Leert je belachelijk goed zakelijk bloggen

Beeldend schrijven: wil je een saaie tante of een blozend bruidje?

beeldend schrijven is concreet schrijven

Soms is de Nederlandse taal je saaiste tante. Zo’n tante die op je achtste verjaardag komt aanzetten met een rekendoos.

Neem nou de term beeldend schrijven. Wie wil dát in godsnaam leren? Het voelt als een verplichte pianoles. Het ruikt naar oude gymzaal.

Terwijl het – in reality – een belangrijke techniek is om je tekst leesbaar te maken. Er is geen bestseller-auteur die het niet doet. En moeilijk is het óók al niet.

Wat is het dan, beeldend schrijven?

Volgens Van Dale:

Beeldend > plastisch. Het beeldend vermogen van een schrijver: het vermogen om treffende, levendige beschrijvingen te geven: beeldende taal.

Typical. Van Dale geeft een samenvatting. In Neerlandici-jargon. Hij doet het tegenovergestelde van levendig schrijven. Geen wonder natuurlijk: Van Dale is getrouwd met je saaiste tante.

Ik stel voor dat we eerst die term vervangen. Het kan veel simpeler:

Gebruik plaatjeswoorden

Schrijf niet: industrie. Schrijf: fabriek.
Schrijf niet: woning. Schrijf: villa. Boerderij. Rijtjeshuis.

Wat is het verschil?

Industrie is abstract. Een fabriek is concreet. Concrete woorden roepen een plaatje op, voor je geestesoog.

Schrijf boom en je lezer ziet een plaatje.
Schrijf milieu en je lezer ziet eh.. niks. Hij slaat vermoeid de krantenpagina om.

Wat is concreet?

Concrete woorden kun je pakken. Of ruiken. Of voelen. Of horen – concrete woorden beschrijven wat jij zelf ziet. Of hoort. Of wat je kunt aanraken. Kortom: concreet is wat je met je eigen zintuigen kunt waarnemen.

Groente kun je niet pakken.
Een stronk witlof wel.

Witlof is een plaatjeswoord. Groente niet.

Abstracties zijn voor kenners

Abstract schrijven is nuttig, als je snel kennis wil overdragen aan vakgenoten. Net als vakjargon.

Abstract is: Frans Hals’ oeuvre is van hoge kwaliteit.
Concreet is: Kunsthistorici over de hele wereld beginnen te watertanden als ze Frans Hals’ portret van Isaac Massa en zijn vrouw zien.

beeldend schrijven: gebruik plaatjeswoorden
Isaac Abrahamsz Massa en Beatrix van der Laen, Frans Hals, ca. 1622

Maar wat is het verschil tussen abstractie en jargon?

Ze overlappen elkaar. Als specialisten onderling aan het woord zijn, gebruiken ze allebei. Vakjargon en abstracties. Een oeuvre is vakjargon voor: alle schilderijen die Frans Hals heeft geschilderd. Oeuvre is ook een abstractie.

Met hoge kwaliteit bedoelen ze: het voldoet aan wat kunsthistorici op het moment de moeite waard vinden aan zeventiende-eeuwse schilderijen. Die oordelen gaan niet alleen over hoe goed Hals de schildertechniek beheerste, maar ook: hoe origineel was hij? Hoe origineel is de compositie van Massa en zijn vrouw? Het kleurgebruik? En het feit dat ze lachen?

Een kunsthistorica zegt: hoge kwaliteit.
Haar collega hoort in gedachten de hele vorige alinea.
Jij en ik wachten op uitleg.

Er is niks mis met vakjargon

Programmeurs kunnen niet zonder, juristen en medici ook niet. Maar jij en ik hebben er niet zoveel aan. Niet als we stukken willen schrijven die makkelijk lezen.

Er is óók niks mis met abstracties. Als je ze maar niet te vaak gebruikt.

En als je ze nou per sé moet gebruiken? Abstracties?

Dan hebben we altijd nog de metaforen. De analogieën. De vergelijkingen.

Metaforen? Analogieën? Klinkt veel te ingewikkeld

Ben je gek. Het zijn gewoon vergelijkingen. Je vergelijkt een abstract begrip met iets concreets. De Nederlandse taal met je saaiste tante. Van Dale met je saaiste oom. En dan snapt iedereen metéén wat je bedoelt. Vergelijkingen zijn de ultieme plaatjeswoorden.

Hm. Plaatjeswoorden. Maar hoe ver moet je daar mee gaan?

Heel ver.

Schrijf niet: hij was een tiener. Schrijf wat je lezer zelf zou kunnen zien: de veters in zijn sneakers hingen los.
Schrijf niet: ze was boos. Schrijf: ze had een boswandeling van twee uur nodig om af te koelen.

Is dat niet kinderachtig?

Ben je bedonderd.

Ik pak de eerste de beste Nobelprijswinnaar uit mijn kast: Alice Munro, Runaway.  Zo begint het:

Carla heard the car coming before it topped the little rise in the road that around here they called a hill.

Ze hoort een auto aankomen en ze hoort zelfs waar hij precies rijdt, op de weg.

Nou jij weer.

 


• Lees ook: ‘Jij doet het niet goed, zakelijk’ (en het verschil tussen abstract en concreet schrijven)
• En: Hoe kies ik een naam voor mijn blog – over namen en beeldend taalgebruik

Alle podcasts

PS

Kerstmis
Kerstmis

Even oefenen? Schrijf een zin met plaatjeswoorden over jouw Kerstmis in de comments, dan geef ik je feed forward. (NB Kerst is voorbij, de comments zijn nu gesloten). 

 

Save

tips voor beter bloggen

boekblog over blogstijl

Over Kitty Kilian

Kitty Kilian

Schreef voor NRC Handelsblad, gaf les aan vakopleidingen Journalistiek. De Blogacademie sinds 2011. Delicate as a hand grenade. Blogt as we speak het boek Bloggen - de stijl.

Cursussen:
Blogbasics
Blogpro
Little Black Dress
Karakter & Dialoog

108 comments

  • De treurigheid van mijn bestaan kwam extra hard binnen toen ik, na het sjokkend uitlaten van een onwillige hond in de miezerende regen, de deur weer opende naar de eenzaamheid die op me wachtte en op de drempel nog even de heerlijke geuren van de erwtensoep van de buurvrouw meekreeg.

  • HAHA vakjargon daar kreeg ik psychisch straf voor van mijn eerste baas (pleonasme!). GENOTEN weer van je stuk.

    PS Die Lee Child is verslavend. Deel 1 2 en 3 en het laatste deel (per ongeluk verkeerde knop gedrukt via iTunes) al uit. Soms wordt het 2 uur ‘s nachts. Of later…

    • Erg, hè. Ik heb dat op het moment met Deon Meyer. Zuid-Afrikaanse thrillers. Fantastisch voorgelezen, met alle mogelijke talen en dialecten, door Saul Reichlin.

  • Eeh Kerst dus.
    Na vele jaren van buikpijn die al eind oktober startte, omdat haar familie vanaf dan gezellig de Kerst begon te plannen, sprak ze vorige week onbekommerd met haar moeder af dat ze waarschijnlijk bospaddenstoelensoep zou maken als voorgerecht. En waar haar moeder dit in vroeger jaren al uiterlijk 30 november wilde weten (‘Kan je vader het Kerstmenu mooi printen’) vond ze het nu prima. ‘Het gaat om gezellig bij elkaar zijn.’ Ja mam, dat vind ik ook!

    • Waarom zulke lange zinnen? Bospaddestoelensoep is het woord dat het meest een plaatje oproept. Het kerstmenu printen is ook leuk. Hoe concreter, hoe beter.

  • Vanavond lig ik, kookgek. als een hondje voor de oven. Het hele huis ruikt naar rum, rozijnen en specerijen. Ik zelf ook, want ik ben een slordige, nogal fysieke kok. Zo eentje die met welbehagen de dooiers van het eiwit scheidt met blote handen. Ik moet er echt álles uithalen vanavond. Zondag kookt mijn lief, maandag mijn jong. Dit is het enige wat ik mag maken: Christmas Cake.

  • Sommige mensen gaan uit van één kleur in de kerstboom en houden daar consequent aan vast. Waarom? Omdat ze dat het rustigste vinden! De kleuren zijn altijd in harmonie. Er is immers maar één kleur (naast al het groen van de boom).
    Maar wat te doen als je iets erbij wilt kopen? De juiste ballen moet dan wel in de winkel liggen dit jaar! Met de traditionele kleuren (rood en zilver) is dat wel het geval. Met de meer trendy kleuren van eerdere jaren heb je hier een probleem. Dan moet je heel hard zoeken.
    Blijf je bij je bestaande kleuren dan zal je kerstboom er exact hetzelfde uitzien als de afgelopen jaren.. . Niemand ziet dat er nieuwe ballen hangen.

    Meer kleuren combineren

    Door het toevoegen van een nieuwe kleur, harmoniërend met de bestaande, krijgt je kerstboom ineens een nieuwe look! Als je de juiste kleur kiest hoef je niet bang te zijn dat het geheel niet rustig oogt.
    Sterker nog: Als je vindt dat je huidige kleuren in de kerstboom een onrustig beeld geven dan zou een extra goed gekozen kleur zelfs de gewenste harmonie kunnen brengen.
    Vind jij het moeilijk om een goede kleur te kiezen, passend bij je bestaande ballen? Er is hierin zoveel meer mogelijk dan je zelf denkt!
    Het is gewoon een kwestie van anders leren kijken.

    Een interieur is als een kerstboom

    Met het interieur is het eigenlijk precies hetzelfde:
    Misschien heb jij ook een interieur gebaseerd op één of ‘geen’ kleur? Uit angst dat het anders te druk wordt?
    Misschien denk je dat je bestaande spullen niet samengaan in een goede combinatie?
    En misschien heb je het idee dat sommige kleuren onmogelijk bij elkaar passen?
    Ik denk dat dat niet waar is! Met alle kleuren kun je een harmonieus geheel maken.

  • Het is, op de kleine lichtbundel uit mijn bureaulamp na, pikdonker hierboven. Koud ook, zelfs met een dekentje over mijn benen.
    Met vingers koud als ijsklompjes schrijf ik je. Heb te lang stil achter mn beeldscherm zitten pielen. Aan t eind van de laatste werkdag van 2016 zijn nog minstens 10 taken op de lijst niet doorgestreept. De computer zoemt.
    Als ik goed luister is er beneden al wel vakantiestemming. Nick Cave?
    You know I would, yes, I would
    I would hold on to yourself
    Morgen weer een laatste werkdag van 2016. Daarna kerst?

  • Ik zit in mijn witte armleuningstoel na te genieten van linguini met aubergine en tomatensaus. Ik denk, ‘tja kerst, dat was vroeger een zoete wildgeur van haas die gekookt werd in de grote rode dru-pan’. Mijn Indische moedertje met wat levervlekken op haar zestig jaar oude gezicht, wat mis ik haar.

  • Hmm… alles in huis. Twee sappige moten bio-zalm. Verse citroenen en peterselie. Een mix van witte kool, rode paprika, prei en sperziebonen. En die mega zak ovenfrietjes. Kan niet wachten tot het kerst is.

  • Als de zelfgeschilderde kerstreptielen weer in de houten boom hangen en mijn man ‘s ochtends vroeg dapper ons warme bed uit stapt om naar de AH te fietsen om op tijd te zijn voor stoofpeertjes en de Dr. Denker. Dan is het echt bijna kerst!

    • Iedereen schrijft veel te lange zinnen hier in de comments. Waarom? Nou moet je lezer kiezen wat belangrijk is. Maar dat is jouw taak.

      Zelfgeschilderde kerstreptielen? Wie schilderde ze? Wat voor reptielen?

      Ik bedoel: De dinosaurus die Joris 16 jaar geleden uitprikte hangt bovenin de kerstboom.

  • Twitter voelde voor hem als een mistig bos met hoge donkere bomen waarvan de toppen verdwenen in het grijs. Tussen lage struiken op de grond een wir war van drassige en kronkelige paadjes waarop schimmen van mensen elkaars weg zo nu en dan vluchtig kruisten zonder elkaar te raken. Unheimisch.

    • Zo schrijf je anders nooit, Sonja. Of maak je een grap? Hoe concreet zijn niet-kerst-vierende peren? Er zitten plaatjeswoorden in. Maar je maakt alles minder concreet door het vaag te houden: ogen die blikken werpen in plaats van je buurman die naar jouw mandje kijkt.

      • Was gisterenavond erg moe en alles behalve scherp. Was in ieder geval grappend bedoeld. Een errug flauwe grap dus. Heb een hekel aan de feestdagen, dat ‘helpt’ ook. ;-)

        • Was geen kritiek, hoor. Meer een vraag, Een hekel aan de kerstdagen kun je veel eenvoudiger duidelijk maken:

          Met kerst aten ze boerenkool met worst.

  • “Gezellig hè, samen, met z’n allen”, zegt z’n moeder stralend. Ze hangt over de tafel en prikt nog een moot veel te droge rollade van de één keer per jaar gebruikte zilveren schaal. Kwakt die op z’n bord tussen de stoofpeertjes en kapot gekookte aardappelen. “Hier, goed eten, jongen.” Hij krijgt zin in kerstboomverbrandingen. Nu. Gewoon binnen.

  • Manlief zoekt een plekje voor de gevulde rollade en veegt het zweet van zijn voorhoofd. Een tafel vol eten waar hij dagenlang druk mee is geweest, maar zelf niet van eet. “Eet je wel een beetje door, schat? We hebben ook nog chocoladetaart toe!”

  • Ik strijk de lucifer langs de ruwe zijkant van het doosje en inhaleer de zwavel, zodat die mijn geest binnen kan dwarrelen. Daar wakkert het een vleugje kaneel met kruidnagel aan. Opeens ben ik weer 11 en thuis met mijn zus en het kerststukje dat ik op school maakte.

    • Prima plaatjeswoorden.

      De alinea kan logischer:

      Ik strijk de lucifer langs het doosje. Ik ruik de zwavel. Opeens ben ik weer 11 en zit ik aan de keukentafel met mijn zus. We hebben kerststukjes gemaakt op school. Mijn moeder prikt kruidnagels en kaneel in een sinaasappel.

  • Kerstmis is grote pannen op kleine vlammetjes. Dampen lokken me achter de computer vandaan. Het werk moet wachten tot het nieuwe jaar. Ik ruik de wijn waarin de stoofperen pruttelen. Maar nog belangrijker: ik hoor oma zeggen “Geduld! Eén dag stoven, één nachtje koelen…” Slow cooking voor het hip werd.

    • Een mooie oma-uitspraak. Goede plaatjeswoorden. Die dampen zitten me niet helemaal lekker: je bedoelt: etensgeuren?

      Je maakt het nóg concreter als je duidelijk maakt wat er aan de hand is. Wie is er aan het koken?

  • De ongewassen jongensharen kriebelen tegen mijn wang als hij tegen me aankruipt op de bank. Zijn pyama ruikt naar slaap, de mijne waarschijnlijk ook. Hij staart naar de iPad, maar praat tegen mij: “Dan heb je de draak, maar ook het skelettenleger en de prins. Weet je nog waar de prins goed in was, mama?” Hij zegt het alsof hij tegen een klein kind praat. Zo’n dreumes van nog geen twee, die wiebelig loopt met een grote luier tussen de kromme beentjes. Zou hij mij dezelfde mentale capaciteit toedichten?

    Kerst. Gezellig samen spelletjes spelen. Anno 2016 is dat: Clash Royale proberen te begrijpen.

    Gelukkig heb ik in Pokemon nog een hoger level dan hij. Zou dat mama-bonuspunten opleveren?

  • Met de plaatjeswoorden zit het wel goed. De eerste zin is te gekunsteld. Een mooie observatie, van hoe hij naar de iPad staart, en de toon waarop hij praat. Al je vragen over de moederrol zijn overbodig naast die observaties.

  • De huismeesteres

    Ze drapeert zichzelf in een perfect rondje op het laagje naalden onder de kerstboom. Haar gesmoorde gespin omlijst de stilte in huis. Wat houdt ze toch van kerst, met al haar verplichtingen buitenshuis.

    • Leuk. Nog net iets teveel geliteratureluur. Nog beter zo:

      Ze drapeert zichzelf in een perfect rondje op de naalden onder de boom. Ze spint. Wat houdt ze toch van Kerst. Eindelijk geen verplichtingen buitenshuis.

        • Ik heb het niet zelf verzonnen. Ik heb het een keer gelezen, ergens. Ik zal eens zoeken.. ja, het komt op heel veel plaatsen voor, online. Het is: schrijven dat literatuur wil zijn, maar het niet is.

  • “Kerst, ik kan niet wachten,” hijgt de supermarkt iedere dag. Ik loop langs dozen op elkaar gestapelde dikke familiekerststollen. Langs ronde, keurig gerangschikte chocolaatjes met een gat. Ik zie de roze huiden van kalkoenen drillen in hun plastic.
    Morgen zal de kassière met haar fluwelen aanstelmuts me nog een keer fijne feestdagen wensen. Luctor et emergo.

    • Haha! Plaatjeswoorden genoeg. Maar een supermarkt kan niet hijgen. Hou het simpeler. Als je de laatste zin schrapt wordt het sterker. Bijvoorbeeld zo:

      In de supermarkt staan De familiekerststollen nog steeds hoog opgestapeld. Ik loop langs rekken vol ronde chocolaatjes met een gat, keurig gerangschikt in hun blisters. Op de vleesafdeling liggen roze kalkoenen in plastic. Morgen zal de kassière met de kerstmuts me nog één keer fijne feestdagen wensen.

  • Mijn benen branden koud in een broek die stinkt van de regen. Ik heb mijn dochter welterusten gekust in de donkere steeg achter het rijtjeshuis van haar vader. ‘Dag meisje, tot volgende week.’ Ik sleep mezelf de trap op. De kat glipt langs me voor het plekje naast mijn kussen.

    • Mooi, een echt verhaal. Schrap in de beschrijvingen, het is teveel. De kat is een mooi detail.

      Bijvoorbeeld zo:

      Mijn broek stinkt van de regen. Ik heb mijn dochter welterusten gekust in de steeg achter het huis van haar vader. ‘Dag meisje, tot volgende week.’ Ik sleep mezelf de trap op. De kat glipt voor me langs, op weg naar mijn bed.

  • Dit jaar wel weer een boom. Aardig grote trouwens. Zelf uitgezocht bij de Praxis. Zelf op de fiets gehesen. In drie keer weliswaar maar toen lág ie ook. En zelf opgetuigd natuurlijk. Met de lichtjes en mijn lievelings roodoranjegouden ballen.
    En nu staat ie mooi boom te wezen, kerstsfeervol zoals het hoort. Er ligt een pakje onder de boom. Van mij, voor mij. Wit met glanzend gouden krul-lint en nog een glinsterend dingetje. Ik heb het laten inpakken.
    God ja schat en zo klooi ik dus maar door.
    Merry Christmas en weer een nieuw jaar.

    • Heel mooi. Laat de literaturige woorden weg, dat wordt het sterker. Geen roodoranjegouden ballen. Niet kerstsfeervol. Simpeler.

      God ja schat en zo klooi ik dus maar door – dat is een hele mooie stijlbreuk. Met precies de juiste impact.

      • Ik vind het leuk ‘nieuwe’ woorden maken maar het moet natuurlijk het geheel niet verzwakken. Ik ga er naar kijken. Dank voor je scherpe blik.

        • Nieuwe woorden maken is zelden leuk. Ja, voor jou misschien, maar niet voor de lezer. Tenzij je er een groot talent voor hebt – zoals Koot en Bie dat hadden.

  • Ze belt af. Ze is er toch niet met de Kerst. Ze heeft geen zin in doen alsof. Opzitten en pootjes geven, de lieve vrede bewaren. Waren we ooit wel een familie dan? Mijn rechteroor brandt tegen de display van mijn iPhone. Met mijn Carandache potlood trek ik een streep door haar naam op mijn to do lijst. O ja, niet vergeten de kerststol op te halen.

    • Mooi, Wilma. Ik hoop niet dat het waargebeurd is!

      Er kan nog wat uit. Hier heeft het bijvoorbeeld niet zo’n zin om te vermelden dat het een Caran d’Ache potlood is. De nadruk moet liggen op de emotie die je voelt. Geef je dat aan met een brandend oor? Ik denk dat het effectiever kan.

      Mooi, dat laatste zinnetje.

  • Een halflege zak nachos met knijper op mijn overvolle aanrecht. ‘Chips, de dipsaus is op’ schiet het door m’n hoofd. Ik kijk naar Robbie de hond die alleen als hij snurkend slaapt in zijn eigen bench bedekt met een wollen blauwgeblokte deken geen last heeft van verlatingsangst. ‘Zal ik de gok nemen? Vijf minuten heen en weer naar de bomvolle supermarkt om de hoek ?’ De keuze tussen een door Robbie’s ontwaakte paniek verwoeste woonkamer op de namiddag voor kerst en vanvond op de bank met een halve zak nachos zonder saus is snel gemaakt. Ik ga zitten en sla een bladzijde om van de krant die ik bijna uit heb.

      • Ik kijk naar een halflege zak nachos op het aanrecht. ‘Chips, de dipsaus is op’. Robbie de hond heeft alleen als hij slaapt geen last van verlatingsangst. ‘Zal ik de gok nemen? In vijf minuten heen en weer naar de supermarkt ?’ De keuze tussen een door Robbie’s paniek verwoeste woonkamer vlak voor kerst en vanvond met boek en nachos zonder saus op de bank is snel gemaakt. Ik ga zitten en lees de krant uit.

        • Yay, je gaat de uitdaging aan!

          Hee – even kritisch lezend: je kijkt naar een al half opgegeten zak die op de aanrecht ligt en op dát moment denk je: de dipsaus is op? Niet logisch. Dat heb je al een halve zak zien aankomen. (Ik heb het hier puur over de interne logica in het verhaal.) En breekt de hond echt het hele huis af?

          Ik zou het nog veel simpeler beschrijven, jouw kerstavond, als ik jou was:

          Ik breng kerstavond door op met de nieuwe Donna Leon en een bak nachos, op de bank. De dipsaus is op, maar de hond ligt tevreden op mijn voeten.

          • ;) jawel, hij breekt t huis af als ik de deur uit ga zonder hem. En had geen zin in een autorit van 2 minuten na een dag waarin ik dat al tig keer gedaan had :)

            Dus was op zoek naar hoe ik dat gevoel kon beschrijven in plaatjeswoorden. Dat ik me realiseerde dat ik eerder vergeten was dipsaus op m’n lijstje te zetten en daar pas aan dacht toen de gele zak m’n aandacht trok.

            Als ik de aangebroken zak nachos op de aanrecht zie liggen denk ik ‘chips, vergeten een nieuwe pot dipsaus te kopen.’ De supermarkt is vijf minuten heen en weer. Genoeg voor Robbie de hond om een keuken overhoop te halen als zijn verlatingsangst toeslaat. Deze keus is snel gemaakt. Ik lig de rest van de avond op de bank met Netflix, nachos zonder dip, een huis dat heel gebleven is en een allerliefste snurkende hond.

            • Kerstavond vier ik met een zak nachos, op de bank. Met Netflix. Ik ben vergeten dipsaus te halen, maar ik laat mijn hond Robbie niet meer alleen. Hij zucht en kruipt tevreden tegen mijn voeten.

              Zo zou ik het doen. Je lezer mag nog wel iets te raden overhouden. Of de uitleg komt verderop in je verhaal. Gelukkig 2017!

  • Dit jaar weer eens een Kerstkaartje van de buren gekregen, helpt het dus toch om de radio wat vaker zachter te zetten!

  • Dit jaar gaan we gourmetten op zo’n foute lange bakplaat. Zo heb ik zo min mogelijk last van het witte gips dat mijn echtgenoot sinds 3 dagen als een trofee voor zich uitdraagt.

    • Bakplaat en gips zijn de enige plaatjeswoorden. Wat is de relatie tussen gourmetten en de verwonding? Je lezer moet wat je schrijft in één keer kunnen begrijpen.

  • Twee kleine teckels. Langharig. In een krul op een stukje van zijn flanellen dekbed. Moe van uren snuffelen naar bergmarmotten. Van uren knagen aan het uiterste puntje van de ossenstaart. Het is stil in het dorpje op de berg. Kerst mag komen.

    • Bedoel je: van mijn flanellen dekbed?

      Waarom al die uren? Waarom het uiterste puntje?

      Hou het simpel: De teckels liggen samen op het bed. De ossenstaartsoep pruttelt. We vieren kerst in Oostenrijk.

  • Doris Day zingt Here comes Santa Claus. Marcel heeft de Ponte Sant’Angelo bijna gelegd. Alleen de lucht nog. Teuntje knipt, vouwt en plakt in haar pyjama gekleurd Hema papier tot uitnodigingen voor een mij onbekend slaapfeestje. Straks gaan we naar de schoonfamilie. In mijn hoekje van de bank sla ik snel nog een bladzijde om van het boek dat al weken wacht op deze dag.

    • Mooi. Bijna perfect. Noem ook nog de titel van het boek, of het soort boek. Is nog concreter.

      Een mij onbekend slaapfeestje is jammer, omdat het verder zo’n mooie alinea is: dan voer je opeens jezelf op. Terwijl het gaat om haar. Een zelfverzonnen slaapfeestje kan ook.

      Van hetzelfde kaliber: Doris Day zingt – maar die is niet echt onderdeel van jullie clubje. Mooier om niet te doen alsof dat wel zo is.

  • Ze gek heb ik het nog nooit gedaan met kerst; maar liefst twee kerstbomen in huis, een krans op de voordeur én een gouden engel in de vensterbank. En dan visite die niet komt en herinneringen die dat wel doen. Scherp als hulstblaadjes.

    PS: Kitty, ik wens je een stuitend goed gelukkig nieuw jaar!

    • Mooi, de eerste regels. De visite die niet komt is wel spannend – waarom komen ze niet? En wie waren het? Visite is een beetje te algemeen. Maar de herinneringen en hun scherpte doen mij als lezer niks, want ik heb geen idee waar je het over hebt.

      Als je er een mooie leeservaring van wil maken kun je het bijvoorbeeld zo doen:

      Ze gek heb ik het nog nooit gemaakt met kerst: maar liefst twee kerstbomen in huis, een krans op de voordeur én een gouden engel in de vensterbank. Een half uur voor het kerstmaal belt de visite af.

  • Hij schuifelt. Tast langs de tafel. Met zijn rug schuurt hij langs de takken en mijn zoon rent, vliegt. Als de Nordmann op 45 graden staat, heeft hij hem vast. Nog op tijd. Ballen rollen over de grond. Hij kijkt om en lacht met ons mee. Maar eigenlijk had mijn schoonvader geen idee wat er gebeurde.

    • Ach.. lief. En een bekend tafereel, helaas. Mooi, Nordmann in plaats van boom. Het kan nog ietsje duidelijker, want het lijkt een beetje alsof je zoon de boom omgooit:

      Hij schuifelt langs de tafel. Tastend. Met zijn rug schuurt hij langs de takken van de Nordmann. Mijn zoon vliegt erheen. Als de boom op 45 graden staat, grijpt hij hem vast. Nog net op tijd. Drie glazen kerstballen rollen over het parket. Mijn schoonvader lacht met ons mee, maar eigenlijk heeft hij geen idee wat er gebeurde.

  • Zo gek heb ik het nog nooit gedaan met kerst. Een gouden engel in de vensterbank, een krans op de voordeur en twéé kerstbomen. En toen kwam de visite niet. Wel de herinneringen aan kersten van weleer. Scherp als hulstblaadjes.

  • ‘Ik heb wat voor je’, zegt mijn lief, terwijl ik ei met spek op mijn bord kwak. Hij geeft me een rechthoekig pakje van de Bijenkorf, en een kaart. ‘Het is geen kerstkaart’, mompelt hij. Ik bestudeer het dansende uiltje, sla de kaart open en loop leeg. Zoveel liefde in harkerige letters. En ik had niet eens tijd om een cadeau voor hem te kopen.

    • Mooi!
      Alleen leeglopen vind ik niet zo. Wat bedoel je? Moet je huilen? Ben je ontroerd? Ik zou iets schrijven als:

      Ik bestudeer het dansende uiltje en sla de kaart open. Ik zie zijn harkerige handschrift. Ik krijg tranen in mijn ogen. Zoveel liefde, en zelf nam ik niet eens de tijd om een cadeau voor hem te kopen.

Leert je belachelijk goed zakelijk bloggen
Herstel wachtwoord
Geef je e-mail adres. Een nieuw wachtwoord wordt verzonden.