Hoe werkt een metafoor? (En waarom je niet zonder kunt als je wil reframen)

waarom metaforen werken bij reframen

Hoe laat je iemand van mening veranderen?

Het zit hem soms in één woord.

– Ik werk zo hard: gisteren viel ik flauw, schreef een vriendin.

Ze wéét wel dat ze het rustiger aan moet doen.

Maar ja, ze is verpleegkundige. Ze moet levens redden. Ze kan niet lanterfanten.

– Beetje amateuristisch om een hartaanval te krijgen, hè? mailde ik terug.

Ze moest hard lachen.

En ze nam een dag vrij.

Wow, dacht ik.

Dat is nou de kracht van vergelijkingen

We zitten allemaal in de propaganda-business.

De reframing-industrie.

De taalalchemie: zet twee woorden brutaal bij elkaar en je krijgt iets nieuws.

We nemen een onderwerp, zetten het in een andere context en hoppa.

Humor. Een beeldspraak. Een vergelijking. Een analogie. Een metafoor.

Hoe werkt een metafoor? Jezus ontslaat de apostelen

humor: iets bekends in een verrassende context

We draaien iets om

De Amerikaanse psychiater Edward Hallowell staat bekend om zijn heldere uitleg van ADHD.

ADHD is like having a Ferrari engine for a brain with bicycle brakes. Strengthen the brakes and you have a champion. 

Een mooie vondst.

Heel wat positiever dan zorgelijk mompelen over een aandachtstekortstoornis.

De vergelijking met een luxe wagen maakt het syndroom bijna sjiek.

Guilty by association.

Net zoals een kunsthistoricus die is gespecialiseerd in Rembrandt een indrukwekkender aura heeft dan een kunsthistoricus die Dirk van Baburen bestudeert.

Wie?

Dat bedoel ik.

Als we een vergelijking of een beeldspraak verzinnen stellen we het onderwerp van ons gesprek in een nieuw daglicht.

Een Amerikaanse vriendin, die met een kunsthistoricus is getrouwd, is een ster in het omdraaien van referentiekaders.

In een periode dat ze full time voor haar kinderen zorgde vroeg iemand haar, bij de opening van een tentoonstelling, wat ze deed.

-I am an art historian by marriage, zei ze vrolijk.

Waarom gebruiken we ze niet vaker?

Beeldspraken treffen doel. Maar alleen als ze écht verrassen.

Je hebt dus elke keer nieuwe nodig.

In 1989 las ik een voorbeeld dat me nu nog vaak te binnen schiet. Voor een stuk in NRC Handelsblad las ik de papers van een reclamecongres over een destijds net ontdekte doelgroep: rijke senioren.

– Als het pap regent, moet je met je bordje buiten staan, zei Karel van Doodewaard van het toemalige reclamebureau Lintas Nederland.

Vanochtend plukte ik deze metafoor van internet:

metafoor toegeschreven an Warren Buffett: Some things just take time. You can't produce a bay in one month y making nine women pregnant

…some things just take time…

Ik weet niet of die uitspraak echt van Buffet is, of wie het plaatje heeft gemaakt, maar de vergelijking is fris.

Juist door zijn zotheid blijf je langer stilstaan bij dat beeld.

Hoe werkt een metafoor?

Er is een probleem, waarvoor de oplossing jou volkomen helder is.

Maar om de één of andere reden wil iemand anders er maar niet aan.

Je kunt haar met argumenten, feiten en cijfers om de oren slaan, maar dat helpt niet.

Haar oren zitten dicht.

Hij wil er gewoon niet áán.

Dat is trouwens heel begrijpelijk – we hebben allemáál onze blinde vlekken. Als we al onze overtuigingen continu ter discussie moesten stellen, kwamen we niet meer toe aan ons dagelijks leven.

Maar soms zitten we fout.

Soms zitten we met heel veel mensen tegelijk fout.

En als dat zo is, denken we meestal dat we goed zitten.

Een voorbeeld

In 1844 kwam een jonge opdonder van 26 als arts te werken in een gloednieuw academisch ziekenhuis in Wenen: het Allgemeines Krankenhaus. Omdat het zowel artsen als vroedvrouwen opleidde om bevallingen te doen, had het ziekenhuis maar liefst twéé kraamafdelingen. Eén voor de heren studenten, één voor de aankomende vroedvrouwen.

In die tijd waren ziekenhuizen gevaarlijke plekken om te bevallen. In ziekenhuizen overleed tot wel 30% van de vrouwen – aan kraamvrouwenkoorts, ofwel bacteriële infecties. Maar bacterieën waren nog niet ontdekt. Wie geld had, zorgde dat ze thuis beviel.

Het viel de jonge opdonder, Ignaz Semmelweis, op dat het sterftecijfer op de afdeling met de studenten drie keer zo hoog was als bij de vroedvrouwen. Hoe was dat mogelijk? Semmelweis onderzocht alle oorzaken die hij maar kon bedenken. Nee, het kwam niet door het eten, vuil linnengoed, gebrek aan ventilatie, de pure aanwezigheid van mannen of de wierook van de priester.

Ondertussen liepen de studenten heen en weer tussen de snijzaal en de verloskamers, maar het verband viel hem pas op toen een student uitschoot en een professor sneed, die aan een infectie overleed. Semmelweis herkende de hoge koorts, de rode strepen en de gezwollen onderbuik van de kraamvrouwenkoorts.

Hij gaf opdacht aan alle studenten om hun handen met bleekmiddel te ontsmetten na een autopsie. Het stertecijfer op de kraamafdeling daalde direct naar 1%.

Wat een opluchting, zou je denken. Maar nee. In 1849 werd Semmelweis ontslagen. Het ziekenhuis schafte het handenwassen af. Het sterftecijfer vloog weer terug naar zijn oude niveau.

In de jaren 1850 bedwong Semmelweis een kraamvrouwenkoortsepidemie in een ziekenhuis in Pest, Hongarije. De Hongaarse regering schreef alle ziekenhuizen voor om handen te wassen. De rest van Europa ontving zijn boek Die Ätiologie, der Begriff und die Prophylaxis des Kindbettfiebers, uit 1861, met onbegrip.

Het zou nog tientallen jaren duren tot de bacteriologie was uitgegroeid tot een exacte wetenschap met reproduceerbare experimenten – dankzij Louis Pasteur en Robert Koch. Pas vanaf 1900 zet de daling van de sterfte aan kraamvrouwenkoorts in.

Daar moest ik aan denken

toen ik twee weken geleden het laatste boek van psychiater Jim van Os las, De DSM-5 voorbij! Persoonlijke diagnostiek in een nieuwe GGZ. Ik schreef hier een recensie.

Van Os heeft zichzelf een taak gesteld: hij wil de ziekte schizofrenie reframen. Die ziekte waar je nooit meer vanaf komt, de melaatsheid onder de psychische aandoeningen. Die ziekte die zo’n slechte naam heeft dat zelfs mensen die er van hersteld zijn – die gelukkig getrouwd zijn, die een mooie baan hebben, die psychiater zijn geworden zelfs – er angstig over zwijgen. De ziekte waar hulpverleners voor terugdeinzen. De ziekte met een beeldvorming die zó negatief is dat hij alle correctie weerstaat.

– Ja, herstel is mogelijk. In vier fasen.

– Nee, de ziekte bestáát eigenlijk niet.

– Nee, het is ook geen zíekte, het is een combinatie van symptomen die onder verschillende namen door het leven gaan.

– Ja, de gezamenlijke noemer van al die aandoeningen is een gevoeligheid voor psychoses.

– Nee, je hersenen gaan er niet door achteruit.

– Ja, wél door teveel ongezonde medicatie, ja.

– Inderdaad, die gevoeligheid voor psychoses hebben we in aanleg allemaal.

Weleens verliefd geweest en toen een liedje gehoord op de radio dat precies voor jou bedoeld leek?

Maar luister even naar Van Os zelf:

Het moge duidelijk zijn

Om er nog één analogie tegenaan te gooien:

schizofrenie is de kraamvrouwenkoorts van nu.

 

Hier vind je al mijn posts over de psychiatrie en over een kind verliezen  bij elkaar. Lees ze als je iemand kent die zich ernstig uit het dagelijks leven terugtrekt.