Leert je belachelijk goed zakelijk bloggen

Waar komt taalkundige preutsheid vandaan?

taalkundige preutsheid

Teksten met tieten.

Een tekstschrijfster zei ooit in een workshop dat ze haar bedrijf zo wilde noemen.

(Ze heeft het niet gedaan, en het is drie jaar later, dus wie hem hebben wil: hij is vrij.)

Ik vond het geweldig. En gewaagd. Niet vanwege het lichaamsdeel, maar vanwege de terminologie.

Tieten.

Zelf zou ik het nooit durven

Ik kan het rustig opschrijven, want ik zit hier in mijn uppie, zonder pottenkijkers, achter mijn eigen bureau. Op papier durf ik alles. Maar mijn eigen borsten zo noemen?

Gewoon in een gesprek?

Nooit van mijn leven.

Sommige woorden krijg ik niet over mijn lippen

Strot, bijvoorbeeld.

Ik praat ook nooit over mijn kop. Of mijn bek.

Ik jank niet, ik huil.

En mensen die wel janken zijn volgens mij een ander soort mensen.

Die kennen geen taalkundige preutsheid

Voor mij is Daar heb ik schijt aan zeggen het talige equivalent van ongegeneerd aan je ballen krabben.

Toen iemand onlangs in een comment schreef: Ik maak geen poep heb ik meteen gevraagd of ik dat mocht veranderen in troep.

Ze keek er raar van op. Zelf vind ik het ook een beetje 1950. Maar ik kon er niet mee leven.

Is het een mannending, dat soort taal?

overgevoelig voor woorden
Volkskrant, Sigmund, 29 mei 2015

In de Blogpro cursus raadde een mannelijke cursist een vrouw aan om wat forser uit te pakken in haar taalgebruik: ‘Schrijf: ik lig op mijn pens in plaats van: ik lig op mijn buik. En snoepen is gewoon vreten.’

Ik wou al ingrijpen, maar ze antwoordde direct: ‘Ik ga als vrouw echt niet beweren dat ik op mijn pens in het gras lig. Als ik een pens krijg ga ik op dieet.’

Zie je: zij had het óók.

Even aan mijn vrienden gevraagd

Op Twitter en per email.

Nee, het is geen mannending. Mannen en vrouwen kunnen het allebei hebben.

Een man schrijft: ‘Als snaaien en tieten bij mij de meter naar rechts laten uitslaan, doen snoepen en borsten dat naar links. Ik vind het geloof ik net zo erg.’

Heeft die gevoeligheid te maken met artisticiteit, dan?

(Mijn vrienden zijn reuze artistiek.)

Ik zag vorige week een artikel over kunstenaars en verhoogde sensitiviteit op Twitter, verheugd geretweet door een bekende schrijfster die ik volg.

Ik zoek het voor je op.

Het komt uit de Scientific American, en het is van Barry Scott Kaufman, Scientific Director of The Imagination Institute in the Positive Psychology Center at the University of Pennsylvania. Dus je bent gewaarschuwd.

Hier zijn de vragen, en Kaufman baseerde zich op dit onderzoek.

talige overgevoeligheid
…test voor esthetische gevoeligheid…

Laten we die test eens even doen

1. Ben ik me bewust van subtiliteiten in mijn omgeving?

Jazeker. Als mijn zoon een wenkbrauw optrekt omdat hij ander avondeten had verwacht ontgaat mij dat niet.

2. Heb ik een rijk, complex innerlijk leven?

Natuurlijk niet. Niet rijker noch complexer dan dat van elk ander mens.

3. Raken muziek en kunst mij diep?

Valt wel mee. Ik zing op de fiets.

Nou, de rest van de vragen kunnen we wel vergeten dus

Ik scoor nu al te laag op artisticiteit.

Hoewel ik geen enkele publicatie meer vertrouw sinds ik dit artikel las over hoe een wetenschapsjournalist zijn makkers over de hele wereld wijsmaakte dat je afvalt van chocola.

Gewone overgevoeligheid dan?

Zou kunnen.

Het kan te maken hebben met een te actief angstcentrum in je hersenen, dat de één eerder plaatsvervangende schaamte laat voelen dan de ander. Want wat is preutsheid anders dan angst?

Het kan ook te maken hebben met een te levendig voorstellingsvermogen. Of met een te dunne beschermlaag tussen jou en de wereld. Sommige mensen hebben snel last van geluid. Anderen van geur. Er zijn ook mensen die alleen zachte kleding verdragen. Die knippen alle labels uit hun t-shirts. Je hebt mensen die niet tegen zelfs maar de kleinste klontjes in de pap kunnen.

En als overgevoeligheid bestaat voor geur en geluid en tastzin en smaak en voor visuele ervaringen – die kleur die je absoluut niet in huis wil – dan heb je het vast ook met woorden.

Woordovergevoeligheid.

Maar waarom krimpt de één in elkaar van een woord waar de ander om glimlacht?

Waarom zou ik nooit ambtenaar kunnen zijn omdat ik hoofdpijn krijg van teksten vol abstracte woorden? En waarom typt de ambtenaar zijn dikke rapporten zonder migraine?

Is het natuur of cultuur?

Een vriendin legde mij ooit haar kledingfilosofie uit

‘Je moet altijd íets ordinairs aan hebben’, zei ze, terwijl ze een gouden schoudertas van de kapstok tilde.

Ik keek peinzend naar die tas.

Die zou er bij mij niet in komen.

Wat een geluk dat we al bevriend waren.

 

 

tips voor beter bloggen

Over Kitty Kilian

Kitty Kilian

Delicate as a hand grenade. Schreef voor NRC Handelsblad, gaf les aan vakopleidingen Journalistiek. De Blogacademie sinds 2011.

Cursussen:
Blogbasics
Blogpro
Little Black Dress
Karakter & Dialoog

103 comments

  • Hahaha. Ik heb dat ook wel een beetje. En dan zit ik ook nog in een beroep waar ik nogal vaak over seks praat. En de ander ook. En dan hoor ik sommige woorden en die doen echt een beetje pijn.

    Ik noem mezelf gewoon preuts. Maar dat komt ook door het onderwerp natuurlijk. Dat als je ineenkrimpt van de verschillende benamingen (ik weet ook echt niet wat ik eigenlijk mag noemen hier, wat fatsoenlijk is, dus ik praat er lekker omheen) van onze voortplantingsorganen, inwendig en uitwendig, dan ben je gewoon preuts, Toch?

    Ik zeg wel vaak F*ck. En K*t als ik vloek. Dan kan ik het wel. Best erg. Ik ben in elk geval niet sensitief. Ik scoor nog geen tien procent in dat soort testjes.

    Ik ben gewoon preuts. Niet eens woordpreuts.

    • Jij?
      Daar kijk in van op.

      Ik roep trouwens ook wel kut – thuis – want in het dagelijkse taalgebruik zijn die termen betekenisloos geworden. Op dit moment. Want die dingen zijn natuurlijk ontzettend modegevoelig. Fuck gebruik ik ook vaak in mijn blog. Enzo. Dat is wel stoer maar toch abstract voor mij. In het Nederlands zou ik dat dan weer nooit zeggen. En ik was geschokt toen ik een paar jaar geleden het bed opmaakte voor mijn oudste zoon, die kwam logeren. Er zaten teveel kreukels in naar zijn zin en hij zei geërgerd: je hebt het helemaal verneukt. Inmiddels ben ik ook weer aan die tienertaal gewend.

      Ja, sommige woorden doen pijn.

  • “Maar waarom krimpt de één in elkaar van een woord waar de ander om glimlacht?”

    Volgens is dat puur culturele conditionering. De een krijgt warme gevoelens bij het woordje Jezus, de ander moet er niets van hebben. Gewoon de manier waarop we grootgebracht zijn en de emotionele etiketten die er door onze omgeving op zijn geplakt. Als je dat maar lang genoeg hoort/voelt, wordt het een reflex en weet je niet beter.

    • Conditionering. Zeker. Maar ik vermoed ook dat sommige mensen taalgevoeliger zijn dan anderen. Omdat ze zich dingen meer letterlijk voorstellen. Of omdat ze dingen heftiger ervaren. Omdat ze dichterbij komen dan bij anderen.

  • Haha! Die gouden schoudertas! Bij vriendinnetjes vroeger: Als haar benen niet eindigden in een paar stoere schoenen, dan kwam het nooit verder dan praten. Want dan kon ze ook geen bal vangen, vond ik.

    Ik heb het ook: sommige woorden hebben een onprettige impact. Niet allemaal om dezelfde reden, trouwens. Of wel.. Ik moet daar eens over denken.

    Mijn vrouw zegt dat ze zou schrijven dat ze in het gras ligt, maar dat terzijde. (Ze draagt nu slippers)

    • Maar wat vindt jouw vrouw tolerabel? En komt dat overeen met jouw normen? Dat is eigenlijk ook nog een interessante vraag, hè.

      Dat van die schoenen, dat vind ik nou weer sympathiek. Daar kan ik helemaal inkomen.

  • Het brengt me wel op een idee voor een nieuwe tagline voor De Blogacademie.

    “Bloggen met ballen”

    Nee? Te?

    • Nee, te mannelijk. Heb jij niet nodig. Zo zien ze jou al. Als je eens wil ervaren hoe grof je kan zijn, kom dan eens naar mijn les en nog liever de voorstelling met Rauwe Vitrage. Wij gaan geen enkel grof woord uit de weg en dat is heel lekker om te doen. Het is een cultuur ding, want ik zou zo nooit praten in een andere groep. Al schuw ik het niet, want roep regelmatig dingen die shokeren. Anderen denken het, ik zeg het. Het kan maar helder zijn.
      Maar klopt: woorden kunnen echt heel pijn doen, ik ben gevoelig voor taal én visueel ingesteld. Zie het meteen voor me.

  • Mooi dat je er een woord aan koppelt, Kitty, woordgevoeligheid. Ik herken dat, maar op een andere manier. Ik ben niet zo snel geschokt door schuttingtaal en kan een goed geplaatste krachtterm zelfs wel waarderen. Wel houd ik van het correct benoemen van de dingen, júist als het te maken heeft met dat complexe, innerlijke gevoelsleven.
    Ik denk dat het te maken heeft met hoe je naar taal kijkt: een communicatiemiddel of potentiële poëzie die je echt in vervoering kan brengen. Weet je wat zo’n woord is voor mij? Zinderend. Dat voel en proef ik en zie ik voor me. Wat vind jij het mooiste woord in de Nederlandse taal?

    • Geen idee – schuttingtaal, dat is een mooi woord. En vuilbekken ook. Allebei zo mooi concreet en beeldend. Metaforen in zichzelf.

      Het ligt ongetwijfeld ook aan hoe je bent opgegroeid. Gevoeligheden zijn ook aangeleerd, hè. In mijn jeugd was er iemand die graag kloothommel riep. Dat was het ergste woord dat ik kende als kind. Maar ik vond het een belachelijk woord. Ik vond de combinatie met hommel absurd. Dat heeft me nooit geschokt ;-)

  • Wat een leuke blog en wat een interessante observatie. Ik herkende het meteen. Je zegt dat je denkt dat het preutsheid is en dat dat een vorm van angst is. Ik weet dat niet zo. Ik vind het meer weg hebben van walging.
    De zin -Daar heb ik schijt aan zeggen ervaar ik als het talige equivalent van ongegeneerd aan je ballen krabben- riep dat bij me op evenals andere woorden. Te plastisch, te ongeneerd, te dichtbij. Je zou het een soort smetvrees kunnen noemen.
    Vaak gaat het ook over dingen die lichamelijk zijn: Braaksel, reet, smetplekken bijvoorbeeld. Maar toppertje valt daar weer niet onder en dat vind ik ook een vreselijk woord. Net als borgen. Mag ik een teiltje. Weerzin-wekkend.
    Ik hou het op een vorm van walging. Er is een hersengebied- de insula- die daarmee te maken heeft. Wedden dat je daar activiteit ziet als je mensen zou scannen en dit soort woorden zou laten zien?
    Zie ook dit interessante artikel over walging. De Jonge Psychiater: ‘Om van te walgen’

    • Wat goed dat je reageeert, ik was al benieuwd naar wat je zou zeggen! Ja natuurlijk, walging. Maar nu hebben we inmiddels drie gebieden benoemd:
      1. walging (lichamelijke oorzaak, psychische smetvrees: mag ik een teiltje, poep)
      2. soort preutsheid (emotionele pijn dat iemand iets anders benoemt dan jij het voelt, met een andere emotionele intentie of lading: daar wil ik weleens mee van bil gaan)
      3. gebruik van nieuwe woorden, of nieuw gebruik van oude woorden, dus taalverandering, die fout aanvoelt voor late adopters (borgen, dit linkt naar, ik besef me)
      4. woorden als toppertje en gezelli (alweer verouderd) lijken me een andere categorie. Heeft meer te maken met niet mee willen doen met het oranje-gevoel?

      • Inderdaad, het heeft veeleer met walging te maken.
        Zoals walging opwelt bij het zien van wriemelende wormen op een kreng, zo kan je ook van walging/weerzin spreken bij het horen of lezen van schuttingtaal.
        En niet zozeer van angst.

      • Daar hangt wel een heel ander prijskaartje aan.
        Uit de kast komen.
        Een win-win situatie
        Daar zit een stukje gevoel bij
        Pro-actief
        Trots op
        Kanjers
        Te kakken zetten.(Hier ben ik ambivalent over. Hij drukt wel heel mooi iets uit. Toch zou ik het zelf niet gauw zeggen)
        Ik denk dat het gaat om weerzin die wordt opgeroepen. Walging is een hele sterke vorm van weerzin. Preutsheid een meer bescheiden vorm

        • Okee, maar ik noem het preutsheid en ik bedoel: weerzin. Walging is een groot woord. Ik walg niet zo gauw. Preutsheid waar het gaat om lichaamsdelen en praten over seks. Weerzin waar het gaat om dingen die ik om hygiënische redenen vies vind. Ergernis als het gaat om niet precies uitgedrukte gedachten (daar heeft Marianne Lourens het over, hierboven): dat vind ik beledigend voor de lezer – hier, zoek het maar uit met mijn woordenbrij. En hoofdpijn als ik teksten vol lijdende vormen en abstracties moet lezen, echt een lichamelijke reactie. Ongeduld die na een tijdje omslaat in geestelijke moeheid. Een schrijver gaat dan voor mijn gevoel over mijn persoonlijke grenzen. In al die andere gevallen niet, dan voel ik me niet aangevallen, maar ik hou afstand.

          Verschillende prijskaartjes, precies.

    • PS. Ik heb het stuk uit de Jonge Psychiater nu gelezen. Heel interessant, vooral deze quote: ‘Rozin gebruikt in dit verband de term moral disgust: een gevoel van afschuw dat zich vermengt met de complexere emoties verachting, schuld en schaamte. Vooral deze constatering is erg interessant: kennelijk liggen moraal en emotie vaak heel dicht bij elkaar!’

      Dat zou ik wel meer van willen weten. Helaas moet ik zo meteen weg.

      • Retegoed.
        Het snot voor de ogen.
        Je ogen uit je kop janken
        Er zijn heel veel woorden en uitdrukkingen die ik niet moet.
        Grappig te merken dat veel mensen dat hebben.
        Overigens is er ook nog een ander verschijnsel, waarbij de weerzin veel milder is. Nl. Dat er woorden zijn die mannen gewoon niet gebruiken terwijl het voor vrouwen prima is.
        Ik ben niet overdreven macho, maar “enig” zul je mij niet horen zeggen. Zelfs “schattig” gebruik ik alleen in kleine kring , als het over jonge poesjes of over kinderen gaat.

        • Leuk taalonderzoek zou dat zijn. Mannen- en vrouwentaal. Zal wel een dissertatie over zijn. In het stuk citeer ik een man die snoepen een laf woord vind. Maar hoe noem je het dan? Vreten?

          Er is ook nog een verschil tussen of je een woord zelf niet zo gauw zou gebruiken, of dat je iemand anders niet moet vanwege het taalgebruik.

    • Woordgevoelig.
      Jij noemt ook het woord walging. Iemand anders zegt pijn. Het zijn echte emoties, hè. En we verbergen ze allemaal. Wie weet lopen wij ook mensen heel erg pijn te doen elke dag. Door weer veel te brave woorden te gebruiken.

      Wat een leed ;-)

      • Ja dat is het. Ik vind brave woorden veel erger omdat ik voel dat er iets anders onder zit. Brave woorden en teksten krijg ik jeuk van, het is om de brij heen draaien. Noem het ding bij zijn naam, denk ik dan. Maak het sterk door heel plat te zijn. Schrijf of zeg wat de ander echt wel denkt, maar nooit zal zeggen. Ik heb een tegeltje met “Braafheid is geen wijsheid”.

  • Heel erg herkenbaar, ik vond/vind sommige woorden of uitdrukkingen altijd zo dom, vrienden zijn met mensen die ze gebruiken gaat gewoon niet, wel grappig dat ik mannen dan net iets meer ruimte blijk te geven, die mogen nog wel een kop of bek hebben blijkbaar maar dan houdt het ook op.
    Walging zegt Menno, ja, afkeer in ieder geval!

  • Hihi herkenbaar!
    Ook die esthetische gevoeligheidstest.
    Tsja.
    Gewoon algehele overgevoeligheid hier, maar ik kan er prima mee leven hoor ;-)
    Alleen met één woord moet je echt niet aankomen:

    brokken.

    Daarvan ga ik dus echt over m’n nek.

    (Oh en “ik ga even pissen”, als vrouw zijnde vind ik ook echt niet kunnen)

  • Mijn vader zei ooit: “Mensen die vloeken, schelden of andere krachttermen gebruiken zijn gewoon niet intelligent genoeg om zich uit te drukken in normale woorden.” Die’s altijd blijven hangen. Ik heb mijn ouders nooit op een lelijk woord kunnen betrappen. En krijg ze zelf ook niet over mijn lippen, of uit mijn pen… Preuts? Hmmm… Misschien zijn we gewoon te intelligent?

    • Ha, dat zou je wel willen ;-) Met intelligentie heeft het niks van doen. Wel met subculturen.

      Ik vloek, omdat ik atheïst ben. Ik heb ook helemaal geen geduld met mensen die mij daarop aanspreken. Daar ben ik hard in. Sinds de Verlichting hoeven we geen rekening meer te houden met spoken. Dat is dus meer een politiek standpunt – en nauwelijks dapper, in een geseculariseerd land.

      Schelden doe ik niet. Ik roep weleens sukkeltje tegen deze of gene in huis. Mag geen naam hebben.

      Nee, dat zijn toch andere categorieën dan ik in het blog bedoel.

      Schelden doe ik niet.

  • Ik vind de uitdrukking ‘alsof er een engeltje over je tong piest’ om van te kokhalzen. En ‘kledingfilosofie’ vind ik een geweldig concept. Daar ga ik de komende tijd eens over nadenken!

    • Ja, kijk, dat engeltje – dat vind ik ook. Ik stel me die dingen dus te letterlijk voor. En jij ook.

      Als je de dingen minder letterlijk neemt heb je daar veel minder moeite mee.

      En daarom zeggen sommige mensen dan weer: alsof er een engeltje over je tong fietst. Wat ook weer nergens op slaat.

  • Ik hou niet van schelden. Ik hou niet van grove woorden. Soms doe ik het toch. Gewoon omdat ze mij ontsnappen. Omdat het zo lekker de lading dekt.

    Onlangs schreef ik op twitter: kut kanker. Dat was toen mijn schoonzus op sterven lag. Ik schreef mijn frustratie nogal kernachtig op.

    Toen we zondag bij ze waren en ik mijn neef zag staan kon ik de situatie omvatten met weinig woorden: wat een fuckzooi. Het leverde mij een waarderende blik op. Van zowel neef, nicht als mijn eigen zoon.

    Voel ik mij er senang bij? Nee. Geeft het handen en voeten aan mjn gevoel? Ja op dat moment wel. Ben ik niet welbespraakt? Onzin. Ik heb een redelijke woordenschat en kan mij prima uitdrukken. Kom ik uit een minder sociale laag van de bevolking? Welnee. Integendeel.

    Woorden als Scheiten, kakken, kotsen, pissen, pik, etc zijn bij ons in huis een no go area. Evenals schelden met ziektes, ook de woorden kutwijf, hoer, slet etc zijn. Not done.

    Wat ik zeker niet wil horen zijn woorden als : debiel, zwakzinnige, autist, idioot

    Wat ik overigens de meest vreemde manier vind om je ongenoegen te uiten is het woord Kak. Te pas en te onpas wordt het gezegd.

    Zo nu heb ik voor het eerst in mijn leven alle woorden opgeschreven die ik tracht te vermijden.

    • Ha. Ik dacht al. Inderdaad, kak is ook zo’n raar modewoord.

      Wat een fuckzooi zeggen op het moment dat iemand tot groot verdriet van alle aanwezigen is overleden, in intieme kring, vind ik niet raar. Dan is zo’n krachtterm opeens intiem, en eenmalig. Het geeft uiting aan de diepste verslagenheid van alle aanwezigen, bedoel ik.

  • Als ik aan het vergaderen ben of in een gesprek zit en iemand zegt: “Dat is goed voor de mindset.”, dan lopen de rillingen over mijn lijf. Dat vind ik wel zo’n taalkundig arm woord! Ik bedenk dan meteen dat diegene daar niet eens een woord voor heeft in het Nederlands, of dat het niet echt is, maar een soort hip napraten van iemand anders die ook geen goed woord weet. Holle Engelse typeringen vind ik ook iets van preutsheid hebben, in de zin van dat je geen fantasie hebt om gewoon te zeggen of omschrijven wat je bedoelt. Ik probeer deze woorden altijd te vermijden en als ik ze per ongeluk toch een keer gebruik, dan heb ik daarna voor mijn gevoel gefaald.

    • Dat is goed voor de moraal, bedoelt diegene. Is wel een ouderwets woord natuurlijk.

      Maar dit is categorie 5: leenwoorden. Zelf heb ik daar weer weinig moeite mee, maar er zijn mensen die er van gruwen. Jij bijvoorbeeld ;-) Ik zou dat niet preuts willen noemen, het is een ander soort weerzin. De weerzin tegen taalverandering. Misschien toch categorie 3 (bij het comment van Menno Oosterhoff).

      • Moraal is inderdaad een ouderwets woord. Weerzin tegen taalverandering is het niet eens zozeer. Ik denk dat ik meer echt hou van taal en hoe mooi zou het zijn als er een goed Nederlands woord komt voor mindset. Categorie 3 past daar wel bij. Ik ben altijd op zoek naar mooie woorden en ja, graag in de eigen taal.

  • Laatst had ik een discussie met iemand die het woord “mofo” in haar “author bio” gebruikt, maar die een enorm probleem had om het woord “stinky” in de titel van een blog artikel te zetten. Ik heb totaal geen moeite met “stinky”, maar gruwel van het woord “mofo”.

    Ik weet niet waarom we zo verschillen in van watvoor woorden we walgen?

    • Ik moest het even opzoeken, maar een mofo is dus een motherfucker. Ik neem aan dat het voor diegene inmiddels een abstractie was geworden.

      Ja, dat verbaast mij ook zo. Inmiddels denk ik: het kan niet anders dan een kwestie van cultuur zijn aan WELK woord je je ergert. Maar hoe ERG je je ergert zal wel een kwestie zijn van karakter.

    • Ik moest het even opzoeken, maar een mofo is dus een motherfucker. Ik neem aan dat het voor diegene inmiddels een abstractie was geworden.

      Ja, dat verbaast mij ook zo. Inmiddels denk ik: het kan niet anders dan een kwestie van cultuur zijn aan WELK woord je je ergert. Maar hoe ERG je je ergert zal wel een kwestie zijn van karakter.

  • Een oud-collega van mij gebruikte het woord ‘chips’ als ze eigenlijk ‘shit’ wilde zeggen. En iedereen begreep dat. Dus zei ze eigenlijk ‘shit’ zonder ‘shit’ te hoeven zeggen. Best slim.

    Je kunt je scheldpartijen een knipoog geven door retroschuttingtaal te gebruiken. Belhamel! Naarling! Rekel! (prachtig woord) Gajes! Hansworst (ja, die heb ik vaak gehoord).

    En in het Engels kun je natuurlijk naar Shakespeare uitwijken, want die heeft in zijn vele dialogen een aardige verzameling schuttingtaal opgebouwd. Thou mewling rough-hewn popinjay! Thou tottering boil-brained pignut!

    • Haha. Maar ja, nu heb je het over schelden. Daar had ik het eigenlijk weer niet over. Ik begon over schaamte en taalpreutsheid. Schelden kan ermee te maken hebben maar hoef niet.

      Chips in plaats van shit – die ken ik ook, en ik ken ook mensen die zich dan weer daar aan ergeren. Die hebben liever dat je dan gewoon het echte woord gebruikt.

      Ik kende ooit een leidinggevende vrouw die altijd chips riep. Erg raar. En ze wilde ook weleens kut roepen, maar verkleinde het dan tot kutje. Om het minder erg te maken. Ik moet nog lachen als ik er aan denk, volkomen idioot. En dan in een mantelpak.

  • Een reden voor mij om een hekel te hebben aan bepaalde woorden is gebrek aan respect. Maar ook dat is subjectief: ik vind het woord “neuken” bijvoorbeeld verschrikkelijk. Vind ik dezelfde categorie als “tieten”. En bij al deze woorden geldt: context kan wel verschil maken. Als het woord een doel dient ben ik spontaan mijn allergie kwijt en kan ik juist bewondering opbrengen voor iemand die een stom woord goed inzet.
    Ik vind spelfouten veel erger.
    Vormfouten gaan dan wel weer. zoals “Niet rijker noch complexer”. :)

  • Klopt, context is heel erg van belang. Dat geeft Monique goed aan in haar commentaar over wat ze zei toen haar schoonzus overleed. Interessant, hè, die betekenisverschuiving als het ons uitkomt.

  • “Wat een zaaaalig onderwerp! Ik lag in een deuk. Ik ging door me rug. Ik snap dat het bij joouuu zo overkomt. Geniet er maar van. Dat kan niemand meer van je afpakken.”

  • Zeer herkenbaar. Mijn partner heeft er een handje van (hij zegt dat het zijn Amsterdamse roots zijn…). Ik verbeter consequent. Ik gruw er van. Taalgevoeligheid…vind ik mooi. Voor mij heeft het weinig met preutsheid te maken. Ik vind het grof, plat, a-sosociaal, associeer het ook met ‘dom’; soort taalarmoede.
    Ik zou zeggen een combinatie van natuur, cultuur, opvoeding, persoonlijkheidsdynamiek en talenten.
    Spelfouten maak ik veelvuldig en heb ik geen last van. Ben altijd blij als iemand me er attent op maakt. Volgens de Strengthsfinder test mogelijk iemand met het Talent Hersteldrang (door de Wulf Foutenspeurder genoemd). Maak graag gebruik van dat Talent.

    • Talent hersteldrang? O, zo ga ik het ook noemen als ik weer een schilderij moet rechthangen. (Symmetriedwang).

      Maarre. Ik denk dat het toch ook ernstig te maken heeft met sociale lagen en subcultuur. Dus Amsterdamse roots kan best wel kloppen. Ligt eraan welke buurt enzo ;-)

  • Het gaat om de interpretatie. Ik vind preuts niet erg, het is geen verwijtbaar gedrag of iets dat je zou moeten veranderen. Voor wie dan?
    Ik denk dat de taal die je gebruikt contextafhankelijk is en relationeel bepaald. Als iemand ‘kut’ zegt op tv, vind ik dat vervelend, het ergert me. Maar als iemand zegt ‘wat een kutzooi’ nadat hij/zij slecht nieuws heeft ontvangen, dan voel ik daar alleen medeleven bij.
    Grove taal alleen om te shockeren, mensen die alleen willen shockeren haal je er zo uit. Daar wend ik me dan zo snel mogelijk van af, want ik heb geen zin me onnodig te moeten ergeren.

    • Je hebt helemaal gelijk, contextafhankelijk. Toen ik het blog schreef vroeg ik me af of ik de enige was. Of ik een soort extreme taalgevoeligheid zou hebben ofzo (je kunt altijd hopen, hè). Inmiddels weet ik beter!

  • Woorden die je niet uit je mond kunt krijgen. Net zoiets als de begroeting en afsluitwoorden in Brabant? Prima naar mijn zin maar dat ‘hajje’ in plaats van ‘doei’ is nog steeds een brug te ver. Gek wel.
    Taalpreutsheid of respect voor een mooi taalgebruik? Doe mij maar beiden.

    • Hajje, haha. Ik kom uit Wychen, bij Nijmegen. Daar riep iedereen vroeger: houdoe.

      Ik vind het wel mooi, omdat ik geloof dat het nog een beetje Nederduits is. Dat is misschien te romantisch. Halt dich wohl, of zoiets.

  • Nog een griezel: “Het zijn niet de ogen, maar de hersenen.”

    Leuk gevonden trouwens, hersteldrang. HerstelDWANG wordt dan een mooie aanvulling voor de volgende DSM

  • In Amsterdam zeggen ze ‘hey pik’. Een vriendin zegt dat altijd tegen mij en dan zeg ik ‘hey pik’ terug. Dat is bij ons grappig. Met echte Amsterdammers is het normaal en tegen heel veel mensen zou ik het nooit zeggen. Ik wil maar zeggen dat het afhankelijk is van de context waarin je dingen zegt. Met schrijven heb je soms wat minder grip op die context dus is misschien wat meer voorzichtigheid gepast. Maar sommige woorden kunnen wat mij betreft in geen enkele context, zoals een bepaald woord waar ik nu even helemaal niet op kan komen…

    • Ik kan er niet tegen als mensen zichzelf zo kunstzinnig vinden enzo. Jij wel? Mijn begrip is maar beperkt. Van muziek snap ik niet veel. Ik weet wel wat ik mooi vind, maar hoe het in elkaar zit.. Heb wel een oog voor plaatjes, maar niet voor verhoudingen.. enzovoorts. Fascinerend hoe we allemaal dingen wel of niet of een beetje kunnen, hè? Ik kan jaloers zijn op typografen die zien waarom een letter niet deugt. of de afstand tussen letters. Zulke dingen.

      • Ben nog niet veel van die mensen tegengekomen, gelukkig. Ik ben het type dat een liedje gewoon mooi vindt, maar je niet meteen kan uitleggen waarom. De titel of zanger? Moet je mij zeker niet vragen ; ) Idem voor schilderijen en andere kunst…

  • Haha, wat grappig en herkenbaar. Kak en piesen, ik heb het nu al drie keer weggehaald omdat het zo lelijk staat.
    Maar echte kriebels krijg ik pas van het woordje: ideaal. Dat staat echt voor een moeke die net luiers in de aanbieding heeft gezien bij de Kruidvat : echt ideaal… Vreselijk. Blijkbaar lijkt me dat het ergste wat je kunt overkomen: een moeke worden. Toch interessant.

    • Aaf Brandt Corstius schreef net een stuk over het modewoord kak in Onze Taal, mailde iemand me. Heb het gelezen. Raar modewoord, ik hoop niet dat dat echt ingeburgerd raakt.

      Ideaal is meer van versleten soort, hè.

  • Woordovergevoeligheid,..ik ken dat wel. Woorden of gezegden die zoveel weerzin oproepen dat ik ze bewust uit mijn vocabulaire mijd. Wat me nu te binnen schiet:
    ‘Een soort van logisch’, ‘bij wijze van’, ‘dan heb ik zoiets van’, ‘helemaal goed’, ‘super’, ‘geen probleem’, ‘absoluut’….!
    Ik voel me vaak belemmerd in wat ik wel/niet denk te kunnen zeggen en betrap me op het genereus afwijzen van mensen met naar mijn idee ongepast taalgebruik.

  • Met taal scheppen we onze wereld. Je kunt die mooi of lelijk maken. Agressief of rustig. Je woordkeus bepaalt hoe je je voelt, en omgekeerd. We hebben het dus wel meer in de hand. Waarom zou je je wereld vulgair, ordinair, plat willen maken? Sterk?! Dat zegt meer over de gebruiker dan over de woorden.

Leert je belachelijk goed zakelijk bloggen
Herstel wachtwoord
Geef je e-mail adres. Een nieuw wachtwoord wordt verzonden.