Psychiater-schrijver Gordon Livingston over hoe wij onszelf bedonderen

hoe wij onszelf bedonderen

Op mijn verjaardag gaat het zo:

Ik nodig een tafel vol vriendinnen uit, en iedereen vertelt wat haar het afgelopen jaar is overkomen.

Gewoon, om de beurt.

That’s it.

Turks brood, Marokkaanse olijven, Nederlandse verhalen.

Geen kadootjes

Parfum gooi ik weg en romans die anderen me geven lees ik toch niet.

En wat gebeurt er?

Dat is elk jaar anders.

Maar meestal wordt het stil.

Wat mijn vriendinnen in één jaar meemaken is zelden misselijk

Carrières gaan bergop. Huizen moeten verkocht. Lieve peuters worden agressieve pubers. Bedrijven gaan failliet. De kunstenaars in het gezelschap vechten voor hun bestaan. Kinderen worden ziek. Kinderen worden beter. Kinderen worden beroemd. Echtparen scheiden. Iedereen aan tafel wordt ouder. Er komen ooglidcorrecties. Er komen nieuwe partners. Het leven valt mee. Het leven valt tegen.

Echte levens

Gek, maar daar kan niks tegenop.

Het troostende is de herkenning. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.

Wat ook zo gek is: als je je verhaal vertelt, in een groep, is er nauwelijks tijd voor antwoord.

Hoogstens achteraf.

Maar dat geeft niet.

Het gaat om het vertellen, en dat de anderen luisteren.

Mensen zijn gek op mensen

En op informatie over hoe andere mensen hun levensproblemen oplossen.

Echte informatie.

Eerlijke informatie.

Vorige week las ik ook een boek dat precies dát geeft: eerlijke antwoorden op alle vragen over het leven.

Too Soon Old, Too Late Smart. Thirty True Things You Need to Know Now.

Too Soon Old, Too Late Smart. Thirty True Things You Need to Know Now.

Het is van de Amerikaanse psychiater en schrijver Gordon Livingston.

change

Livingston studeerde in 1967 af als arts, diende in Vietnam en zag al snel dat hij daar niet hoorde:

What I came to realize and to be offended by is that killing is such a simple-minded undertaking compared with preserving life.

Het leverde wel één van de mooiste anekdotes op, meteen bij de opening van het boek:

Once, a long time ago, I was a young lieutenant in the 82nd Airborne Division, trying to orient myself on a field problem at Fort Bragg, North Carolina. As I stood studying a map, my platoon sergeant, a veteran of many junior officers, approached. ‘You figure out where we are, lieutenant?’ he asked. ‘Well, the map says there should be a hill over there, but I don’t see it’ I replied. ‘Sir,’ he said, ‘if the map don’t agree with the ground, then the map is wrong.’ Even at the time, I knew I had just heard a profound truth.

Livingston maakte zijn eigen kaart

Na 30 jaar luisteren naar patiënten (en na het verlies van twee zonen binnen twee jaar) noteerde hij in 2004 zijn conclusies over het leven. Over relaties. Over houden-van. Over kinderen opvoeden. Over hoe we onszelf zien. Over ouder worden. Over ziek zijn. Over psychiater zijn. Over de psychiatrie. Over slachtofferschap. Over perfectionisme, en nog 20 andere onderwerpen.

Ik heb ze ademloos gelezen, alle 30 essays.

Je komt niet vaak zo’n realistische en onsentimentele kijk op het leven tegen:

Much is made of the presumed difficulty in defining ‘love’. Because the basis for the feeling itself is mysterious (Why do I love this person and not someone else?), it is assumed that words cannot encompass what it means to love another. How about this definition? We love someone when the importance of his or her needs and desires rises to the level of our own.

Schokkender nog:

An operational question I use to help people determine if they really love someone is, ‘Would you take a bullet for this person?’

En net toen ik me zat af te vragen of het wel deugde dat ik erg weinig mensen op mijn lijstje had:

The number of people we would consider sacrificing ourselves to save is very limited: our children, certainly; our spouse or other ‘loved one’, maybe. But if we cannot contemplate this gift, how can we pretend that we love them?

Maar klopt je definitie wel, Livingston, dacht ik; is de drang om je leven te offeren voor je kinderen niet eerder een biologische wet?

Kijk, zegt hij, ik bedoel eigenlijk dit:

The point is that love is demonstrated behaviorally.

Onsentimentele inzichten in hoe wij onszelf en anderen bedonderen

Dat is wat Livingston zijn lezer meegeeft.

Met als doel, denk ik, zowel lering als vermaak.

We are a verbal species, much given to the use of words to explain – and deceive. The worst deceptions, of course, are those we practise on ourselves. What we choose to believe is closely related to deeply felt needs – for example, the dream we all carry around inside us of perfect love, unqualified acceptance of the sort available only from a good mother. This desire makes us vulnerable to the worst form of self-deception and disillusionment, an indulgence of the hope that we have at last found the person who will endlessly love us exactly as we are.

Als geen ander weet Livingston, vanuit zijn vak en zijn levenservaring, dat wij mensen alleen kunnen overléven door selectief waar te nemen. Maar hij wil dat we ons gedrag bijsturen met zelfkennis:

Often people alternate between the extremes of loneliness and self-deception. Somewhere in the middle lies our best chance at happiness.