Geen blogpost, maar een verslag van een verloren leven

Frits

5 juli 2013

Vorige week zijn veel lezers geschrokken van een post die bestond uit enkel een foto met onderschrift.

De foto was van mijn oudste zoon, die vorige week een einde aan zijn leven heeft gemaakt. Hij kon niet meer leven met zijn eenzaamheid, zijn angsten en zijn depressies.

Ik was vorige week, de dag nadat het gebeurde, niet in staat om veel méér te schrijven dan zijn naam. Deze week hebben we afscheid van hem genomen. Ik las een tekst voor over het laatste jaar van Frits, die ik nu ook hier plaats.

Mijn reden om hem te plaatsen is geen zelfmedelijden en het is ook geen zucht naar publiciteit.

• Ik wil dat er meer begrip komt voor ernstige psychische aandoeningen. Dat kan alleen als mensen in de directe omgeving open zijn.
• Ik wil dat er wat verbetert in de ggz. Ik wil dat ouders serieus worden genomen door de behandelaars, ook al zijn de patiënten voor de wet volwassen. Vaak zijn de ouders de feitelijke hoofdbehandelaars. Ze hebben grote invloed op de beslissingen van hun zieke kinderen. Maar ze zijn leken. Alleen in goede samenwerking kan de beste behandeling tot stand komen.
• En ik wil ook dat alle goede dingen uit de ggz behouden blijven. Medicatie, zorg en ouderbegeleiding zijn hard nodig, vaak al bij jonge kinderen. In ons geval kwamen we al sinds Frits’ zevende in het UMC. We zijn vaak erg goed geholpen, en we hadden het alleen niet gered.

Daarom een oproep.

Bezuinig de jeugdpsychiatrie niet weg.
Laat niet gemeentelijke ambtenaren beslissen over de toekomst van jouw neefje, jouw dochter, jouw buurjongen.
Iederéén kan een psychische ziekte krijgen.

Lees deze post (NB helaas inmiddels verwijderd) van kinder- en jeugdpsychiater Robert Vermeiren. Onderteken de petitie (ook verwijderd).

schizofrenie

 

Vorige week donderdag,

om kwart over zeven ‘s avonds, heeft Frits zijn leven in eigen hand genomen. Vlak daarvoor kwam hij even thuis langs. Het was volstrekt onduidelijk wat hij kwam doen. Hij wilde niet mee-eten. Hij liep onrustig rond. Ik dacht dat hij een afspraak met zijn psychiater gemist had, en op mijn verzoek belde hij die even. Toen verdween hij. Een kwartier later was zijn lijden voorbij.

Het kwam niet als een verrassing

Rond deze tijd vorig jaar ging het slecht met Frits. Hij was gestopt met zijn studie Japans. Zijn studie muziekproductie lukte ook niet. De motivatie glipte steeds weg, hoe hard hij ook probeerde hem te voelen.

Hij probeerde allerlei drugs. Die brachten wel korte ontsnapping en intense ervaringen, maar geen levensdoel. Frits belandde in een diepe depressie. Hij kreeg steeds vaker last van ongewenste beelden en gedachten, die hem vertelden hoezeer hij faalde. Psychotische decompensatie, schizofrenie, Psychotische depressie: hoe je het ook wil noemen.

Frits had onze hulp nodig. Hij nam ons, zijn ouders, in vertrouwen. Hij moest wel. In de loop van het afgelopen jaar had hij steeds minder behoefte om zich groot te houden en liet hij steeds meer zien van wat er in hem omging. Dat ging gewoon dóór toen hij werd opgenomen op de psychiatrische afdeling van U. en later in A.

We maakten lange wandelingen, alleen al om hem te helpen de tijd door te komen. We gingen veel en lekker lunchen. En koffiedrinken in een café op de Oudegracht waar precies de juiste sfeer hing voor Frits. Want Frits was hypergevoelig.

Frits leed onder de opnames

Hij vond de situatie vernederend. Zachtmoedig als hij was kwam hij niet in opstand. Maar hij maakte óns haarfijn duidelijk dat hij het recht had om zelf te beschikken over zijn bezigheden en zijn leven.

Het niveau van de verplichte dagelijkse psycho-educatie beledigde hem. De psychiaters en artsen zaten er vooral voor zichzelf en hun eigen onderzoek, vond Frits. Ze praatten niet mét hem, maar tégen hem. De begeleiders, die hem moesten helpen om structuur te geven aan zijn leven, besprak hij met wanhoop. ‘Ze zeggen allemaal tegen me wat ik moet doen. Alsof ik dat niet wéét. Maar niemand gaat gewoon met me aan tafel zitten, en helpt me om het te doen.’

Hij kreeg verschillende antipsychotica na elkaar en de gevolgen van de ene soort waren nog erger dan die van de ander. Hij werd dik, hij werd vlak, hij werd nog depressiever.

Frits besprak met ons zijn opties

1. Er zou nog medicatie kunnen zijn die een oplossing bracht. (Maar hij betwijfelde het. Het ontbrak hem niet aan ziekte-inzicht, maar de antipsychotica waren hem slecht bekomen. Hij was liever licht psychotisch dan een vreemde in zijn eigen lijf.)
2. Hij kon, net als zijn hulpverleners, proberen te geloven dat alles vanzelf goed zou komen als hij eerst maar weer ergens aan begon.
(Maar die optie viel af. Zolang hij zich kon herinneren was alles voor Frits een opgave geweest: elke gewone schooldag kostte hem zoveel méér moeite dan anderen. Hij kon niet geloven dat die hulpverleners niet begrepen dat hij Alles. Zelf. Al. Had. Geprobeerd.)
3. En anders zag hij als oplossing alleen nog: doodgaan. Hij was zo moe. Hij leed nu al bijna tien jaar onder zijn gebrek aan verbinding met de wereld, en het werd alleen maar zwaarder.

Wij bleven zoeken naar mogelijkheden. We regelden een second opinion bij een psychiater die zei: ’Vertrek uit A! Gooi die pillen uit het raam! Stap op de meisjes af! ‘t Is jouw leven! Maar je moet het wel zelf doen!’
Voor die laatste zin was Frits inmiddels allergisch. Maar hij had waardering voor de psychiater, die als eerste echt naar hem luisterde. En stoppen met de medicatie deed hij direct. Wat nou, afbouwen.

Binnen een paar dagen was de oude Frits terug

Hij kon weer voelen. Hij paste zijn kleren weer. Hij kon weer genieten van muziek, lekker eten, films en zijn vrienden. Hij maakte grapjes aan tafel. We haalden even ongelucht adem.

Dat duurde een week of zes. Toen kwamen, tot zijn ontzetting, de wanen en de beelden terug. En het idee dat iedereen hem minachtte, dat hij nergens voor deugde, dat alles aan hem lag. Frits was in paniek. Zijn opties waren op. Pillen wilde hij niet. Behandeling werkte niet. Hij wilde weg uit deze gevangenis, maar hij durfde niet. Hij kwam hulp vragen.

Maar zulke hulp konden we hem niet geven.

We praatten met Frits, we troostten hem. We haalden hem over om nog één behandelaar te proberen. Om nog mee te gaan naar één nieuwe psycholoog. Nog naar één iemand die al tientallen jongeren met schizofrenie heeft geholpen. Niet met behandeling. Gewoon, samen op reis.

Nee, beloofd, geen pillen.
En nee, geen opname.
Maar zou hij het alsjeblieft nog een allerlaatste kans willen geven?

Eigenlijk durfde Frits niet. Als dit niet zou lukken, zou hij echt geen hoop meer hebben. Maar hij stemde in. Want natuurlijk wilde hij niet dood. Hij wilde gelukkig zijn.

Hij ging het nog één keer proberen

Hij had een songtekst gehoord die hem hielp. En hij ging het nu helemaal goed doen. Frits zette alles op alles.

Hij stopte voorgoed met wiet. Hij hield zelfs op met frisdrank. Hij ging koken voor zichzelf. Hij meldde met een ironische glimlach dat hij chili con carne had gemaakt. Hij hield op met gamen en nam een nieuwe hobby: lezen. Hij sportte drie keer per week met K. Hij oefende zelfs weer op zijn gitaar. Hij wilde een baantje zoeken. En vooruit, geen eisen meer. Gewoon vakkenvullen. Hij dwong zichzelf zoveel mogelijk onder de mensen te komen. Hij ging naar een huisvergadering en hij deed daar zelfs zijn mond open. Hij was trots. Hij begon bij zijn nieuwe psychiater in A. Hij besloot om zijn studie Japans af te maken, ook al had hij er geen zin in. Hij wilde nieuwe kleren gaan kopen, maar wel met hulp van K. of X., want zelf had hij geen fashion sense, vond hij. Het leek beter te gaan.

Tot hij begin vorige week diep geraakt werd door een negatief oordeel over hem. En terwijl wij bezorgd tegen elkaar zeiden dat hij er weer slecht uitzag, had Frits een besluit genomen. Hij was moed aan het verzamelen. Hij was stil, hij kwam ‘s avonds in de tuin zitten staren met een pilsje. Hij ging gewoon sporten met K. en hij kwam mee-eten toen B. uit Londen op bezoek was. Maar ondertussen liep hij moed te verzamelen.

Donderdag lukte het hem eindelijk te ontsnappen uit zijn gevangenis.

Toen de nieuwe psycholoog ervan hoorde stuurde ze ons een tekstje over haar eerste sessie met Frits

“Voorzichtig geeft hij me een hand. Een eerlijke hand, zo voelt het. Verlegen. Hij ziet wat bleek. Een knappe jongen van nog maar 21 jaar oud. In het gesprek leer ik een slimme, gevoelige zoeker kennen. Droge humor. Met een creatief brein: hij denkt na over dingen. Is zich bewust.
Ik zie zijn verdriet wanneer we praten over een onbeantwoorde liefde en ik voel zijn zorg wanneer hij vertelt over ongewenste gedachten in zijn hoofd. Zijn gedachten gaan met hem op de loop en zijn hem de baas. Hij geeft me de indruk dat hij de wereld op zijn schouders draagt. Dat hij verantwoordelijk is voor alles. En schuldig. Hij schaamt zich ergens voor, zo lijkt het. Soms een glans in zijn ogen, wanneer hij praat over muziek en Japan. En wanneer ik de wondervraag stel: hoe ziet je dag eruit als al je problemen weg zijn? Hoop. Licht. Weg. Vrij.”

Het laatste is een dichterlijke vrijheid van K. Ze wilde ons troosten. Ik was er namelijk bij, bij dat gesprek. Zo’n eerste gesprek met een nieuwe behandelaar liet ik hem niet meer alleen doen. In werkelijkheid vroeg ze: hoe ziet je dag eruit als je morgen wakker wordt en alles is precies zoals jij wil?

Frits glimlachte een moeie glimlach: ‘Dan heb ik een vriendin. En vrienden. En een baan. En een huis.’

*

Als ouders zijn we diep bedroefd omdat Frits nooit een eerlijke kans heeft gehad om iets van zijn leven te maken. Tourette, adhd, depressies, psychoses- hij had een beroerd genenpakket.

Maar 21 jaar lang waren we trots om de ouders van Frits te zijn. Frits was zachtmoedig en tegelijk een radicale denker. Het was een genot om met hem van gedachten te wisselen. Hij heeft ons en en zijn broer óók ongelofelijk veel vreugde gebracht. We hebben veel van hem geleerd.

Tenslotte. Frits was iedereen die zich voor hem heeft ingezet dankbaar. Het heeft ervoor gezorgd dat hij langer bij ons is gebleven.

depressie en schizofrenie

Testopname met mijn net nieuwe Ipad, mei 2011. Frits was bezig aan zijn eerste jaar Japans in Leiden.

‘Voor Frits’: een blog van Rokus Loopik

NB Hier vind je al mijn latere posts over ‘schizofrenie’ en mijn ervaringen met de psychiatrie bij elkaar.

Begin 2015 heb ik als gevolg van wat ik na de dood van onze zoon geleerd heb de site schizofreniebestaatniet.nl gemaakt voor psychiater Jim van Os. Helaas is die site inmiddels de facto ter ziele. Hij is opgevolgd door Psychosenet.nl.

Ken je een jongere die het leven zwaar vindt, die depressief is, die zich terugtrekt? Ken je een jongere die misschien opeens rare ideeën heeft? Ken je iemand die een schizo-diagnose heeft gekregen? Ga naar Psychosenet. Of bekijk mijn video-interviews over herstellen van ernstige psychiatrische aandoeningen, allemaal bij elkaar, vast hier. Nu meteen.

Voor de meeste mensen is er hoop. Schizofrenie bestaat niet. Een groot deel van de ggz loopt achter. Believe you me.

Zet je heen over je vooroordelen en je angsten voor psychiatrische aandoeningen. Dat redt levens. En niemand anders kan die kleine hobbel voor je nemen.

Geef de filmpjes een kans.  En breng ze daarna onder de aandacht van anderen die de kennis nodig hebben.  Om hun eigen dochter of buurjongen te helpen.
113Online___zelfmoordpreventie___Zelfmoord__Praat_erover_           suicide_onder_jongeren_brochure_pdf-3