What’s at stake?
Hoe brandend is jouw blog?

hoe brandend is jouw blog

Ai.
Ik word te lief.

Dat gaat niet goed.

Op Facebook kreeg ik al een waarschuwing vandaag:

Niet te lief worden online

Zeikbericht

Ze heeft gelijk. Daar gáát mijn zorgvuldig opgebouwde imago

Vorige week zei de Videovakvrouw het ook, in een professionele werkbespreking waarbij haar zoontje van 3 auto-ongelukken ensceneerde tussen de koffiekoppen: ‘Je wordt wel erg mild.’

Die kwam aan.

Of hier, onlangs:

Feel-good blog, brrr

Feel-good blog, brrr

Dat kan zo niet langer

Persoonlijk ga ik namelijk over mijn nek van feel good bloggers. En ook van overmatig bescheiden mensen.

Online, dan.

En ik zal eens even uitleggen waarom.

Ten overvloede, hè.

Want eigenlijk is het zo’n waarheid waarvan je je afvraagt of je hem nog wel moet opschrijven, zo godsonmogelijk voor de hand ligt ‘ie.

Kijk

Er is geen geluk zonder spijt.

Er is geen waarheid zonder leugen.

Er is geen schoonheid zonder een lelijk randje.

Er is geen vriendschap zonder jaloezie.

Er is geen harmonie zonder een dissonant.

Kortom: er is geen perfectie.

Perfectie is kitsch

Ik praat normaal niet over branding. Het woord alleen al.

Maar ik doe het natuurlijk wel. Nadenken over de indruk die ik maak, online.

Ik heb gekozen voor de dissonant. Laat mij die hand grenade maar zijn.

Past ook prima bij mijn opstandige aard.

Het is dus een reëel probleem, als ik te lief word. Als die cynische journalistenblik plaatsmaakt voor begrip en mededogen.

Als ik – god verhoede – te compliant word. We zijn niet op de wereld om geen weerwoord te laten horen.

Ik maak maar half een grap

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar in mijn geval viel mijn zelfverzonnen online acteur samen met mijn ideaalbeeld van mezelf: brutaal met humor. Zelfverzekerd. Voor niemand bang. Steekt haar mening niet onder stoelen of banken. Heeft altijd gelijk.

Schrijven is toneelspelen in je hoofd.

Op mijn blog spéél ik mijn eigen ideaalbeeld. Ik vergroot sommige eigenschappen uit, schuif andere onder het kleed. Ik werk de werkelijkheid bij.

Een beetje, of veel?

Maakt niet uit. Ik ben de enige die dat hoeft te weten. Jou gaat het om het resultaat: wat je hier leest.

Maar niet alles is verzonnen

Ik ben geen tekstschrijver. Ik schrijf niet in opdracht. Ik schrijf voor de lol.

Wat ik meemaak en waar ik over denk komt in mijn blog.

Een blog als dit is een gedachtenspinsel. Een short sprint personal essay. Een mix tussen journalistiek, literatuur en copywriting.

Ik schrijf over wat me obsedeert.  Over wat er toch al rondvliegt in mijn hoofd. Liefst over dingen die net buiten mijn blikveld zweven. Hoe minder grijpbaar, hoe spannender om ze te pakken te krijgen.

Waarom?

Omdat schrijven nadenken is:

How can I know what I think before I see what I write? (Schrijver onbekend).

Jajajajaja, genoeg over jou, Kilian. Wat moet ik ermee?

Logisch:

Je moet de juiste obsessie kiezen om over te bloggen.

Was je eetverslaafd? Jij hebt je onderwerp.

Ben je diep gelovig? Kat in ‘t bakkie.

Is genealogie je grootste hobby? Kom maar op met die staak naar Karel de Grote.

Eh.. ja, natuurlijk moet je bedrijf daar dan óók over gaan

Over die obsessie.

(We hebben het hier over zakelijk bloggen, hè.)

Maar dat is geen probleem, want in mijn optiek ben je online en offline, in je werk én privé, grotendeels dezelfde persoon, met dezelfde drijfveren. Mensen die jou in het echt ontmoeten mogen niet verbaasd zijn dat je véél aardiger bent dan op je blog.

Wat is jouw obsessie?

Ofwel: hoe brandend is jouw blog?

Pas op voor je iets zegt: het luistert nauw. Je moet er volkomen eerlijk over zijn. Zodra je zomaar iets verzint voelen we dat.

Als je een ‘passie’ voorwendt omdat je een geëngageerde ondernemer wil lijken – forget it. Als je een goed doel op je site zet om een altruïstische indruk te maken – think again. Wij lezers hebben een gevoelige bullshit-radar.

Een beetje toneelspelen mag best. Maar niet over je diepste drijfveren.

Wil je de mijne weten?

Geen probleem.

Communicatie. Hoe het werkt. (Waarom ik er vroeger zo slecht in was en hoe ik kon zorgen dat mensen gingen luisteren, in godsnaam dan maar op papier). Hoe je mensen laat luisteren, zelfs naar dingen die ze niet willen horen. (Psychiatrie). En op dit moment: hoe ik zelf beter kan communiceren, mondeling. (Shut the fuck up, luister, luister, luister. Spreek dingen uit die mensen willen horen, ook al maakt het je kwetsbaar, ook al heb je een weerstand om ze te zeggen.) Hoe anderen dat doen. Ik ben mateloos geïnteresseerd in rolmodellen. Ik bestudeer andere mensen altijd. Overal. En omdat ik er altijd mee bezig ben, met communicatie, kan ik ook aan anderen vertellen wat ik heb geleerd. In elk geval het deel over communiceren op schrift.

Dit blog is een weerslag van die obsessie. De Blogacademie zelf is mijn obsessie.

Ik meet mijn zelfvertrouwen en mijn tevredenheid inmiddels af aan hoe geslaagd ik mijn laatste blogpost vond. Net zoals vroeger aan mijn stukjes in de krant. Gevaarlijk. Maar onvermijdelijk. Ik ben mijn stukjes.

Vanochtend

Ik doe mijn ogen open. Hij Die Niet Genoemd Wil Worden is al wakker.
Ik leg mijn hand op zijn arm: Ik hou van je. Heel veel.
Hij: Hee, waarom zeg je dat opeens?
Ik: Omdat ik weet dat je dat graag hoort.
Stilte.
Hij: Ik vind dat je hele goeie blogs schrijft.
Ik: Hè, waarom zeg je dát nou?
Hij, grinnikend: Omdat ik weet dat je dat graag hoort.