404-pagina. Want humor maakt een website menselijk

Nodig voor posts en pagina’s:

• Stukken tekst kunnen inspringen (quotes)
• Foto’s kunnen een kader krijgen (automatisch als je een onderschrift toevoegt) in een steunkleur
• Je kunt verschillende fontgroottes te gebruiken in één post: 12, 14, 16 en 18 px. Standaard is 16 px.
• Je kunt stukken tekst op een lichtgekleurd vlak zetten, (custom kleur per vlak) met een automatische marge: zo kun je kaders maken

• Leesregel: 66 aanslagen breed, maximaal 500 px
• Bredere leesregel als keuzemogelijkheid
• Plaatjes zijn net zo breed als de leesregel

• Custom steunkleuren voor links, knoppen, kaders om foto’s (voor de hele site in één keer in te stellen)

Stijl:

• Contrastrijk, met één steunkleur
• Alles heeft een functie
• Geen bewegende onderdelen, behalve een testimonial-slider. De snelheid is in te stellen. Hij moet faden, niet schuiven (dat is rustiger).

Een extra wens:

• Een toggle box voor een korte uitleg, midden in de tekst.

Zoals De Correspondent dat zo mooi toepast:

Middenin de tekst staat een pijltje...

Middenin de tekst staat een pijltje…

En als je er op klikt klapt een uitlegvlak open:

...klapt een uitlegvlakje open

…uitleg middenin de tekst, precies wanneer je hem nodig hebt

Zo’n toggle box is ideaal voor mensen die veel vaktermen moeten uitleggen, maar die niet elke keer met links of met voetnoten willen werken.

Denk even mee. Ben ik iets vergeten?

Zie ik iets over het hoofd dat er echt in moet? Of lijd ik aan kokervisie, en denk ik teveel vanuit mijn eigen situatie?

Over een paar weken kun je dit theme gewoon kopen. Grijp je kans om nu mee te praten: in de comments onder het blog. Taras Dashkevych denkt na over elke opmerking.

 


Een overzicht van alle gewenste functies, met inventarisatie van suggesties uit de comments:
(List of wishes, suggestions from comments included):

Guiding principles:

  • clear
  • hyper functional
  • focus on text: visuals aid reading
  • helps user make choices
  • touch of humor (in typography)
  • fast loading
  • accessible for visibly impaired users (everything readable in html & reachable without a mouse)
  • can it be offered as a html/http template as well?

Style:

  • Rich in contrast. Black and white + one custom color, sitewide (option to overrule)
  • Everything has a function.
  • There are no moving parts, except for a testimonial-slider. The slider should fade. Timing should be customizable.

Homepage:

  • modular, strips: to be arranged in personal preference
  • header: name, in letters, tagline, search function. Logo (optional)
  • hero image plus the websites core message
  • invitation to sign up for newsletter
  • showing last few blogs (with thumbnails)
  • showing last few books, or video’s, or courses etc
  • about, core message
  • testimonials
  • contact, social media
  • footer

Blogposts:

  • a sidebar to give access to older blog content and to navigate quickly. The sidebar should not distract
  • search function
  • header, byline (author, date, comments if more than zero – all of these optional), image
  • under each post: invitation to signup for newsletter (optional)
  • under each post: customized social share buttons (optional)
  • can blogposts be dragged and dropped in a different order? (In WP-admin)
  • optional author moddule
  • optional call to action module
  • add reading progress indicator that takes comments into account?

Pages:

  • pages have a  Sidebar for quick navigation. To be dropped, optionally,  in which case there should be a new navigation functionality to return to the menu
  • sidebar can have varied content per page
  • a webshop, ready for Woo-Commerce integration
  • a simple portfolio page, to offer e-books, for instance
  • a customizable 404-page. Humor makes a website human
  • blogpage: different ways of displaying the blog list – in a grid, in a list, with or without full images or thumbnails, with or without excerpts. In a grid: keep grid if length of excerpts differ.

Text:

  • great fonts. A choice of a modern and a classic set of fonts would be great. The header and subheader font can have a dash of whimsy
  • text can be indented (for quotes or other emphasis)
  • text font default is 16 px, but 12, 14 and 18 are availabe too: different text sizes can be used in one text
  • text can be framed in a coloured box, with automatically added margins
  • line width 66 letters/spaces, max 500 px
  • wider line width optional
  • full width option for portfolio pages, sales pages, etc
  • a toggle box indicator that can be placed in any line

Images:

  • image width adjusts to line width, so 500 px for line of 66 characters
  • pictures get framed if you add a caption, custom color
  • images can get an optional color filter, custom color, custom opacity
  • automatical resizing of images (optional)

Colors:

  • custom colors for links, buttons, picture frames, text box: can be set sitewide, but can be overruled per page and post, optionally

Email integration:

  • optin box, ready for integration with main e-mailproviders, optional image upload in  box

Child theme:

  • require user to activate

Widgets:

  • add many. Think Woo

Setting up the theme:

  • theme should look like the demo when it comes out of the box. Dummy text need only be replaced with user’s text etc.

Hoe staat het er voor met het Goedemorgen-theme?

Taras heeft een voortgangspagina gemaakt, waarop je kunt zien hoe het staat met de ontwikkeling
Je kunt hem direct bereiken op Twitter: @tarasdashkevych
PS. Wil je alléén de posts over de ontwikkeling van het Goedemorgen-theme volgen? En verder niks?
Spring op deze lijst.

Het bericht Een nieuw WP-theme voor zakelijke bloggers: Goedemorgen verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/wp-theme-voor-zakelijke-bloggers/feed/ 80
Het medische raadsel van De Blogacademie https://www.deblogacademie.nl/katten-allergie/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=katten-allergie https://www.deblogacademie.nl/katten-allergie/#comments Tue, 22 Nov 2016 07:39:49 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=45173 ‘Misschien’, zegt Hij Die Niet Genoemd Wil Worden, ‘is het de kat.’ Ik kijk naar Minoes. Ze ligt te spinnen tussen mijn benen. Op bed. ‘Dat zou je wel willen’, zeg ik. Want De Enige Man In Nederland Die Zijn Privacy Echt Serieus Neemt heeft problemen met haar. Problemen van hygiënische aard. Minoes zegt namelijk geen nee tegen...

Het bericht Het medische raadsel van De Blogacademie verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
katten-allergie

‘Misschien’, zegt Hij Die Niet Genoemd Wil Worden, ‘is het de kat.’
Ik kijk naar Minoes. Ze ligt te spinnen tussen mijn benen. Op bed. ‘Dat zou je wel willen’, zeg ik.

Want De Enige Man In Nederland Die Zijn Privacy Echt Serieus Neemt heeft problemen met haar. Problemen van hygiënische aard.

Minoes zegt namelijk geen nee tegen een lekker hapje. Dus als ze vermoedt dat wij zomaar ergens een lekker hapje hebben laten liggen, of op het vuur hebben staan, of hebben laten vallen, terwijl elke kat wéét dat je geen eten weggooit, dan gaat ze op zoek. Bijvoorbeeld op tafel.

En dat mag niet

Want haar pootjes, zegt De Enige Nederlander Die In Hunted Echt Niet Gepakt Zou Worden, zitten vol met bacteriën.

En niet met gewóne bacteriën. Nee: met vieze bacteriën.

Minoes komt dus nooit op tafel. Tenminste, niet zolang wij haar strak blijven aankijken.

Ze mag evenmin in de keuken. De keukendeur naar de gang én de keukendeur naar de tuin moeten dicht. Altijd.

Liever, veel liever nog had De Man Die Verwacht Dat Ik Zijn Kleren Was een huis zónder poes.

Maar hij is gecapituleerd. Ooit. Na lang zeuren.

En een capitulatie is een capitulatie. Als overwinnaar moet je geen centimeter terrein teruggeven. Vóór je het weet ben je je land kwijt.

Dus ik kijk hem koel aan

‘Misschien ben ik gewoon verkouden. Weliswaar al weken. En weliswaar alleen ‘s ochtends vroeg.’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Verban haar eerst maar eens een tijdje uit de slaapkamer.’

Ik gooi de lakens in de was en laat de kat miauwen op de gang. En de volgende ochtend is mijn neus schoon. De hele volgende week óók.

Tsss

Ik google op kattenallergie. Daar staat wat je moet doen: speeksel vermijden, handen wassen, stofzuigen, alle kleden wegdoen, gewoon geen kat hebben.

Ik begin met handen wassen.

Ik doe de deur van mijn werkkamer dicht.

Als ze dicht onder mijn kin kruipt, ‘s avonds op de bank, maak ik me zorgen. De volgende ochtend heb ik weer een verstopt hoofd. Google waarschuwt dat een milde kattenallergie kan uitlopen op astma.

Misschien moet de kat weg

zeg ik tegen De Man Die De Situatie In Het Midden-Oosten In Drie Minuten Kan Uitleggen.

Hij kijkt op van de ochtendkrant. ‘Ik zal haar missen’, liegt hij.

Zoon reageert zakelijk. ‘Dan ga ik op kamers.’

Ik hou mijn mond. Ik begin de ontbijtbordjes op te stapelen. De Man Die Niet Snapt Dat Ik Saddam En Sadat Niet Uit Elkaar Kan Houden roept over zijn schouder: ‘Laat eerst nog even een allergietest doen. Om het zeker te weten.’

Wat een onzin, maar vooruit

Ik luister altijd naar mijn man.

Dus ik laat een buisje vollopen met bloed bij een vriendelijke verpleegkundige, die óók niet weet waarom een allergietest honderd euro moet kosten.

Ondertussen vraag ik op Facebook of iemand een bijzondere kat wil.

Haar nieuwe huis moet wel een tuin hebben, denk ik

Met bomen. Hoge bomen. En géén verkeer voor de deur. En natuurlijk een paar kinderen. En dan wel een beetje fatsoenlijke kinderen. Kinderen die regelmatig opkijken van hun computer om met een poes te spelen.

Voor de ouders geldt hetzelfde. Minoes heeft niks aan nieuwe baasjes die ‘s avonds bij de televisie alleen maar bezig zijn met hun tweede en derde scherm. Er moet wel geaaid worden. De poes is trouwens ook gewend aan een ochtend- en een avondkrant. Weekbladen hoeft niet.

Terwijl ik de overdracht uitonderhandel belt de huisarts. ‘Zeg, de test was negatief. Je hebt géén luchtwegallergieën. Helemaal niks. Gefeliciteerd.’

Ik gooi meteen de deur van mijn werkkamer open

Ik druk mijn neus in de vacht van Minoes en snuif zoveel mogelijk haren op.

Ze spint.

Dan sms ik Hij Die Geen Smartphone Wil, Je Snapt Wel Waarom:

‘Ik ben niet allergisch. De kat blijft’

‘Tuurlijk’, smst hij terug: ‘XXXXX’

 

 

als je allergisch wordt voor je kat

Bomen. Hoge bomen.

 

Het bericht Het medische raadsel van De Blogacademie verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/katten-allergie/feed/ 46
Hoe schrijft Lee Child zijn bestsellers? https://www.deblogacademie.nl/hoe-schrijft-lee-child-zijn-bestsellers/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=hoe-schrijft-lee-child-zijn-bestsellers https://www.deblogacademie.nl/hoe-schrijft-lee-child-zijn-bestsellers/#comments Fri, 11 Nov 2016 14:35:20 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=45006 Ik ben een fan van Lee Child. Net als Bill Clinton, en miljoenen andere thrillerlezers. Zijn boek Personal (2014) verkocht in Engeland in de eerste week na publicatie dan ook béter dan alle volgende 13 titels op de bestsellerlijst samen. I almost feel bad about it,’ said Lee, barely suppressing a wicked grin. De Britse journalist Andy...

Het bericht Hoe schrijft Lee Child zijn bestsellers? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
Hoe schrijft Lee Child zijn bestsellers?

Hoe doet ‘ie dat nou?

Ik ben een fan van Lee Child. Net als Bill Clinton, en miljoenen andere thrillerlezers. Zijn boek Personal (2014) verkocht in Engeland in de eerste week na publicatie dan ook béter dan alle volgende 13 titels op de bestsellerlijst samen.

I almost feel bad about it,’ said Lee, barely suppressing a wicked grin.

De Britse journalist Andy Martin gaat in september 2014 in Childs studeerkamer in New York zitten en kijkt mee terwijl hij zijn volgende boek schrijft. Letterlijk. Een extraordinair idee.

Erg reality tv-ish

Maar Child vindt het een mooi plan. Martin mag neuzen in alles. In Childs verkoopcijfers, in zijn marketingcampagnes en vooral: in hoe hij een boek schrijft. Als zijn uitgever protesteert, haalt hij zijn schouders op. Net zoals hij niemand aan zijn tekst laat prutsen:

[…] I don’t do revisions. […] Not much. And I certainly don’t let other people do revisions for me.

En daar schrijft Andy Martin dan weer een boek over: Reacher Said Nothing: Lee Child and the Making of Make Me (2015). Een humoristisch verhaal over een schrijver en zijn vak.

thriller schrijven

Hoe schrijf je een thriller?

Ik kwam Reacher Said Nothing toevallig tegen, toen ik voor de 62e keer alle 20 Reacher-titels naliep op mijn Kindle, om te zien of ik er nou écht niet eentje had overgeslagen.

Want ik had een rotbui, en dan helpt een thriller. Maar niet zomaar elke thriller: bij een rotbui wil je er één waarvan je weet dat het altijd goed zit.

[Lee] told them the story about his old father and how he had once asked him, when he was peering at a whole stack of books, how do you choose a book to read? And his dad had replied, ‘I want it to be the same but different.’

Bovendien wil je er eentje die perfect geschreven is. Het gaat tenslotte om escape. Je wil niet struikelen over uítstekende zinsdelen en rommelige beeldspraken.

En ja, élk boek van Child is goed

Zijn proza leest snel. Het is krachtig, visueel, met ritme. Zijn plots zijn onderhoudend, maar niet hyperactief. Hij doet goddank niet aan gruwelijk geweld en seks vindt vooral plaats tússen de hoofdstukken.

Het gaat bij Jack Reacher, ex-lid van de militaire politie, die met alleen een tandenborstel op zak door de VS zwerft, uiteraard om een droom. Reacher is een archetypische held. Hij komt op voor de underdog. Hij raadpleegt uitsluitend zijn eigen geweten. Hij wint elk gevecht, doorziet elke strategie, en hij zegt geen woord teveel. What’s not to love? Mannen én vrouwen lezen hem:

[…] at the beginning the publishers [misjudged his] appeal to women readers. ‘They like the same things guys do […]. Violent retribution. They want blood on the page.’

Ik ben benieuwd: hoe schríjf je zulke boeken?

Dus ik begin te lezen. Alle handboeken over hoe je een detective schrijft leggen uit dat je een plot moet reverse engineeren. Met muurgrote schema’s om bij te houden welke personages wat weten op welk moment. Maar wat doet Lee Child?

I don’t have a clue about what’s going to happen,’ he would say. He was a writer who thought like a reader. He had nothing planned. When he wrote to me he said, ‘I have no title and no plot.’

Ik ben stomverbaasd. Kan dat zomaar?

He liked his writing to be organic and spontaneous and authentic. He feared that thinking about it too much in advance would kill it stone dead.

Ongelofelijk. Child werkt op zijn gevoel.

But he [had] a glimmering of what would be. He knew the feel of a book.

Child, op de dag dat hij aan het 2015-boek begint:

The opening is a third-party scene, I know that, right at the start. A bunch of other guys. So it has to be a third-person sort of book. Reacher doesn’t know what is happening. He’s not there yet.’

Vóór hij echt gaat schrijven stuurt hij een emailtje aan zijn uitgever, met een titelsuggestie: Make Me. Popped into my head last night.

Andy Martin bouwt de spanning vakkundig op:

He hadn’t really written anything yet. Then he turned to me in his chair.
‘This isn’t the first draft, you know.’
‘Oh,’ I said. ‘What is it then?’
‘It’s the only draft!’

Ik snap het opeens. Lee Child schrijft zijn boeken zoals journalisten hun stuk schrijven: in één keer goed. Hij redigeert direct, terwijl hij schrijft. Of hooguit de volgende dag. Hij vindt dat efficiënt.

The efficiency is severely hampered by not knowing what’s coming next. So it’s inefficient. But it’s efficient because I don’t do revisions.

Andy Martin houdt zijn mond en Child begint te typen. Met twee vingers. Een uur: 500 woorden.

On day one. That’s not bad. On a good day, fairly relaxed, I can do fifteen hundred words.’

Volgens zijn contract moet zijn boek 100.000 woorden zijn. Vaak gaat hij er ruim overheen. The Enemy had er 140.000. Sinds 1997 begint hij elk jaar op 1 september. Hij werkt drie maanden aan een boek. De zomer neemt hij vrij. Nieuwe titels verschijnen in het najaar, met een paar weken reizen, interviews en media-optredens.

Nu is het weer 1 september. De eerste scène van Make Me gaat over twee mannen die een lijk begraven. Zo begint hij:

Moving a guy as big as Keever wasn’t easy. It was like trying to wrestle a king-size mattress off a waterbed. Which made sense anyway. So they buried him close to the house. Which made sense anyway […]

En de discussie die volgt over de eerste alinea’s, tussen Child en Martin, vind ik het mooiste stukje uit het boek. Het is een gesprek tussen twee vakidioten:

I wanted to start with a verb of action,’ he said. ‘The participle came naturally.’ he went over it in his head. ‘See, I didn’t want to write Keever was a big guy and moving him wasn’t easy. That’s too expository. This way we waste no time. It’s compact. I thought about was not easy for a moment. But  the rhythm was better, wasn’t easy.

‘I like the way you use which’, I said. ‘Which made sense anyway. Subordinate clause, but you give it a fresh start.’

‘Yeah […],’ Lee said, in a meditative kind of way. ‘It’s an accelerative word. Mostly. I have to be careful not to overdo it though. Becomes a habit.

Pas dáárna praten ze over wat er op die eerste bladzijden nou precies gebeurt. Naïef misschien, maar ik had het niet verwacht: Lee Child, de bedenker van de man die aan de stand van de zon kan zien hoe laat het is, die geen wekker nodig heeft omdat hij op wilskracht wakker wordt, die het in zijn eentje opneemt tegen een hele groep gangsters mét machinegeweren – die Lee Child denkt eigenlijk de hele dag over woorden. En ritme. En komma’s.

In de volgende zes maanden verzint hij bladzij voor bladzij zijn verhaal. Hij tast net zo in het duister over wat er aan de hand is als Reacher zelf. Pas op driekwart van het boek weet hij ongeveer hoe het af gaat lopen. Pas op het einde kent hij de details.

Verbazingwekkend.

Twee dingen heeft Child gemeen met Reacher: hij drinkt enorm veel koffie en hij vertrouwt blind op zichzelf.

 

Het bericht Hoe schrijft Lee Child zijn bestsellers? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/hoe-schrijft-lee-child-zijn-bestsellers/feed/ 29
Hoe schrijf je een verkooppagina (zonder gêne)? https://www.deblogacademie.nl/hoe-schrijf-je-een-verkooppagina/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=hoe-schrijf-je-een-verkooppagina https://www.deblogacademie.nl/hoe-schrijf-je-een-verkooppagina/#comments Fri, 28 Oct 2016 04:09:32 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=44851 Je kunt ze na-apen. Je kunt ze uitbesteden. Maar je kunt ze ook gewoon zelf schrijven: verkooppagina’s. Zo moeilijk is het niet. Want wat is nou helemaal een verkooppagina? Een pagina met een beschrijving van wat je verkoopt, en een koop-knop. C’est tout. Verkoop je paperclips? Dan is een korte, technische beschrijving genoeg. Daar hoeven we het in dit...

Het bericht Hoe schrijf je een verkooppagina (zonder gêne)? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
hoe schrijf je een verkooppagina

Je kunt ze na-apen.
Je kunt ze uitbesteden.
Maar je kunt ze ook gewoon zelf schrijven: verkooppagina’s. Zo moeilijk is het niet.

Want wat is nou helemaal een verkooppagina?

Een pagina met een beschrijving van wat je verkoopt, en een koop-knop. C’est tout.

Verkoop je paperclips? Dan is een korte, technische beschrijving genoeg. Daar hoeven we het in dit blog verder niet over te hebben. Verkoop je een onzichtbare dienst? Coaching, een online cursus? Dan heb je wat meer nodig.

Is er een Gouden Formule?

Nee.

Is er een vaste formule?

Ook niet. Je mag hem schrijven zoals je zelf wil. Gráág zelfs. Het liefst persoonlijk, pakkend en met humor. Waarom zou je op een verkooppagina opeens niet meer mogen lachen?

salespage patty golsteijn

een humoristische salespage van Patty Golsteijn voor een workshop Digitaliseer je administratie

Maar waarom zie ik dan zoveel van dezelfde, pusherige verkooppagina’s?

Omdat mensen elkaar nadoen. En omdat je allerlei sjablonen kunt downloaden. Gratis zelfs. Bijvoorbeeld op Leadpages.com.

verkooppagina hoe schrijf je die

epic long form sales page

Maar let op. Pusherige verkooppagina’s zijn gebaseerd op angstmarketing. Angstmarketing verhoogt je hartslag, je arousalniveau en je impulsiviteit – met psychologische trucs als kunstmatige schaarste.

Angstmarketing geeft de koper een zetje. Het werkt alleen als hij iets graag wil kopen, maar nog twijfelt: ik héb al 6000 paperclips. Ik héb al drie regenjassen. Er ligt nog steeds een onafgemaakte fotocursus in de kast – en toch wil ik deze óók doen. 

Het werkt, ondanks dat je wéét dat je gemanipuleerd wordt – net als een placebo.

Ik heb het geprobeerd, maar het beviel niet

Dus nu verkoop ik alleen nog maar zoals ik wil dat anderen ook aan mij iets verkopen. Met open vizier. Zonder gêne. Deze trucs gebruik ik dus niet:

• ik geef geen bonussen (base value neglect)
• ik geef geen ongeloofwaardig hoge kortingen (base value neglect)
• ik maak geen fake-prijsoverzichten (price anchoring)
• ik vertel geen privé-succesverhalen als bewijs voor de kwaliteit van mijn product (survivorship bias)
ik maak geen extreem lange pagina’s om je te overdonderen (zoals die epic long form sales page van Leadpages)

Want een verkoper die je manipuleert verpest de relatie. Bovendien: angstmarketing is helemaal niet nodig. Als wat je verkoopt goed genoeg is, komen je klanten toch wel.

Okee, maar wat moet er wél in?

Als je effectief wil schrijven bedenk je eigenlijk voor elke tekst hetzelfde: wat wil je lezer het eerst weten? Schrijf dat op. En wat wil hij daarna weten? Schrijf dat ook op. Herhaal.

Dus: je verkoopt een onzichtbare dienst. Wat wil je lezer weten?

Wat verkoopt ze? Welk probleem lost ze voor me op? Dat moet bovenaan. Waarschijnlijk zet je het in de kop.

• Is het wel voor mij bedoeld? Je lezer zoekt iemand die hém snapt. Geef je therapie aan gescheiden jonge ouders? Of aan oudere mantelzorgers? Ben je een tekstschrijver voor iedereen, alleen voor grote bedrijven, of juist voor ziekenhuizen?

• In welke vorm krijg ik het? Hou je Skype-gesprekken? Geef je intensieve live-begeleiding aan huis? Duurt het een maand of een half jaar? Zijn er opdrachten? Mag je klant je mailen of bellen?

Wat kost het? Prijs is relatief. Je kunt de waarde van een dienst pas beoordelen nadat je hem hebt gebruikt. En zelfs dan is de waarde is voor iedereen anders – afhankelijk van hoeveel geld iemand heeft en van hoeveel baat hij er bij heeft. Uiteindelijk ben jij, de verkoper, dus degene die bepaalt wat je eigen kwaliteit is, en die berekent hoeveel je dienst moet kosten. Wees vooral niet bang om je prijs te noemen. Dat schept juist helderheid.

En waar moet je prijs staan op je verkooppagina?

Veel verkopers zetten hoge prijzen zo laag mogelijk. Misschien omdat dat gebruikelijk is, of misschien omdat ze eerst ruim de tijd willen nemen om een lezer te overtuigen.

Ik ga maar gewoon van mezelf uit: als ik op iemands verkooppagina de prijs niet snel tegenkom, ga ik scrollen. Dus waarom zou ik hem dan verstoppen voor mensen die op míjn verkooppagina komen? Bij een korte verkooppagina zet ik hem onderaan. Bij een lange verkooppagina zet ik mijn prijs vrij bovenaan. En in het midden nog een keer. En aan het einde ook nog eens. Dat scheelt ook nog eens een boel e-mails over wat mijn cursus nou eigenlijk kost.

Wat, voor wie en hoe duur zijn de hoofdvragen.

Als je lezer nog steeds interesse heeft, wil hij nu weleens meer details zien

Beschrijf nauwkeuriger wat je doet of behandelt. Geef een overzicht, laat de opbouw van je behandeling of van je cursus zien.

details op een salespage

details: wat krijg je nou precies in die SEO-cursus van 000.nl?

Geef voorbeelden van wat je doet of van hoe het er uit ziet. Laat een filmpje zien van een sessie. Plaats foto’s van je cursus. Maak desnoods een hele catalogus. Hoe meer inzage je geeft, hoe beter je koper kan beoordelen wat je aanbiedt.

Je hoeft immers niet geheimzinnig te doen. Je legt uit wat iemand aan je heeft. Zo helder mogelijk.

Maar hoe leg ik uit dat ik goed ben? Ik heb geen zin om mezelf op de borst te kloppen

Dat hoeft ook niet. Daar heb je testimonials voor: ervaringen van eerdere klanten.

Testimonials zijn onmisbaar op een website en op een verkooppagina. Maar je moet wel het juiste soort testimonials hebben. Je wil het liefst concrete resultaten laten zien: wat hebben je klanten gehad aan wat jij aanbiedt? Lees hier hoe je aan goede testimonials komt.

Is dat alles?

Heb je de meest voor de hand liggende vragen beantwoord? Denk dan even na over welke dingen je vaak bezwaren hoort. Vinden mensen je dienst duur? Vinden ze hem te goedkoop? Zijn ze bang dat het te moeilijk is, wat je doet? Zijn ze bang dat het te makkelijk is? Maak een lijstje en beantwoord de meest voorkomende bezwaren op je verkooppagina.

Als je een lange lijst met veel gestelde vragen hebt kun je linken naar een aparte pagina met Frequently Asked Questions – FAQ’s.

Okee. Dus ik kan nu eigenlijk gewoon gaan schrijven?

Yep. Dit moet er in:

• wat bied je aan en welk probleem lost het op?
• voor wie?
• wat is de vorm?
• wat kost het?
• geef meer details
• laat eventueel dingen zien
• beantwoord de bezwaren die je het meest hoort, en beantwoord andere mogelijke vragen op een FAQ-pagina

Hoe weet ik of het goed doe?

Vraag het aan je bestaande klanten: dekt deze pagina de lading?

Overigens: een verkooppagina is nooit af, net zomin als een website. Je verandert hem als je dienst verandert. Of als je mooiere foto’s krijgt. Of als je merkt dat je steeds dezelfde vraag krijgt van geïnteresseerden.

Hij wordt dus steeds beter.

 

Het bericht Hoe schrijf je een verkooppagina (zonder gêne)? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/hoe-schrijf-je-een-verkooppagina/feed/ 57
Je hebt wél iets te verbergen: wat doe je als blogger? https://www.deblogacademie.nl/online-privacy-blogger/#utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=online-privacy-blogger https://www.deblogacademie.nl/online-privacy-blogger/#comments Thu, 13 Oct 2016 10:20:35 +0000 https://www.deblogacademie.nl/?p=44483 De bouwstenen van sluiertaal zijn eufemismen: mooie woorden voor kwade zaken. Eufemismen zijn laf. Ze durven niet met de kop in de wind te lopen. Ze verdonkeremanen. Of erger: ze misleiden bewust. Neem nou die huiselijke term cookie Wat is een cookie? Een tracker. Wat is een tracker? Spionagedata die bedrijven ongevraagd op je computer zetten als je hun website bezoekt. Als je...

Het bericht Je hebt wél iets te verbergen: wat doe je als blogger? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
online privacy en zzp-ers

privacy voor ondernemers

Verhulgelul

wat moet je als zzp-er met privacy online

Ontwijkgezeik

De bouwstenen van sluiertaal zijn eufemismen: mooie woorden voor kwade zaken.

Eufemismen zijn laf. Ze durven niet met de kop in de wind te lopen. Ze verdonkeremanen.

Of erger: ze misleiden bewust.

Neem nou die huiselijke term cookie

Wat is een cookie?

Een tracker.

Wat is een tracker?

Spionagedata die bedrijven ongevraagd op je computer zetten als je hun website bezoekt. Als je een pagina liket. Als je een app downloadt.

Je krijgt een code waarmee ze je surfgedrag kunnen volgen, en waarmee ze allerlei gegevens die je online achterlaat kunnen combineren. Niet alleen uit hun eigen bestanden, maar ook uit andere. Ze koppelen ze zelfs aan je off-line gegevens: je adres, je huwelijkse staat, je hypotheek, je gezondheid.

En denk je dat alleen bedrijven je gedrag bekijken?

Uh-uh. Vadertje Staat doet het ook.

In 2014 lachten we nog om de Chinese plannen om elke burger een gedragsscore te geven. Maar inmiddels heeft elk Nederlands gezin met jonge kinderen – via het Elektronisch Kind Dossier – een risicoscore: mishandelen de ouders? Eet het gezin wel gezond? Ondanks hun beroepsgeheim werken schoolartsen daar aan mee.

SyRI, van de Belastingdienst, geeft ons een score die het samenstelt uit data over zorgverzekering, schulden, huisvesting en pensioenen. De Belastingdienst kan trouwens bijna álles opvragen: kentekenregistraties van parkeergarages bijvoorbeeld, of van de politie. En ze deelt ze gul met inlichtingendiensten en met de officier van justitie.

Dat las ik deze maand in Je Hebt Wél Iets Te Verbergen

van Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis.

echt expertboek

Een boek dat iedereen moet lezen. Klik op het plaatje voor meer informatie

Een schrikbarend boek. Het gaat over het online-privacy debat. Denk je.

Maar privacy is óók een eufemisme

Privacy lijkt een zorgzaam woord. Zo’n woord dat 75 centimeter afstand van je houdt bij een gesprek. Maar als je Je hebt wél iets te verbergen leest, besef je al snel: het gaat over onze veiligheid. Het is een veiligheidsdebat. Het gaat over onze vrijheid van denken en handelen.

Het gaat niet over privacy, het gaat over de opkomst van het spionage-kapitalisme.

Een vorm van kapitalisme waarbij geld wordt verdiend met de grootschalige surveillance van menselijk gedrag.

De nieuwe productiemiddelen zijn de technologieën die betekenis halen uit al die data.

En wijzelf zijn de bron om de data uit te tappen.

Shoshana Zuboff

Martijn en Tokmetzis noemen het: surveillance-kapitalisme, maar ook dát is weer een te vriendelijke term. Surveillance is: toezicht, bewaking. Daar kleeft een plukje zorgzaam vaderschap aan. Nee, wat Je hebt wél iets te verbergen blootlegt is spionage: het stiekem achterhalen van informatie.

En hoewel we er als privé-personen weinig aan kunnen doen, hebben we toch een paar beslissingen te nemen. Zeker als je, net als ik, een website hebt voor je onderneming.

Ik vat eerst het boek even kort samen

De kern vanJe hebt wél iets te verbergen is: privacy is geen privé-probleem. We zitten middenin een revolutie. Zonder dat we het door hadden zijn we burgers geworden van een gescoorde samenleving. Afhankelijk van ons actuele risicoprofiel mogen we een land in, krijgen we een hypotheek en – straks – een zorgverzekering en een baan.

Niemand weet wat er waar over wie verzameld en gecombineerd is en aan wie die gegevens zijn doorverkocht. De datastromen vloeien alle kanten op: van bedrijfsleven naar overheden en andersom, en dwars over alle grenzen. Private en publieke netwerken versmelten. Inlichtingendiensten bespioneren ons via de gegevens die bedrijven over ons verzamelen. De overheid heeft daarom zelfs belang bij beveiligingslekken.

Politici doen aan dataïsme: een naïef geloof in hoe meer data, hoe meer waarheid. Net als wij lijden ze onder de informatie-asymmetrie: ze hebben een forse kennisachterstand op de nerds en de datamarketers.

Ook de wetgeving loopt achter – de juridische vragen in het boek zijn fascinerend. De hoeksteen van het privacyrecht is dat de burger de over hem verzamelde gegevens mag inzien, maar dat is inmiddels ondoenlijk. Er moet een tegenmacht komen op een hoger niveau, zegt zelfs de jurist Prins, die in 2011 als lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid meeschreef aan het rapport i-Overheid.

En jij en ik waren ons van geen kwaad bewust

We hadden het te druk met grappen maken met onze Facebookvrienden, en ons websitebezoek in de gaten houden op Google stats.

Want het zijn van die makkelijke programma’s. Gratis, ook. En iederéén doet het

Maar als je dit boek leest, sta je er als website-eigenaar opeens bij stil dat je niet alleen jouw eigen gegevens, maar ook die van al je bezoekers gratis en voor niks aan Google levert. En aan Facebook.

hoeveel geef je weg aan facebook als bedrijf

Waarom geeft dokteronline zoekvragen gekoppeld aan bezoekers door aan Facebook? Klik op het plaatje voor een grotere weergave

Of aan ScoreCard Research, een tracker die op mijn eigen website blijkt te zitten. Die komt ongevraagd mee met Soundcloud, waar ik mijn podcasts op zet.

haal trackers van je website

Trackers op De Blogcademie

ScoreCard Research is een databedrijf dat volgens The Guardian 2 miljoen gebruikers volgt. Het verkoopt onderzoeksgegevens.

Of aan Gravatar.

Ik voel me opeens een beetje dom

Neem nou Gravatar. Dat propageer ik al jaren. Deze WordPress.com-dienst zet je foto bij elke comment die je achterlaat op het net. Dus als er nou één manier is om er snel achter te komen in welke websites jij veel interesse hebt, is het wel via Gravatar.

Ik sla me voor mijn kop en begin te googelen.

Kijk, er is een alternatief dat je zelf kunt hosten. Libravatar. Freeing the web one face at a time. Oók gratis, maar open source.

Klinkt goed. Kunnen we dat installeren? vraag ik aan mijn developer. Die trekt een bedenkelijk gezicht. Weet ik wel dat iedereen dan speciaal voor mijn site foto’s moet uploaden? Hij kent een betere plugin. Maar daarvoor moet iedereen eerst lid worden vóór ze een comment kunnen geven.

Ook niet de bedoeling. We stellen het even uit.

Google stats dan, is daar wat anders voor?

Jazeker. Piwik. Liberating analytics. Oók gratis, en óók open source.

Ik installeer het en ik loop vast. Ik vraag hulp aan mijn developer. Mijn provider moet er bij komen, de serverinstellingen moeten aangepast. Het duurt een paar dagen voor het loopt. Voor de zekerheid laat ik Google Stats nog even staan. Dat gaat studietijd kosten de komende weken.

Kan ik mijn podcasts op een andere manier op mijn website zetten, zodat ik die tracker van Scorecard kwijt raak? En waar komt die Twitter tracker op mijn site eigenlijk vandaan? En nu ik er weer eens naar kijk: hoezo staat Google Plus nog in mijn share-buttons? Gebruikt iemand die share-buttons eigenlijk nog wel? Zal ik ze gewoon weghalen?

Vóór ik het weet ben ik een paar dagen verder

De Correspondent is bezig met net zo’n onderzoek, over hoe ze hun website kunnen blijven runnen zonder alle informatie gedachteloos door te spelen aan andere bedrijven. De VPRO verantwoordt hier wat ze doet.

Als ZZP-er ga ik er iets meer tijd voor nemen. Maar dat ik een verantwoordelijkheid heb staat vast.

Hoewel ik alweer achter blijk te lopen, net nu ik het begin te snappen:

Currently 70% of global brand referrals happen on dark social, not via Twitter or Facebook, explained Adidas senior director of global brand communications Florian Alt, speaking at the Festival of Marketing today (6 October) about the value brands can add by gaining mentions in the private messaging sphere.

Conclusie

Als zelfstandige ondernemer kun je je verantwoordelijkheid nemen. Je kunt zoveel mogelijk plugins vervangen door andere, die misschien niet gratis zijn, maar die in elk geval niet klakkeloos de gegevens van al je bezoekers doorsluizen naar bedrijven die ze commercieel uitbaten. Je kunt de ontwikkelingen beter volgen.

Als burger kun je Whatsapp inruilen voor Signal. Je kunt je computer en je andere toestellen zo goed mogelijk beveiligen. Je kunt langer nadenken voor je de schoolarts toestemming geeft om de gegevens van je kind in een digitaal dossier te zetten.

Maar uiteindelijk moet er nationale en internationale wetgeving komen die ons beschermt tegen de ongebreidelde datahonger van iedereen die er zijn voordeel mee wil doen.

Misschien is er hoop

Martijn en Tokmetzis citeren de beroemde Amerikaanse informaticus Sandy Pentland. Ze vinden zijn sociale-natuurkunde theorieën te optimistisch. Maar Pentlands pleidooi om ons de macht over onze eigen digitale gegevens terug te geven door de bouw van een beter systeem klinkt als iets dat – misschien, misschien, schiet op dan – mogelijk is.

You should have the same rights and obligations in your digital self as you have in your physical self.

Kijk vanaf 0:55.

Maar hoe naief mogen we zijn? In een verontrustende Ted-talk uit februari 2016 vertel Tijmen Schep van het SETUP medialab over data-verzameling-uitwassen. Ze leggen een verjaardagskalender aan met zoveel mogelijk informatie over alle Nederlanders – om te kunnen aantonen hoeveel er al over ons verzameld is.

De score van je vrienden bepaalt jouw score

in het Chinese burgerscore-systeem Sesam, zegt hij. Kijk via deze link vanaf 9:30, waar het interessant wordt. (Dank Sebastiaan Guliker voor de link).

de-score-van-vrienden right-to-be-imperfect2

Zie ook:

• Vanaf maandag 17 october: de Privacyweken op NPO3, met onder anderen de schrijvers van Je hebt wél iets te verbergen
• Charlotte’s Law: Jij geeft privacy-gegevens van jouw lezers gratis weg
• VPRO, Tegenlicht: What Makes You Click, september 2016
• Volkskrant: Zo sluipt de geheime dienst bij u naar binnen, october 2016
• Kritiek op Facebook over gebrek aan verantwoording, VPRO Zondag met Arjen Lubach
• Surveillance self-defense against the Trump administration, november 2016, TheIntercept.com

 

Het bericht Je hebt wél iets te verbergen: wat doe je als blogger? verscheen eerst op De Blogacademie.

]]>
https://www.deblogacademie.nl/online-privacy-blogger/feed/ 48