Taal-overgevoeligheid, wat doe je er aan?

overgevoelig voor tekst en beeld

Ik trok de pyjama over het hoofd van mijn oudste zoon. Ik sloeg een kinderboek open. Ik las de eerste bladzijde voor. ‘Hou maar op’, zei hij. ‘Dit is niks.’

Zes jaar later. Ik zat op de rand van het bed van mijn jongste zoon. Ik opende een kinderboek. Ik las de eerste alinea voor. ‘Doe alsjeblieft een ander boek’, zei hij. ‘Ik kan er niet naar luisteren.’

Ik sta in de boekhandel. Ik pak een thriller van een pallet, in Nederlandse vertaling. Ik lees de eerste vijf regels en sla het geschrokken dicht. Het Engels schemert overal doorheen.

Taal-overgevoeligheid, het zit in de familie

Vroeger zag ik het als iets goeds. Als een talent. Ik zag het zelfs als fijnbesnaardheid.

Ik ging er ook van uit dat iederéén het had. Of liever: ik snapte het niet als anderen het niet hadden.

Net als toen zoon-twee en ik bedachten dat hij zijn klasgenootjes kon leren om origami-kraanvogels te vouwen. Voor in de kerstboom. Na een kwartier zaten verschillende kleuters te huilen. Ze kregen het niet voor elkaar. Ik sloeg mezelf voor mijn kop – ik had me niet gerealiseerd dat niet élke vijfjarige kan origamo-en. We zijn blind voor wat voor onszelf gewoon is.

Het lijkt me wel een typische tekstschrijversafwijking, overgevoeligheid voor taal

Met fijnbesnaardheid heeft het verder weinig te maken. Ik weet nu dat bijna iederéén kan leren schrijven, ofwel: dat iedereen kan leren luisteren naar het ritme van een tekst. Iedereen kan leren om lijdende vormen te vermijden en om verse beelden te gebruiken. Heck, bijna iedereen kan zelfs in een paar weken leren hoe je dialoog en karakter en omgeving soepel verwerkt in een verhaaltje met een plot. (Die snelheid kwam als een volslagen verrassing, ook voor mij.)

Mijn overgevoeligheid is eerder dwangmatig. Als je het niet kunt velen dat het ritme van een tekst niet klopt, als je het haast persoonlijk opvat als een schrijver een cliché gebruikt, als je wil gillen omdat een dialoog niet natuurlijk klinkt: dan ben je een overgevoelig type.

Dus wat is nou eigenlijk het probleem hier?

Ik ben het probleem. Mijn eisen zijn idioot hoog, omdat mijn taalgevoel te strak staat afgesteld. Ik eis perfectie waar 75% ook al heel mooi zou zijn. Of 60. Eigenlijk ben ik gewoon fucking irritant.

ervaring met karakter cursus kitty kilian

Veeleisend

In het normale leven kom je niet weg met zulke eisen. Maar als schrijfdocent maak je je eigen regels.

Ik heb het trouwens niet alleen met taal

Slordige websites, daar kan ik óók niet tegen. Websites met rommeltjes. Websites met foto’s die niet netjes zijn uitgelijnd, bijvoorbeeld, niet allemaal even breed als de tekst:

gevoeligheid voor plaatjes en tekst

Daarom ben ik opgehouden met critiques. Want ik krijg een slecht humeur als iemand vijf fonts door elkaar gebruikt. Of twaalf kleuren. En als hij dat eigenlijk wel prima vindt.

Wat nou, prima? Het moet gewoon helemaal goed, recht, strak, een klare lijn, alles in dezelfde stijl.

Schilderijen hang ik ook recht. Overal. Het komt zelfs voor dat ik bij iemand anders een vaatdoek over het aanrecht haal. Ik kan slecht tegen waterdruppels op glad staal.

Het is maar goed dat ik geen ontwerper ben geworden.

Zijn alle tekstschrijvers zulke lastige types?

Integendeel. Succesvolle tekstschrijvers zijn toegeeflijk en sociaal. Ze snappen hun lastige klanten en zoeken een middenweg zonder zich op te winden. Ze leven zich in. Ze zeggen niet: u bent een prutser. Ze zeggen: dit is mooi uitgangsmateriaal.

Ik ben dan ook geen tekstschrijver. Ik ben een schrijfdocent. Eentje die haar cursisten tot wanhoop drijft, maar die toch goede beoordelingen krijgt.

Ik snap het zelf niet. Echt niet.
Ik haat mezelf. Vandaag in elk geval.
Het leven is een raadsel.

blad

Lees ook: Waar komt taalkundige preutsheid vandaan?

 

Abonneren? >iTunes