Hoe vertel je ‘n verhaal in één citaat: ‘Wil jij geen ooglidcorrectie laten doen?’

ooglidcorrectie

Kennis:
‘Wil jij geen ooglidcorrectie laten doen?’

Workshopdeelnemer:
‘Ja, maar je praat zo snel.’

Echtgenoot:
‘Schat, jij hoeft niet op dieet, mannen hebben een hekel aan magere sprieten.’

Vriendin:
‘Ik vind geverfd wel verzorgder. En je bent verder nog zo jóng.’

Zoon:
‘Ik zou het wel uit willen leggen, maar het heeft geen zin. Je hersens zijn te oud.’

Lezer:
‘O god, ik krijg accuut een writer’s block nu ik jou email.’

Verkoopster:
‘Toch vind ik dat elke vrouw het recht heeft om een rok te dragen. Jij ook.’

Kennis:
‘Ik had wel naar jouw workshop willen gaan, maar ik moest kiezen, hè.’

Vriend:
‘Is die ADHD van jou nou écht zo erg of kun je ook je mond houden?’

Echtgenoot:
‘Groene smoothies. Heb je weer een boek gelezen?’

Zoon:
‘Nee, dat haar, dat bén jij niet. Veel te modern.’

Moeder:
‘En hoe gaat het nou met jouw bedrijfje?’

'Zet die tas even op de gang.'

‘Die tas zet ik even op de gang, hè.’

Echtgenoot:
‘Die Freitag-tas stinkt.’

Zoon:
‘Mam, wil je niet steeds aan je haar zitten als je naast mij loopt? Je hebt van die lelijke armen.’

Kennis:
‘En jij loopt tóch drie keer in de week hard?’

Verkoopster:
‘Geef toe, voor onze leeftijd is er in Utrecht verder weinig te vinden.’

Vriendin:
‘Ik wou dat ík zo’n man had als jouw man.’

Cursist:
‘Ik wil niet goedkoop overkomen, maar ik wil ook niet te hoog van de toren blazen. Hoe doe jij dat?’

Echtgenoot:
‘Het maakt mij helemaal nooit uit wat je áán hebt.’

Vriendin:
‘En deze uitspraak wil ik niet binnenkort in een blog lezen.’

Lezer:
‘Hoewel ik, ouderwetse 65-jarige, niets met bloggen heb, lees ik altijd met veel genoegen jouw blogs.’

Kennis:
‘Je gaat in je reactie een beetje voorbij aan dat mij het nogal rauw op mijn dak valt.’

Zoon:
‘Ga je alwéér naar de kapper? Het kan andere mensen tóch haast niet meer schelen hoe jij er uit ziet, hoor.’

Lezer:
‘Ik wil ook best voor die les betalen. Mijn tangojuf vraagt 50 euro per uur (zwart, met inbegrip van thee en koekjes), maar we kunnen onderhandelen – zolang duidelijk is dat ik dit vraag als privé-persoon.’

Vader:
‘Zo, krijgt je ouwe vadertje ook nog een beetje aandacht?’

Collega:
‘Persoonlijk doet ‘ie me niet zoveel, maar het lijkt me ook wel gezond dat ik niet van elk blog van jou van mijn stoel val.’

Echtgenoot:
‘Ik kan proeven dat je je best hebt gedaan.’

Lezer:
‘O, ik zou wel vriendín met je willen worden.’

Collega:
‘Is dat allemaal tegen jou gezegd? Dat zet je toch wel aan het denken, zeker?’

Zoon:
‘Woon jij maar lekker in je eigen kleine wereld.’