Wat je van bergbeklimmen leert – zelfs als je er niks van kunt

bergbeklimmen, het internet en Donald Trump

Echt, zegt marketingblogger Elja Daae: het klikloze internet is nabij.

Linken naar je blog, op social media? Niet meer nodig. Wees enkel waar je lezers zijn. Ze wijst op een nieuwsmedium als Now This, dat zelf alvast doet alsof het zónder website kan.

NOW This: homepage van een nieuwsbedrijf dat doet alsof het geen website nodig heeft

…een homepage? Oud…

Copywriter en SEO-er Roy Ishak opperde laatst dat Google websites mischien wel helemáál overbodig gaat maken. ‘Google verzamelt al jaren lezersvragen, via zoekmachines. En antwoorden; die halen ze van onze websites.

En nu beginnen ze de antwoorden steeds vaker zélf te geven, in plaats van nog naar onze websites te verwijzen. Dus straks vragen jouw lezers misschien wel aan Google Assistent hoe je een blog schrijft.’ Hij knipoogde vrolijk en bestelde nog twee cappucino’s.

…Google Assistent: antwoordt op hardop gestelde vragen…

Marketingblogger Mark Schaefer moest 10 blog posts beoordelen. Twee van zijn drie winnaars, ‘extremely well-written, well-researched, and interesting’, bleken geschreven door computers. Schaefer voorspelt dat 75% van het nieuws in 2020 van robots komt. Afgelopen zomer meldde Associated Press al dat het 10.000 minor league baseball games per jaar met automated writing services gaat verslaan.

Ik vind het niet gezellig

Computers die beter schrijven dan mensen. Google dat ons niet meer nodig heeft. Donald Trump. Geert Wilders. Het broeikaseffect.

Nee, laat ik eerlijk zijn: ik vind het fucking scary.

Ik slof al een paar weken moedeloos door het huis. Maar Hij Die Niet Genoemd Wil Worden heeft nergens last van. Hij grinnikt om de Trump-cartoons: ‘Daar gaan we nog een boel plezier aan beleven.’

Ik schud mijn hoofd. ‘Hoe kun je dáár nou blij om zijn? Die man gaat over nucleaire wapens.’

HDNGWW trekt zijn bezwerende gezicht: ‘Het is niet jouw leven. Je kunt er niks aan doen. Dus zet het uit je hoofd.’

Dat is het mooie van een goed huwelijk

Je kent elkaar zo goed dat de gesprekken nog maar héél kort hoeven duren.

‘Maar hoeven we helemaal -‘

‘Nee.’

‘Dus ik kan gewoon -‘

Slap af.

Toen ik studeerde was ik bergbeklimmer

Een slechte. Ik geef het direct toe: hoger dan niveau 4 klom ik nooit – zeg maar: zwemdiploma A.

Want eigenlijk was ik bang voor alles: voor haken die konden losschieten, voor touwen die konden knappen, voor afbrokkelende rotsen en voor mijn eigen onhandigheid. Eigenlijk was ik alleen maar lid van een Studenten Alpenclub voor de kampeerweekenden in België, en voor de mensen. Veel klimmers zijn eigenwijze individualisten. Gezellig.

Zo kwam ik ook in de Alpen. Daar leerde ik dat ik nog véél banger was voor ijsklimmen, voor gletscherspleten en voor ijzeren voorwerpen die gaan zingen bij naderend onweer.

Toch heb ik van dat beetje klimmen veel geleerd.

Dat je veel méér kunt dan je denkt, bijvoorbeeld

12 uur weeën opvangen is te doen, als je het net zo bekijkt als de aanloop naar een berghut. Je loopt zo rustig dat je het uren vol kunt houden, je blijft in de cadans, en je denkt niet aan hoe lang je nog moet stijgen.

Dat je je angst soms moet vergeten, omdat je anders zéker valt

Als je met je tenen op een richeltje staat, moet je je niet stijf tegen de rotswand drukken. Je gewicht rust op je voeten: je kunt de zwaartekracht alleen benutten als je ontspannen naar achteren leunt.

En dat je niks voorstelt tegenover de natuur

Een bange bergbeklimmer kan beter gaan wandelen. Maar ook een wandelaar kan verdwalen, in onweer terecht komen, of in een steenlawine. De natuur heb je niet in de hand: je kunt je alleen zo goed mogelijk voorbereiden.

Met de wereldgeschiedenis is het net zo

Ik breek mezelf nu al weken het hoofd over of ik nou wel of niet naar Amerika kan vliegen. Tenslotte blijkt de opwarming van de aarde elke keer wéér harder te gaan dan we vreesden. Ik vind eigenlijk dat het allang niet meer kan. Mijn Amerikaanse vrienden snappen er niks van, en Schiphol blijft ook uitbreiden. Toch koop ik maar steeds geen ticket.

En nee, daarmee verandert er niks. Ik vóél me alleen wat beter.

En dan die snelle ontwikkelingen op internet

Onlangs las ik in het beroemde handboek The Universal Principles Of Design, van William Lidwell, over het principe van convergentie (naar elkaar toe groeien). Vrij vertaald:

Systemen die het best aansluiten bij de mogelijkheden die de omgeving biedt, hebben de meeste kans op succes. De rest verdwijnt.

Bijvoorbeeld: vogels, vleermuizen en vlinders zijn allemaal via verschillende ontwikkelingsprocessen gaan vliegen. Maar álle aanpassingen in vliegende organismen – in miljoenen jaren – hebben uiteindelijk geleid tot het slechts twee vliegsystemen : zweven en flapperen.

Bij menselijke ontwerpen gaat het veel sneller

Alle auto’s hebben, na slechts een paar decennia, vier wielen en een stuur.

Hoe meer overeenkomst er is tussen de bestaande systemen, hoe stabieler en levensvatbaarder ze zijn.

Instabiele omgevingen, waarin de systemen weinig convergent zijn, zijn onderhevig aan ingrijpende experimenten en innovaties. Aan een snelle en ontwrichtende evolutie.

Voilà: de staat van het internet in februari 2017.

Er is geen houvast, er zijn geen bewezen strategieën. Wat gisteren werkte, is volgende week passé.

Zandkorreltjes zijn we

Ruimtegruis.

 

 

een app om je problemen in de juiste verhoudingen te zien

…klik op het plaatje voor een gratis meditatie-app, om alles even in perspectief te zien…

 


Abonneren? >iTunes

 

Save

Save

Save

40 reacties op “Wat je van bergbeklimmen leert – zelfs als je er niks van kunt

  1. Genieten van je twijfels. Herkenbaar. En zo’n meditatie helpt. Zag Trump zomaar verdwijnen. Wat ook helpt is schilderen op een zorgboerderij. Daar is geen tijd voor zorgen. De eerste lammetjes zijn er.

  2. Gelukkig komen lezers bij jou voor meer dan alleen maar antwoorden op hun vragen. Contact, troost, warmte, menselijkheid, vriendschap … Dat geeft Google voorlopig nog niet!

    Ik consumeer nog maar weinig nieuws. Te veel nieuws is nog slechter voor mijn gezondheid dan teveel suiker of teveel vet ;-)

    • We weten gewoon niet waar het heen gaat, in de toekomst. We zijn óók overvoerd met informatie. Ik kan me een internet indenken dat zonder websites kan. Sinds Trump aan de macht kwam kan ik me opeens vanalles voorstellen!

  3. Van de hardcore internet jongens, waar ik vorig jaar mee werkte, begreep ik al dat ons huidige internetgebruik een afspiegeling is van het papieren tijdperk. Websites als digitale folders. Het heeft niets te maken heeft met de oorspronkelijke bedoeling van vrij internet: uitwisseling van informatie zonder tussenkomst van wie of welke vorm dan ook. Ook ik kan me niet voorstellen hoe dta er uit gaat zien in de toekomst.

    • Ja, Eline, dat bedoel ik! Wat Roy zei is eigenlijk volstrekt logisch, en het design-citaat onderbouwt dat. Dus wat die mannen jou duidelijk maakten over een ouderwets gebruik – ik geloof het. Het internet gaat nog erg veranderen.

  4. ‘Zandkorreltjes zijn we. Ruimtegruis.’

    En sterrenstof, voeg ik daaraan toe. Het besef van onze nietigheid is de stap naar bevrijding. Dank voor dit blog.

    P.S. Geinige app. Relaxte, speelse verwijzing naar de eenheid der dingen, waarin alles verschijnt en verdwijnt. We zijn niet onze gedachten, ook al zo bevrijdend.

    • Zandkorreltjes was een cliché, ruimtegruis kwam dichter bij wat ik wou zeggen. Toevallige troepjes. Sterrenstof is mij wat te poëtisch – ik zie er eigenlijk geen schoonheid in. Niet per se. Het is, gewoon.

      Ja, we zijn allemaal onderdeel van het geheel – maar het geheel kan ons geen ruk schelen. We zijn geen rentmeesters, maar hedonisten. We kunnen goddorie niet anders. Dat is de kern van het hele probleem – we maken een einde aan ons eigen tijdperk omdat we niet in staat zijn om ons in te houden.

      Beschaving is een streven.

      Maar ja, als je dat allemaal beseft dan is dat op zich bevrijdend. Er is geen oplossing.

      Jaren geleden las ik The Fixer van Malamud – dat gaat over de vrijheid die iedereen, altijd, overal nog heeft: de vrijheid van geest. Dat vond ik toen een troostend boek.

      • Met sterrenstof bedoel ik hetzelfde: we zijn toevallige troepjes die soms wel, soms niet elkaars pad kruisen.

        “Ja, we zijn allemaal onderdeel van het geheel – maar het geheel kan ons geen ruk schelen. We kunnen goddorie niet anders. Dat is de kern van het hele probleem – we maken een einde aan ons eigen tijdperk omdat we niet in staat zijn om ons in te houden.”

        Hm, ik weet niet of het geheel ons geen ruk kan schelen. Ik denk eerder dat we het geheel simpelweg niet kunnen bevatten. (Trouwens, wat is het geheel?)

        Dank voor de boektip. Ik ga ‘m eens opzoeken. Je zegt “vond ik toen”. Bewust?

  5. Interessante weergave! En grappig om de deense uitspraak ‘slap af’ te lezen en na drie zinnem later beseffen dat er inderdaad een deense uitspraak Staat. Spreekt HDNGMW deens of jullie beiden?
    In ieder geval Tak for nu,
    Altijd prettig om je blog te lezen op zaterdag bij een cappuccino.

    • Mijn zus heeft er gewoond. En dat zei ze weleens tegen mij. Het is zo’n prachtige uitspraak die – in elk geval in het Nederlands – heel plastisch uitdrukt wat hij wil zeggen. Word wat slapper ;-)

  6. Ik vraag me af of dat nieuwe internet betekent dat je de bronnen van info niet meer kunt achterhalen. En of iedereen nog meer in een eigen infobubbel komt te zitten.
    Verder, “Menselijke aangelegenheden verdienen het niet om erg serieus genomen te worden, maar we kunnen helaas niet anders”, zei Socrates. Dus ja we zijn een gruisje maar nee op dat gruisje doen we het niet oké! Door mr T worden we ons daar erg van bewust. De vraag is misschien welke tegenkrachten we sterker kunnen en willen maken.

    • Die Socrates, dat was wel een goeie vent, geloof ik ;-) Ben het helemaal met hem eens.

      Ik geloof niet in tegenkrachten tegen DT, niet vanaf onze fietsjes in Utrecht. De juiste instituties in de VS moeten zich inspannen om hem de voet dwars te zetten. Lijkt mij. Dus al die mensen die daar werken moeten allemaal hun geweten volgen, en niet kiezen voor de makkelijkste weg. Ik la een geweldig blog daarover: ‘Career Officials: You Are the Last Line of Defense Against Trump’

      Over hoe internet zich gaat ontwikkelen en hoe het dan met die bronnen moet: geen idee. Bronnen raken nu ook al vaak kwijt.

      • Maar ik wil wel geloven in tegenkrachten tegen “T” vanaf onze Utrechtse fietsjes. Ik bedoel tegen alles waar hij voor staat.

        Tegen populisme, tegen racisme, tegen milieuvervuiling; dus voor gebruik van ratio en hart, voor democratie en gelijkheid, voor duurzaamheid.

        Abstract? Ik ga komende week eens iemand die heel anders denkt dan ik proberen te begrijpen (wie biedt zich aan?). En meer lokaal voedsel kopen.

    • Toen ik psychologie studeerde en klom in Groningen

      (- en Freyr, en de Ith, en Fontainbleau, waar we in april voor het eerst onze kinderen heen brengen, om te spelen op de “reuzeknikkers” – )

      vertelde een prof iets waar ik nu aan denk.

      Over sigarenlopendebandwerkers op Cuba (if memory serves).

      Hoe hard ze die lopende band ook lieten lopen, steeds sneller: de medewerkers pasten zich aan, wel steeds even wennen, maar ze wenden eraan, ze maakten zich het tempo eigen, en ze gingen zich weer vervelen, omdat ze sneller konden, altijd nog weer sneller konden, dan de machine.

      Ik denk er nu wel eens aan terug – toen was het zo’n zinlosse korrel in de theorieoverload die dan voor universitaire studie moet doorgaan – en put er hoop uit.

      De menselijke capaciteit voor leren, aanpassen, wennen, zich eigen maken, en overstijgen is ongelofelijk groot. Veel groter dan die van machines. Veel groter dan we zelf denken.

      Niet teveel denken, dus.

      Went vanzelf.

      (Wie de naam van de sigarenstudie kent, mag het zeggen ;) )

    • Je doet wat je kan: dat is een fantastische, nuchtere Nederlandse samenvatting! Haha. Was ik maar een Groningse. Of een Brabantse. Die hoor ik het zo zeggen.

      Eigenlijk fantastisch, die Nederlandse cliché’s, als ze zo waar zijn. Als ik zoiets hoor zie ik onze voorouders voor me, die al precies dezelfde dilemma’s en oplossingen hadden. Maar dan vaak zo realistisch. Wij maken het gewoon zo moeilijk. (Ik bedoel: ik.)

      Je doet wat je kan.
      Dan maak je maar zin.
      Lieverkoekjes worden niet gebakken.

  7. Robots als schrijver.

    Ik schrok.

    Bij het reclamebureau waar ik destijds zat, werkte een strateeg. In de avonduren hield hij zich bezig met wat hij het aller-, allerleukste vond: fotografie.

    Na de Haagse fotovakschool, stopte hij als strateeg en stortte hij zich op een leven als fotograaf. Hij groeide uit tot een reclamefotograaf van de buitencategorie. Een wereldspeler met een waslijst aan prijzen.

    Eens per jaar gaat hij naar de VS. Samen met een groepje fanaten trekt hij achter tornado’s aan om die vast te leggen.

    Bij deze georganiseerde reis zitten de laatste jaren steeds vaker niet-fotografen, met fenomenale camera’s. Ze maken prachtige foto’s. Bijna niks mis mee. Alleen nog een beetje Photoshoppen.

    Het enige dat ze niet hebben, is ‘het oog’, vertelde hij me onderlaatst.

    De robots uit dit stuk missen dat ook.

    Is dat erg? Op zich niet. Wel is het verdomde jammer dat steeds minder mensen zich lijken te realiseren hoe belangrijk ‘het oog’ is.

    • Ha Peter,

      Je schrikt je inderdaad rot.

      Maakt het wat uit? De ziel in je stukken, in je foto enzovoorts?

      Ik denk eerlijk gezegd dat het een heel eind zonder kan. Zeker als het om feitelijke informatie gaat.

      Ik heb Mark Schaefer gevraagd om een link naar die robotstukken, maar geen antwoord gekregen. Ik zou eens op onderzoek uit moeten. Ik zal hem nog eens mailen en kijken wat er verder voor informatie over is. Wordt vervolgd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *