Leert je belachelijk goed zakelijk bloggen

Wat gebeurt er nou in je hoofd als je schrijft? (Over inspiratie)

Murakami heeft een boek geschreven over het beroep van schrijver. En volgens vier Volkskrant-recensenten is het zwaar teleurstellend. Zaterdag 12-1-2019: Ype de Boer, Nina Polak, Pieter Waterdrinker, Connie Palmen.

Ze verwijten Murakami dat hij niet uitlegt waar zijn inspiratie vandaan komt. En hoe zijn schrijfhoofd van binnen nou echt werkt, wanneer het schrijft.

Hoe werkt inspiratie?
Potverdorie

Alleen de vijfde recensent, kinderboekenschrijfster Anna Woltz, snapt het. Ze schrijft: ook hij kan niet uitleggen hoe verzinnen écht werkt.

Schrijvers kunnen niet uitleggen hoe het werkt, schrijven
Kinderboekenschrijfster en journalist Anna Woltz

Ze zegt:

Ik heb nog nooit een consultant of kapper minutieus horen uitleggen hoe zijn of haar dag eruit ziet. Schrijvers doen niet anders. Ik geef wekelijks lezingen op scholen en of mijn lezers nou 8 of 16 zijn, ze willen allemaal weten hoe die nieuwe werelden in mijn boeken zijn ontstaan – en als ik dat niet precies kan uitleggen, dan moet ik in elk geval alles vertellen over de omstandigheden, mijn werktijden en de locatie van het scheppen.

En zo is het. Bovendien vist ze nog een nuttige observatie uit Murakami’s boek: volgens hem moet je niet meteen een oordeel klaar hebben over alles wat je ziet, als schrijver.

Een schrijver heeft zo veel mogelijk ruw materiaal nodig: kleine, onbewerkte details die je opbergt in een reusachtige ladekast in je hersens.

Kijk, dáár heb je wat aan

Ik liep er toevallig net over na te denken, over hoe dat gaat, schrijven. Want vorige week lukte het me niet om een blog te schrijven. Ik was verkouden. Als ik verkouden ben word ik somber, en als ik somber ben krijg ik geen ideeën.

Je kunt ideeën inspiratie noemen, maar ik zou het niet doen. Ik noem het ideeën. Net zoals ik het schrijverschap een beroep noem.

schrijven is een beroep, geen magie
Connie Palmen: schrijvers zijn niet zomaar mensen en essays zijn poëticaal proza

Het is wel zo dat je, op het moment dat je géén ideeën hebt, meteen bang wordt dat je ze nóóit meer zult krijgen. Scenarioschrijver William Goldman beschrijft dat mooi in zijn boek Adventures in the Screen Trade – A Personal View of Hollywood and Screenwriting (1983).

Perhaps only other writers can understand the panic that takes hold then. You go to your desk, you sit for two hours, six hours… And nothing. A week, a month… Nothing. You try to trick your demons, perhaps by going to the movies instead of to work, and casually, after a double feature or two, you slide in behind your typewriter at the end of the day when there is absolutely no time to write anyway, so all the pressure is off.

 

… Nothing.

 

You read what other writers have done to win their similar battle.

 

Doesn’t work for you.

Nothing works for you.

 

And then you enter into despair. Because drying up permanently just may be the ultimate nightmare if what you do for a living is battle empty pages. For almost without exception, this happens to every writer. Few of us drop in our traces. Mostly, energy goes; we fiddle a while, try this, that, and then it’s over, and how you fill the rest of your days?

Maar tegelijkertijd weet je dat het onzin is, net zo goed als je weet dat een sombere bui weer over gaat.

Kom op, zeg. Schrijven is gewoon een vak

Als je lichamelijk moe bent kun je niet timmeren, en als je geestelijk moe bent kun je niet schrijven. Ja, wel informatieve stukken. Een gebruiksaanwijzing voor een broodbakmachine of een stappenplan voor een blogopzet. Dat wel. Maar niks waarvoor je zelf nog een vorm moet vinden. Niks dat nét buiten je bereik ligt. Niks waar je zelf plezier aan beleeft.

Nadat ik de recensies van het boek van Murakami had gelezen dacht ik: hoho, er valt wel íéts over het praktische schrijfproces te zeggen

Ik weet namelijk best hoe mijn eigen blogs tot stand komen. Dus ik weet ook wat ik moet doen om er voor te zorgen dat ik ze kan schrijven. Ik zal het uitleggen aan de hand van een recent blog.

(Ik moet er meteen bij zeggen dat het voor jou totaal anders kan zijn. Niet voor niks weigerde Seth Godin ooit in een Copyblogger podcast te zeggen hoe zijn dagen eruitzien. Voor je het weet gaan mensen het nadoen, zei hij, maar daar hebben ze niks aan, want het werkt alleen voor mij.)

Hoe mijn blog over een dochter die de thee gaat zetten voor haar moeder tot stand kwam – bijvoorbeeld

(Lees het hier)

Ik wou al langer schrijven over dat moment in je leven waarop de rollen omdraaien: wanneer je je realiseert dat je geen kind meer bent, maar ouder. Of over de volgende omkering: wanneer je de ouderrol op je neemt voor een vader of een moeder.

Met een zieke moeder en een zieke schoonmoeder is dat laatste een goed onderwerp. Voorwaarde 1 is: ik moet er iets bij voelen. En voorwaarde 2: het moet nieuw zijn. Als ik er al eerder over heb geschreven voelt het alsof ik plagiaat pleeg. Bovendien weet ik zeker dat ik dit onderwerp kan illustreren met details uit mijn eigen leven.

Maar één idee is niet genoeg

Ik heb er minstens twee nodig.

Ik blader door mijn lijstje met vage blogaantekeningen. Ergens lees ik: hoffelijk flirten. Ik zag het een tramchauffeur in Amsterdam doen met een oudere dame. Het was ontroerend. En omdat ik nu besloten heb dat het blog over ouderdom gaat, kan ik die twee onderwerpen met elkaar verbinden.

Dus: ik kan in mijn stuk vrij associërend van onderwerp 1 naar onderwerp 2 wandelen. Dat ik al schrijvend een verband moet verzinnen is wat het spannend werk maakt.

Op dat moment ben ik eigenlijk al klaar

Ik weet nu dat het goed komt. Omdat ik het honderden keren eerder heb gedaan, weet ik uit ervaring dat mijn hoofd hier genoeg aan heeft. Ik voel het zelfs in mijn lichaam: blijdschap. Een warm gevoel bovenin mijn rug.

Ik ga het stuk beginnen met het hoffelijk flirten van oudere mannen met oudere vrouwen, en ik ga eindigen met hoe ik als kind de zorgtaak voor mijn moeder op me neem.

Voor beide momenten zoek ik exacte voorbeelden

Dit is het begin:

‘Zo, schoonheid’, zegt de buschauffeur met de rimpels tegen de blondine van 60. ‘Gaan we de bloemetjes buiten zetten? Mag ik mee?’

En dit is het rol-omkeer-moment:

Op een dag geef je je moeder een zoen, en je ziet opeens dat haar trouwring te groot is geworden. Je slikt je zorgen over je spijbelpuber in. ‘Zal ik eens een lekker potje thee zetten?’, vraag je.

De rest van het stuk schrijft zichzelf

Ik kan me niet meer herinneren welke woorden mijn onbewuste aandroeg, en hoe ik die schikte. Welke ik weggooide, en welke ik aandikte. Dat gaat te snel, je zou het misschien kunnen documenteren als je hardop schreef. In sommige delen van Reacher Said Nothing probeert de schrijver dat te doen, samen met Lee Child: ze proberen Childs keuzes woord voor woord te vangen.

Maar als ik de hoofdlijn in gedachten hebt, gaat schrijven bij mij altijd zo: na het begin dient zich een logische vraag aan, of een woord dat opeens in me opkomt, of een terzijde, waarop een antwoord moet volgen. En mogelijk een onderbouwing van dat antwoord – een uitspraak of een detail of een scène.

En zo kronkelt het stuk zich vanzelf van hoofdidee 1 naar hoofdidee 2. Halverwege het blog realiseer ik me dat ik, tersluiks, nog een andere zorgtaak ter sprake kan brengen, met een referentie aan een Netflixserie. En wat ouders en kinderen betreft: die geweldige uitspraak van mijn oudste zoon over dat wij, ouders, maar tellen voor één-achtste. Ik was het eigenlijk niet van plan, maar het past naadloos. Nu gaat het stuk niet alléén meer over ouderdom, maar ook over voor elkaar zorgen in het algemeen. Tussen ouders, kinderen, vreemden.

Soms valt er nog een punt te maken aan het einde

Hier ook. Niet omdat de conclusie nou zo hemelbestormend is:

Daarom is het een ontroerend moment als de rollen omdraaien. Als jij de thee gaat zetten. Als je eindelijk je mond gaat houden.

Als je beseft dat het leven cyclisch is.

En dat je daar niks aan kunt doen, behalve hoffelijk zijn.

Maar omdat ik beide thema’s in één alinea kan samenbrengen. Dat is prettig harmonieus, qua vorm. Cirkeltjes werken altijd. Ze geven een lezer het gevoel dat er een hogere orde in het stuk zit.

Het is geen poëticaal proza. Het is gewoon een trucje

Inhoud en vorm smelten samen. Zo voelt het. Maar het trucje is enkel vorm.

Maar als het allemaal zo makkelijk is, waarom lukt het dan soms niet?

In mijn geval:

  • omdat ik niet genoeg heb geslapen
  • omdat ik niet genoeg heb gesport
  • omdat ik niet genoeg bomen heb gezien: huizen helpen niet
  • maar vooral: omdat ik in de dagen en weken vóór het schrijven meer dan vier uur per dag achter mijn computer heb gezeten
  • en vooral, vooral: omdat ik niet genoeg heb gelezen

Ik schrijf over ideeën

En die vind je nou eenmaal in boeken. Niet in blogs: het internet is een slechte bron voor verfrissende gedachten. Op internet pompen we met z’n allen voortdurend dezelfde informatie rond.

Ja, dat doen we.

Bovendien: de meeste blogschrijvers proberen zich zo snel mogelijk van een blog af te maken. Zelfs de originelere blogs leveren vaak maar één enkel ideetje of één enkele tip.

Vorm is net zo belangrijk

Maar nieuwe vormen vind je óók al niet in blogs.

Nee, je moet boeken lezen. Goede boeken. Over zoveel mogelijk verschillende onderwerpen. En films zien. En series. En naar uitstekende podcasts luisteren. En mensen spreken die heel andere dingen doen dan jij. Omdat je een heel klein deel van de ideëen en de ervaringen die je daar krijgt, of die je onbewust opslaat, straks nodig hebt als je een stukje schrijft.

En naar buiten.

tips voor beter bloggen

Over Kitty Kilian

Kitty Kilian

Schreef voor NRC Handelsblad, gaf les aan vakopleidingen Journalistiek. De Blogacademie sinds 2011. Delicate as a hand grenade.

Cursussen:
Blogbasics
Blogpro
Karakter & Dialoog
Little Black Dress

21 comments

Leert je belachelijk goed zakelijk bloggen
Herstel wachtwoord
Geef je e-mail adres. Een nieuw wachtwoord wordt verzonden.